Financiering voortgezet onderwijs
In het voortgezet onderwijs ontvangen de schoolbesturen 1 budget voor alle kosten van de scholen die onder hun beheer vallen. In de berekening van de bekostiging wordt onderscheid gemaakt tussen een personeel en een materieel deel.
Hoewel de bekostiging per school wordt berekend, wordt deze in 1 bedrag aan het schoolbestuur uitgekeerd. Het schoolbestuur bepaalt hoe het geld over de scholen wordt verdeeld.
Leerlingentelling als basis voor bekostiging
In het primair onderwijs wordt de bekostiging vastgesteld op basis van het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het voorgaande schooljaar stond ingeschreven.
In het voortgezet onderwijs is het aantal leerlingen op 1 oktober van het vorige jaar bepalend voor de bekostiging vanaf 1 januari het jaar daarop volgend (bekostiging op kalenderjaarbasis).
Verdeling van de bekostiging
Het grootste deel (85%) van de bekostiging is voor personeelskosten. Ongeveer 15% van de bekostiging is bedoeld voor materiële kosten en wordt onder meer besteed aan apparatuur, onderhoud, lesmateriaal en schoonmaak. Hoeveel een schoolbestuur inzet voor management, onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel en hoeveel voor materiële middelen, kan per school verschillen.
Personele bekostiging voortgezet onderwijs
De personele bekostiging van het voortgezet onderwijs bestaat uit een vaste component (vaste voet) en een deel dat afhankelijk is van het aantal leerlingen. Anders dan in het primair onderwijs verschilt de vaste component per schoolsoort. Naarmate een school in het voortgezet onderwijs complexer wordt en er verschillende onderwijssoorten (mavo, havo etc.) worden aangeboden, ontvangt de school meer geld voor onderwijzend personeel (vaste voet). Er zijn dan immers meer leerjaren en klassen waar les moet worden gegeven.
Ook het deel dat afhankelijk is van het aantal leerlingen kan per schoolsoort variëren. Leerlingen in het voorbereidend beroepsonderwijs hebben bijvoorbeeld meer begeleiding nodig en daarvoor is meer onderwijzend personeel nodig.
Gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs
De personele bekostiging wordt berekend door het aantal leden van directie, onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel te vermenigvuldigen met de gemiddelde personeelslast.
De gemiddelde personeelslast is een normbedrag dat wordt gebruikt voor het
salaris, inclusief toelagen en vergoedingen en werkgeverslasten. De hoogte van
die gemiddelde personeelslast staat in de
regeling
'Aanpassing en vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast
voortgezet onderwijs' die elk jaar wordt gepubliceerd.
Materiële bekostiging voortgezet onderwijs
De materiële bekostiging is opgebouwd uit een bedrag per leerling en een bedrag per school (de vaste voet). Het bedrag per school is voor alle scholen gelijk, het bedrag per leerling is afhankelijk van schoolsoort, afdeling en leerjaren. De materiële bekostiging is bedoeld voor schoonmaak, onderhoud of instandhouding van gebouwen en overige exploitatiekosten (zoals leermiddelen, administratie, energie- en waterverbruik).
Een extern bureau evalueert eens in de 5 jaar de materiële bekostiging in het voortgezet onderwijs. De Tweede Kamer ontvangt de eerstvolgende evaluatie uiterlijk eind 2011.
De bedragen voor de materiële bekostiging worden jaarlijks gepubliceerd in de
regeling 'Loon-
en prijsbijstelling en bekostiging exploitatiekosten voortgezet onderwijs'.