Toezicht en verantwoording in het onderwijs
Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. Wel dienen zij jaarlijks verantwoording af te leggen over hun financiële beleid.
De Inspectie van het Onderwijs controleert of de onderwijsinstellingen de overheidsgelden rechtmatig besteden.
Verantwoording over financieel beleid
Alle onderwijsinstellingen die de Rijksoverheid financiert, zijn verplicht een jaarverslag op te stellen. Met dit jaarverslag leggen de instellingen verantwoording af over hun (financiële) beleid. Ook informeren zij de overheid over hun prestaties.
Onderdeel van het jaarverslag is de jaarrekening, opgesteld volgens een vastgesteld format. In de publicatie Richtlijn Jaarverslag Onderwijs wordt aangegeven hoe het Jaarverslag moet worden opgesteld. Het is de taak van de accountant van de onderwijsinstelling om te controleren of de instelling de voorschriften heeft nageleefd bij het samenstellen van de jaarrekening.
Accountantsverklaring onderwijsinstellingen
Het Jaarverslag wordt samen met een accountantsverklaring elektronisch
aangeleverd bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), de uitvoeringsorganisatie
van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Als hulpmiddel en
naslagwerk voor de accountant die controle op de jaarstukken uitvoert, heeft OCW
een
onderwijsontroleprotocol
opgesteld.
De jaarstukken tijdig aanleveren (vóór 1 juli) is niet alleen van belang voor de bekostiging door OCW. Het is ook nodig om verantwoording te kunnen afleggen aan de omgeving van de school, zoals bijvoorbeeld MR-leden, personeel, ouders en leerlingen (horizontale verantwoording).
Financieel toezicht onderwijsinstellingen
Als scholen aanhoudend slecht onderwijs geven, kan de overheid in de toekomst sneller en effectiever ingrijpen. De Wet goed onderwijs, goed bestuur waarin dit wordt geregeld, is op 1 augustus 2010 van kracht geworden.
In de wet staan 28 basisprincipes van goed bestuur. Een van deze basisprincipes is dat scholen die overheidsgeld ontvangen, het interne toezicht op het schoolbestuur goed op orde moeten hebben. Ook moeten zij gaan nadenken over de rol van de medezeggenschap daarbij. Daarnaast moet het bestuur van de onderwijsinstelling gescheiden zijn van het toezicht. Met deze scheiding van functies wil de overheid voorkomen dat besturen toezicht gaan houden op zichzelf.
Hoe de schoolbesturen in het primair (basisonderwijs) en voortgezet onderwijs de functiescheiding binnen hun organisatie gaan invullen mogen ze zelf bepalen. Schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs hebben een jaar de tijd om de functiescheiding te realiseren. In het hoger onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs is de functiescheiding al ingevoerd.
Toezicht Inspectie van het Onderwijs
Sinds 1 september 2008 houdt de Inspectie van het Onderwijs financieel toezicht op de onderwijsinstellingen. Daarnaast verricht de Inspectie in alle onderwijssectoren reviews om de werkzaamheden van de instellingsaccountant te beoordelen. Deze taken werden voorheen door de Auditdienst van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) uitgevoerd. De Inspectie onderzoekt met name of de instellingen de rijksbijdrage rechtmatig hebben verkregen en of zij die ook rechtmatig besteden. In het Onderwijsverslag wordt jaarlijks verslag gedaan van de financiële situatie van de verschillende onderwijssectoren.