Kleine gasvelden
Het is voor gasproducenten relatief duur om kleine velden te exploiteren. Om gasproducenten te stimuleren dit toch te doen, heeft de overheid in 1974 het kleineveldenbeleid geïntroduceerd met daarin de mogelijkheid voor gasproducenten om hun gewonnen gas aan GasTerra te verkopen tegen redelijke voorwaarden en marktconforme vergoedingen.
Kleineveldenbeleid
Er zijn vele onderzoeken en boringen nodig om een gasveld (met kleine
hoeveelheden aardgas) te vinden. Daarnaast is het relatief duur om een gasveld
in productie te brengen, zeker op zee. Daarom heeft de Rijksoverheid in 1974 het
kleine-veldenbeleid geïntroduceerd. In de Gaswet is vastgelegd dat
gasproducenten de mogelijkheid hebben het gas in een bepaald tempo tegen
redelijke voorwaarden en marktconforme vergoedingen te verkopen aan GasTerra
(afzetgarantie). Bovendien is
Gas Transport Services
(GTS) verplicht het gas uit kleine velden in te nemen en te transporteren
(innameplicht). Hiermee wordt tevens bereikt dat de balansfunctie van het
Groningenveld zolang als mogelijk in stand wordt gehouden.
Verstrekken vergunningen
Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie verleent
vergunningen voor het opsporen en in productie brengen van gasvelden. Hierbij
wordt sterk rekening gehouden met veiligheids- en milieuaspecten, zoals
bodemdalingen en ecologische omstandigheden. Hiervoor vraagt het ministerie
advies aan TNO Bouw en Ondergrond, AdviesGroep EZ (
TNO-AGE),
Energie Beheer Nederland en
Staatstoezicht op de Mijnen.
Participatie Energie Beheer Nederland
In de Mijnbouwwet staat dat
EBN
B.V., waarvan de Nederlandse Staat 100% aandeelhouder is, voor 40%
participeert in opsporings- en winningsactiviteiten en daarmee in het risico, de
kosten en de opbrengsten van de gasactiviteiten.
420 ontdekte aardgasvelden
Het kleineveldenbeleid heeft ertoe geleid dat er in Nederland honderden kleine gasvelden zijn gevonden. Vooral in de Noordzee en de noordelijke provincies. Per 1 januari 2009 kende Nederland 420 ontdekte aardgasvelden:
- 234 aardgasvelden zijn ontwikkeld, waarvan er 230 in productie zijn en 4 worden gebruikt voor opslag
- 125 aardgasvelden zijn niet ontwikkeld: 53 daarvan worden waarschijnlijk binnen 5 jaar in productie genomen, van de overige 72 is het onzeker of ze ontwikkeld worden
- bij 61 aardgasvelden is de productie (tijdelijk) gestaakt.
Gasvelden in de Noordzee
Onder de 58.000 vierkante kilometer Noordzee die bij Nederland hoort, zitten talloze kleine gasvelden. Een deel van deze velden is uitgeproduceerd, een deel is ontwikkeld of in productie genomen en een deel is nog onbenut. Daarnaast zijn er mogelijk nog velden niet opgespoord.
Stimuleringsmaatregel kleine aardgasvelden
De platforms en gasleidingen (bestaande gasinfrastructuur) in zee zullen
worden verwijderd zodra het aanwezige aardgas is gewonnen. Daarom moeten er tot
die tijd zoveel mogelijk gasvelden in zee worden opgespoord, ontwikkeld en
aangesloten op de bestaande infrastructuur. Anders blijven deze gasvelden
onbenut. Hiervoor is een financiële stimuleringsmaatregel opgenomen in de
gewijzigde
Mijnbouwwet. Gasproducenten van
marginale (onvoldoende rendabele) gasvelden op zee mogen daarom 25% van hun
investeringskosten aftrekken van het bedrijfsresultaat waarover zij winstaandeel
aan de Staat moeten betalen. De criteria voor marginale velden zullen worden
vastgelegd in een ministeriële regeling van de minister van Economische Zaken,
Landbouw & Innovatie.
Een convenant met mijnbouwondernemingen die actief zijn op het continentaal plat moet ertoe leiden dat de minister van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie geen gebruik hoeft te maken van de bevoegdheid tot gebiedsverkleining. Via deze bevoegdheid kan de minister het gebied waarop de vergunning van toepassing is, maar waar geen activiteiten zijn of zullen worden verricht, verkleinen zodat het gebied beschikbaar kan komen voor andere partijen. De bevoegdheid tot gebiedsverkleining voor zowel onshore als offshore gebieden is opgenomen in de gewijzigde Mijnbouwwet. Deze maatregel is op 1 januari 2010 in werking getreden. Het convenant is op 16 september 2010 in werking getreden.