Vergoedingen en pensioen raadsleden
Raadsleden krijgen geen salaris maar een vergoeding voor hun werkzaamheden. De functie van raadslid is namelijk een deeltijdfunctie en geldt als nevenfunctie. De vergoeding is compensatie voor mogelijk gemist inkomen in de hoofdfunctie.
Hoogte vergoedingen
De hoogte van de vergoeding en de onkostenvergoeding is afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente. De gemeenten zijn hiervoor ingedeeld in 18 inwonersklassen. Een raadslid ontvangt minimaal € 228,01 (kleinste inwonersklasse) en maximaal € 2.138,33 bruto per maand (grootste inwonersklasse). Daarnaast krijgt hij een onkostenvergoeding van minimaal € 41,51 (kleinste inwonersklassen) en maximaal € 236,48 bruto per maand (grootste inwonersklassen).
Meer informatie over de (onkosten)vergoedingen staat in de het
Rechtspositiebesluit
raads- en commissieleden. De hoogte van de vergoedingen wordt elk jaar per 1
januari aangepast. Deze aanpassingen staan in de jaarlijkse circulaires.
Uitkering na aftreden
Raadsleden kunnen bij aftreden een uitkering van de gemeente krijgen. De uitkering duurt maximaal 2 jaar. Het bedrag is in het eerste jaar ten hoogste 80% en in het tweede jaar ten hoogste 70% van de vergoeding die het raadslid heeft gekregen.
Meer informatie over de uitkering na aftreden staat in de het
Rechtspositiebesluit
raads- en commissieleden.
Pensioen
Raadsleden hebben geen recht op pensioen volgens de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). De gemeente kan een collectieve verzekering afsluiten voor de opbouw van ouderdomspensioen.
Meer informatie over secundaire voorzieningen staat in het
Rechtspositiebesluit
raads- en commissieleden.