Salaris, vergoedingen en pensioen wethouders

Een wethouder krijgt salaris en een onkostenvergoeding. De hoogte van het salaris en de onkostenvergoeding zijn afhankelijk van de grootte van de gemeente. 

Hoogte salaris en onkostenvergoeding

Om de hoogte van het salaris en de onkostenvergoeding van een wethouder vast te stellen zijn gemeenten ingedeeld in een aantal inwonersklassen. Een wethouder verdient minimaal € 4.380,72 (kleinste inwonersklasse) en maximaal € 9.098,26 bruto per maand (grootste inwonersklasse). Daarnaast krijgt hij een onkostenvergoeding van minimaal € 264,89 (kleinste inwonersklassen) en maximaal € 614,45 bruto per maand (grootste inwonersklassen).
Meer informatie over het salaris en onkostenvergoedingen van wethouders staat in het externe link: Rechtspositiebesluit wethouders. Gemeenten krijgen regelmatig informatie over aanpassingen op het salaris en de vergoedingen via circulaires.

Uitkering bij aftreden

Als een wethouder aftreedt, heeft hij recht op een uitkering. Dit is een tegemoetkoming totdat de wethouder in een andere functie een gelijkwaardig inkomen heeft bereikt. De duur van de uitkering is afhankelijk van de periode waarin hij politiek ambtsdrager is geweest (dus niet per se als wethouder).  De uitkering is voor het eerste jaar 80% en daarna70% van het laatst verdiende salaris. Meer informatie over de uitkering bij aftreden staat in de externe link: Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa).

Pensioen

Wethouders hebben recht op ouderdomspensioen als ze 65 jaar worden of zodra ze aftreden na hun 65e. Het ouderdomspensioen bestaat uit een percentage van het eindloon van de wethouder. Dit percentage hangt af van hoe lang iemand wethouder is geweest. Per ambt wordt een Appa-pensioen toegekend. Iemand kan dus een Appa-uitkering krijgen per functie als politieke ambtsdrager, maar ook per gemeente.
Meer informatie over het pensioen van de wethouder staat in de externe link: Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa).