Wereldhandelsorganisatie (WTO)

Nederland heeft als één van de grootste exporteurs ter wereld veel belang bij verdere liberalisering van de wereldhandel. Ons land is gebaat bij versterking en handhaving van internationale handelsregels, gericht op betere marktwerking, markttoegang en het terugdringen van oneerlijke concurrentie.

Afspraken over de handel tussen landen

De Wereldhandelsorganisatie (WTO, World Trade Organization) is in 1995 opgericht. De WTO komt voort uit de Algemene Overeenkomst over Tarieven en Handel (GATT, General Agreement on Tariffs and Trade). De WTO is een intergouvernementele organisatie die toeziet op de naleving van afspraken over de handel tussen landen. Veel van die afspraken zijn van belang voor het internationale zakendoen.

Het hoofdkantoor van de WTO bevindt zich in Genève. Er zijn inmiddels meer dan 153 landen aangesloten en een aanzienlijk aantal landen is in een toetredingsproces. Nederland is actief bij de WTO betrokken, met de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie als verantwoordelijke bewindspersoon.

WTO-akkoord

Alle WTO-leden zijn gehouden aan het WTO-akkoord. Dat akkoord heeft betrekking op de handel in goederen en diensten en op intellectueel eigendom in verband met handel. Het belangrijke uitgangspunt in dit akkoord is non-discriminatie. Landen moeten zich houden aan twee principes:

  • principe van meest begunstigde natie. Dit principe verplicht een WTO-lid alle andere WTO-leden hetzelfde te behandelen. Als een land aan een handelspartner voordelen toekent op het gebied van tarieven, diensten of intellectuele eigendomsrechten, gelden die direct voor alle andere landen die lid zijn van de WTO.
  • principe van nationale behandeling. Dit wil zeggen dat geïmporteerde en binnenlands geproduceerde goederen gelijk moeten worden behandeld. 

Landbouw

De WTO stelt regels op om de nadelige effecten van de landbouwondersteuning op de internationale handel te beperken. 

De Europese Commissie heeft de inkomenssteun aan boeren losgekoppeld van de hoeveelheid die zij produceren. Boeren krijgen nu een bedrijfstoeslag, op voorwaarde dat ze zich extra inzetten voor natuur, milieu, duurzaamheid of dierenwelzijn. Deze inkomenssteun wordt niet beperkt door de WTO.

Nederland wil dat de handel in landbouwproducten en voedingsmiddelen verder wordt geliberaliseerd, maar vindt dat er voldoende ruimte moet zijn en blijven voor andere belangen, zoals de bescherming van het dierenwelzijn en het milieu.

Positie van ontwikkelingslanden

Ook vindt de overheid dat ontwikkelingslanden zo weinig mogelijk nadeel moeten hebben van de gesubsidieerde export van landbouwproducten. De EU past in steeds mindere mate uitvoersubsidies toe en heeft toegezegd na 2013 met exportsubsidies te zullen stoppen.

Deze landen moeten ook de mogelijkheid krijgen zelf meer naar de Europese Unie te exporteren. Dat geldt zowel voor de landbouw als industrie en de dienstensector.

Documenten en publicaties