Maatregelen solide financiële instellingen

De overheid wil de financiële instellingen sterker en gezonder maken, zodat zij minder snel in de problemen komen. Met een sterker en gezonder bankwezen wordt het  risico op een financiële crisis en de negatieve gevolgen daarvan voor de economie en samenleving verkleind.

draaiknoppen op de deur van een brandkast

De kredietcrisis in 2008 heeft laten zien dat problemen bij banken hun weerslag kunnen hebben op de financiële stabiliteit in het algemeen en daarmee ook op het functioneren van de economie. Het is daarbij noodzakelijk gebleken dat de overheid in sommige gevallen de noodlijdende bankensector te hulp schiet om zo de financiële stabiliteit te waarborgen. 

Met de invoering van de bankenbelasting betalen banken voor deze (impliciete) garantiestelling door de overheid. De inkomsten van de bankenbelasting vloeien in de schatkist. Ook bevat de bankenbelasting een maatregel om hoge bonussen tegen te gaan. Wanneer een bank aan haar bestuurders een bonus geeft die hoger is dan een jaarsalaris, dan moet de bank meer belasting betalen.

Meer financiële buffers voor banken

Banken moeten meer eigen vermogen en extra financiële buffers aanhouden om in moeilijke tijden niet te snel in de problemen te komen. Eén van de redenen waarom het met banken en andere financiële instellingen verkeerd ging ten tijde van de kredietcrisis, is dat ze te weinig buffers hadden. Met deze aanscherping van de kapitaaleisen wordt de  kans kleiner gemaakt dat financiële instellingen in de toekomst met belastinggeld moeten worden ondersteund. De toezichthouders en centrale banken van Europa hebben hier een akkoord over bereikt, het zogeheten Basel III–akkoord.

Crisisbestendig maken grote financiële instellingen

Naast de strengere kapitaaleisen voor banken en verzekeraars, wordt op internationaal niveau over mogelijke extra kapitaalbuffers gesproken voor systeemrelevante instellingen (bijvoorbeeld banken die een grote rol spelen in het internationale financiële verkeer). Hiermee worden systeemrisico’s (het risico dat wanneer er met een instelling iets mis gaat, het hele financiële stelsel in de problemen komt) beter afgedekt. Bij problemen van systeembanken komt niet alleen de financiële stabiliteit in gevaar, maar ook het functioneren van de economie. Met het versterken van hun kapitaal komen die banken en dus het hele systeem minder snel in gevaar.

Alle banken betalen vooraf mee voor risico faillissementen

Bij een faillissement van een bank beschermt het depositogarantiestelsel (DGS) rekeninghouders en spaarders. Tegoeden worden tot een maximum van €100.000 veilig gesteld en uitgekeerd. De banken betalen deze uitkeringen gezamenlijk. Dat gebeurt nu achteraf, dus pas op het moment dat een bank failliet is gegaan. Nadeel van het huidige stelsel is onder andere, dat de bank die failliet is gegaan zelf niet mee heeft betaald. In de toekomst gaan banken hier voortaan vooraf voor betalen. Dit geld wordt opzij gezet in een fonds. Banken die een risicovoller beleid voeren moeten een hogere bijdrage betalen. Dit vergroot de verantwoordelijkheid van de sector.

Terugbetalen overheidssteun

Er wordt gewerkt aan de afbouw van steun die financiële instellingen van de overheid hebben ontvangen. De visie op hoe en wanneer de genationaliseerde banken en verzekeringsonderdelen (ABN-Amro en ASR)  weer op eigen benen gaan staan, is neergelegd in het zogeheten exitbeleid financiële instellingen. AEGON, ING en SNS REAAL, de instellingen die financiële ondersteuning van de overheid hebben ontvangen, hebben deze al grotendeels terugbetaald. 

Verantwoordelijk ministerie

Zie ook