Collegegeld en studiefinanciering
De overheid streeft ernaar het hoger onderwijs voor iedereen toegankelijk te houden. Studenten kunnen daarom studiefinanciering krijgen. Daarnaast is het mogelijk om te lenen.
Collegegeld
Er is wettelijk collegegeld en instellingscollegegeld.
- Het wettelijk collegegeld is een voorgeschreven maximum bedrag. Studenten die recht hebben op studiefinanciering betalen het wettelijk collegegeld.
- Voor andere groepen studenten is er instellingscollegegeld. Dat betekent dat de onderwijsinstelling zelf de hoogte van het collegegeld kan bepalen.
Meer informatie over het
wettelijk
collegegeld is te vinden op website van de Dienst Uitvoering Onderwijs
(DUO).
Voorwaarden voor studiefinanciering in het hoger onderwijs
Een student die een geaccrediteerde opleiding volgt in het hoger onderwijs,
kan in aanmerking komen voor studiefinanciering. Uitgebreide informatie over de
voorwaarden voor
studiefinanciering is te vinden op de website van DUO. Deze dienst is een
samenvoeging van de Informatie Beheer Groep en het CFI en is per 1 januari 2010
van start gegaan. Naast studenten in het hoger onderwijs, ontvangen ook
deelnemers van 18 jaar en ouder in de beroepsopleidende leerweg van
het middelbaar beroepsonderwijs studiefinanciering.
Nationaliteit
De studiebeurs is bestemd voor iedere student in het hoger onderwijs en
deelnemers in de beroepsopleidende leerweg met een Nederlands paspoort.
Studenten die geen Nederlandse nationaliteit hebben, maar in Nederland wonen en
een verblijfsvergunning hebben, kunnen soms in aanmerking komen voor een
studiebeurs. Maar ook mensen zonder verblijfsvergunning of met een
verblijfsvergunning uit een ander EER-land of Zwitserland komen soms in
aanmerking voor studiefinanciering.
Meer informatie hierover is te vinden op de
website van DUO.
Studeren in het buitenland
Studenten in het hoger onderwijs die in Nederland recht hebben op
studiefinanciering kunnen deze in veel gevallen meenemen als ze in het
buitenland gaan studeren. Dat kan zowel als het om een deel van een studie gaat
als om een hele studie. Voorwaarde is wel dat de opleiding aan de in Nederland
geldende eisen voor een hbo- of wo-opleiding voldoet.
Meer informatie over de
voorwaarden is te vinden op
de website van DUO.
Opbouw van de studiefinanciering
Een studiebeurs bestaat uit verschillende onderdelen:
- Basisbeurs. Dit is een maandbedrag dat afhankelijk is van de woonsituatie van de student. Studenten die thuiswonen krijgen minder dan uitwonende studenten. De hoogte van de basisbeurs staat los van het inkomen van de ouders en wordt door de overheid vastgesteld. Deze basisbeurs wordt omgezet in een gift als de student binnen de gestelde termijn zijn diploma behaalt. Als dat niet het geval is, dan wordt de basisbeurs omgezet in een lening.
- Aanvullende beurs. Van ouders wordt verwacht dat ze een
bijdrage leveren aan de kosten van hun studerende kinderen. Wanneer ouders dat
niet of moeilijk kunnen betalen kunnen studenten een aanvullende beurs krijgen.
Hoe hoog het bedrag van deze aanvullende beurs is, is afhankelijk van het
inkomen van de ouders. Op de website van DUO kunt u
berekenen hoe hoog de
aanvullende beurs is. - Lening. Studenten kunnen hun studie ook bekostigen door een
lening van de overheid. - Collegeldkrediet. Iedere student kan het jaarlijkse
collegegeld lenen. Deze lening
bedraagt maximaal het collegegeld dat de onderwijsinstelling berekent. Bovendien
kan een student maximaal vijf keer deze lening aanvragen. - Studenten OV-Chipkaart. De student kan kiezen tussen een
week- en een weekendkaart. De student kan kiezen
tussen week- en een weekeindreisrecht. De student kan vanaf twee weken voordat
het reisrecht ingaat dit reisrecht activeren bij een daarvoor geschikte
automaat. - Prestatiebeurs. De basisbeurs, aanvullende beurs en de studenten OV-chipkaart vallen onder de prestatiebeurs. De prestatiebeurs is in eerste instantie in de vorm van een lening. Bij het behalen van het diploma binnen de vastgestelde termijn van tien jaar wordt deze omgezet in een gift. Als d estudie niet binnen die termijn wordt gehaald moet de prestatiebeurs worden terugbetaald.
Bijverdienen
Een student kan beslissen om naast de studie te gaan werken. In 2010 mag een
student naast de studiefinanciering € 13.215,83 bijverdienen. Iemand die meer
dan dit bedrag verdient, kan volgens de overheid in het eigen onderhoud
voorzien. Dan moet de student zijn
studiefinanciering
stopzetten. Meer informatie hierover vindt u op de website van DUO.
Aanvraag van studiefinanciering
Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is verantwoordelijk
voor de aanvraag en betaling van studiefinanciering. De aanvraag moet minstens
drie maanden voor aanvang van de studie plaatsvinden. Het is niet mogelijk om
studiefinanciering te krijgen over maanden in het verleden.
Voor uitgebreide informatie over de
aanvraagprocedure en de aanvraag kunt
u terecht op de website van DUO .
Terugbetalen
Een studieschuld kan bestaan uit:
- een rentedragende lening
- prestatiebeurs die (nog) niet is omgezet in een gift
- te veel ontvangen studiefinanciering die niet meteen is terugbetaald
- collegegeldkrediet.
Meer informatie over
het aflossen van een
studieschuld is te vinden op de website van DUO.
Voortijdig stoppen eerste jaar
Een student die vóór 1 februari van het eerste studiejaar besluit te stoppen,
hoeft de al uitbetaalde prestatiebeurs niet terug te betalen. Deze wordt omgezet
in een gift. Dit biedt de deelnemer de mogelijkheid om studiekeuzes tijdig te
corrigeren.
Financiële problemen bij studieschuld
Wie bij terugbetalen van de studieschuld in financiële problemen dreigt te
komen, kan een draagkrachtmeting aanvragen. Bij de draagkrachtmeting bepaalt DUO
aan de hand van het inkomen, en dat van een eventuele partner, hoeveel de
deelnemer terug moet betalen. Op die manier kan het maandbedrag worden verlaagd.
De
voorwaarden voor het verlagen
van het maandbedrag zijn te vinden op de website van DUO. Hier wordt ook
uitgelegd hoe de verlaging kan worden aangevraagd.
Aanpak misbruik uitwonendenbeurs
Om het misbruik van de uitwonendenbeurs aan te pakken is het actieplan
'
Misbruik uitwonendenbeurs'
opgesteld. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Dienst
Uitvoering Onderwijs (DUO) en gemeenten werken samen om effectief te kunnen
optreden tegen misbruik van de uitwonendenbeurs. De Wet Studiefinanciering 2000
zal hiervoor worden aangepast.
In samenwerking met de Sociale Inlichtingen- en OpsporingsDienst (SIOD) heeft
DUO risicoprofielen ontwikkeld, waardoor zeer gericht toezicht kan worden
gehouden. Ook kan de wet hierdoor beter worden gehandhaafd. De controle en het
huisbezoek zal door gemeentelijke ambtenaren en sociale rechercheurs worden
uitgevoerd. Wanneer zij fraude constateren, kan de teveel ontvangen
studiefinanciering worden teruggevorderd.
Meer informatie over de
controle en
het huisbezoek is te vinden op de website van DUO.