Inhoud van het hoger onderwijs
Onderwijsinstellingen zijn wettelijk verplicht een Onderwijs- en examenregeling (OER) vast te leggen. Ook geven zij de studielast aan door studiepunten toe te kennen.
In de OER staat onder meer informatie over:
- de inhoud van de opleiding en de examens;
- de voltijds, deeltijds en duale inrichting van het onderwijs. Bij een duale opleiding combineert de student werken en leren;
- de inhoud van afstudeerrichtingen;
- de inhoud en methode van praktische onderwijsvormen, zoals werkgroepen en stages;
- de studielast en studiepunten;
- de kennis, het inzicht en de vaardigheden die een student moet hebben wanneer de studie is afgerond;
- hoe de studievoortgang wordt bewaakt en de individuele studiebegeleiding is geregeld;
- de wijze waarop tentamens worden afgelegd (bijvoorbeeld mondeling of schriftelijk) en wat de mogelijkheden zijn voor herkansingen;
- de wijze waarop lichamelijk of zintuiglijk gehandicapte studenten redelijkerwijs in de gelegenheid worden gesteld de tentamens af te leggen.
Bachelor-masterstructuur
De bachelor-masterstructuur verdeelt het hoger onderwijs in de bachelorfase en de masterfase. De bachelor duurt aan het hoger beroepsonderwijs (hbo) 4 jaar en aan het wetenschappelijk onderwijs (wo) 3 jaar. Na de bachelorfase kan een student een master volgen, die zowel aan het hbo als aan het wo minimaal 1 jaar duurt.
Meer informatie staat bij Wat is de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs.
Studielast hoger onderwijs
Onderwijsinstellingen geven de studielast aan in studiepunten. Studenten moeten ieder jaar 60 studiepunten halen. Dit staat gelijk aan 1680 uren. De onderwijsinstelling geeft per vak aan hoeveel studiepunten een student krijgt en welke voorwaarden daaraan zijn verbonden. Deze studiepunten zijn gebaseerd op internationale afspraken over het European Credit Transfer System (ECTS).
Het gebruik van ECTS stimuleert dat studenten na hun bacheloropleiding makkelijker kunnen doorstromen naar een masteropleiding van een andere onderwijsinstelling.
Bindend studieadvies (BSA)
Universiteiten en hogescholen kunnen een bindend studieadvies geven aan het eind van het eerste jaar van de propedeutische fase.
De student met een negatief studieadvies mag de studie niet hervatten. Soms is het dan niet mogelijk een studie met dezelfde propedeuse aan een andere onderwijsinstelling te volgen. Het negatieve studieadvies wordt bijvoorbeeld gegeven als een student niet voldoende studiepunten in een jaar haalt.
Voordat het bestuur van de hogeschool of universiteit een student negatief adviseert, moet deze eerst een waarschuwing geven aan de student. Hierbij wordt aangegeven op welke termijn de student tot betere studieresultaten moet komen. Ook moet het bestuur een gesprek aangaan met de student. Daarbij moet rekening worden gehouden met persoonlijke omstandigheden die de prestaties kunnen beïnvloeden.
De regels en procedure van dit bindend studieadvies zijn vastgelegd in het Onderwijs- en examenreglement van de instelling.