Huurbescherming
Huurbescherming betekent dat de verhuurder niet zomaar de huur op kan zeggen. Ook huurders met geliberaliseerde huurcontracten hebben huurbescherming.
Regels bij opzeggen huur
Als de afgesproken huurperiode afloopt, of als de verhuurder de huur
tussentijds wil opzeggen, heeft de huurder huurbescherming.
De verhuurder moet een wettelijke reden hebben om de huur op te zeggen. Hij moet
schriftelijk opzeggen, minimaal 3 maanden van te voren. Vervolgens moet de
huurder akkoord gaan. Gebeurt dat niet, dan loopt het huurcontract gewoon door.
De verhuurder kan dan naar de rechter stappen om het huurcontract te laten
ontbinden.
Als de huurder zelf wil vertrekken, moet deze de huur opzeggen binnen de
opzegtermijn. Lees meer:
- Wat is huurbescherming en heb ik huurbescherming?
- Wanneer mag mijn verhuurder het huurcontract opzeggen?
- Hoe moeten huurder en verhuurder de huur opzeggen?
Wel huurbescherming
Wie een huis, appartement of kamer huurt, heeft huurbescherming. Dit geldt
ook voor huurders met een geliberaliseerd
huurcontract. Medehuurders, medebewoners en onderhuurders hebben ook
huurbescherming. Ook wie een woonwagen of woonwagenstandplaats huurt heeft
huurbescherming.
Er gelden speciale regels voor hospitakamers, studenten en voor tijdelijke huur.
De verhuurder kan dan soms makkelijker opzeggen. Lees meer:
- Heb ik huurbescherming als ik een kamer huur bij iemand in huis (hospitakamer)?
- Mag ik na mijn studie in mijn studentenwoning blijven wonen?
- Kan ik mijn woning tijdelijk verhuren?
Geen huurbescherming
Bewoners van woonboten, winkelwoningen, dienstwoningen, recreatiewoningen en
kamers in verzorgingshuizen hebben geen huurbescherming. Bewoners van deze
woningen kunnen bij geschillen met de verhuurder advies vragen bij het
Juridisch Loket.