Huurbescherming

Huurbescherming betekent dat de verhuurder niet zomaar de huur op kan zeggen. Ook huurders met geliberaliseerde huurcontracten hebben huurbescherming.

Regels bij opzeggen huur

Als de afgesproken huurperiode afloopt, of als de verhuurder de huur tussentijds wil opzeggen, heeft de huurder huurbescherming.
De verhuurder moet een wettelijke reden hebben om de huur op te zeggen. Hij moet schriftelijk opzeggen, minimaal 3 maanden van te voren. Vervolgens moet de huurder akkoord gaan. Gebeurt dat niet, dan loopt het huurcontract gewoon door. De verhuurder kan dan naar de rechter stappen om het huurcontract te laten ontbinden.
Als de huurder zelf wil vertrekken, moet deze de huur opzeggen binnen de opzegtermijn. Lees meer:

Wel huurbescherming

Wie een huis, appartement of kamer huurt, heeft huurbescherming. Dit geldt ook voor huurders met een geliberaliseerd huurcontract. Medehuurders, medebewoners en onderhuurders hebben ook huurbescherming. Ook wie een woonwagen of woonwagenstandplaats huurt heeft huurbescherming.
Er gelden speciale regels voor hospitakamers, studenten en voor tijdelijke huur. De verhuurder kan dan soms makkelijker opzeggen. Lees meer:

Geen huurbescherming

Bewoners van woonboten, winkelwoningen, dienstwoningen, recreatiewoningen en kamers in verzorgingshuizen hebben geen huurbescherming. Bewoners van deze woningen kunnen bij geschillen met de verhuurder advies vragen bij het externe link: Juridisch Loket.