Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa)
Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) zijn infectieziekten die door seksueel contact kunnen worden overgedragen. Voorbeelden van soa’s zijn chlamydia, gonorroe, syfilis, genitale wratten en hiv.
In Nederland raken jaarlijks veel mensen geïnfecteerd met een soa. Sommige soa’s kunnen, als ze niet op tijd worden behandeld, ernstige gevolgen hebben. Door met een condoom te vrijen kan besmetting worden voorkomen.
Maatregelen tegen seksueel overdraagbare aandoeningen
De overheid neemt verschillende maatregelen om soa’s tegen te gaan. Zo voeren de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD) in opdracht van de overheid een actief testbeleid. Mensen uit risicogroepen kunnen zich daardoor gratis bij een soa-poli van de GGD laten testen op en behandelen tegen soa/hiv, zodat de infectie zo min mogelijk wordt overgedragen.
Daarnaast subsidieert de overheid, via het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM, organisaties als Soa Aids Nederland, Hiv Vereniging Nederland en het Schorer instituut voor homoseksualiteit, gezondheid en welzijn voor preventie van soa bij specifieke risicogroepen. Het soa-beleid van de overheid maakt onderdeel uit van het brede beleid op het gebied van gezonde seksualiteit.
Risicogroepen voor soa’s
Risicogroepen zijn:
- mensen met veel wisselende contacten;
- mannen die seks hebben met mannen;
- prostituees en prostituanten;
- mensen die afkomstig zijn uit een gebied waar veel HIV of andere soa’s voorkomen;
- mensen met een partner uit een van de genoemde groepen;
- jongeren onder de 25 jaar.