Vraag en antwoord

Welke maatregelen neemt de overheid om besmetting van Q-koorts tegen te gaan?

De overheid heeft verschillende maatregelen genomen om de verspreiding van Q-koorts tegen te gaan. Deze maatregelen bestaan onder andere uit een meldplicht, een fokverbod, de vaccinatieplicht en hygiƫnemaatregelen. Het risico op Q-koorts is door de maatregelen verminderd, maar niet helemaal weg. Omdat de bacterie lang in het milieu kan overleven kunnen mensen nog steeds ziek worden.

Meldplicht bij Q-koorts

Voor alle melkgeitenhouders, melkschapenhouders en dierenartsen geldt een meldplicht aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bij een vermoeden van Q-koorts. Zo kan een afwijkend aantal gevallen van abortus duiden op Q-koorts.

Vaccinatie tegen Q-koorts bij geiten en schapen

Houders van melkgeiten, melkschapen, schapen en geiten op bedrijven met een publieksfunctie (zoals zorgboerderijen en kinderboerderijen) moeten hun dieren jaarlijks tussen 1 januari en 1 augustus laten vaccineren tegen Q-koorts.

Houders van andere geiten en schapen kunnen hun dieren vrijwillig laten vaccineren. Het vaccin is er alleen voor geiten en schapen. Er is geen vaccin tegen Q-koorts voor andere (huis)dieren.

Tankmelkonderzoek op Q-koorts

Alle houders van meer dan 50 melkgeiten of melkschapen zijn verplicht 1 keer per maand een tankmelkmonster te laten onderzoeken op de Q-koorts bacterie. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). Voor bedrijven die besmet zijn, blijft de monitoring van de tankmelk eens per 2 weken. Tijdens de laatste weken van de dracht en tijdens het lammerseizoen worden alle bedrijven eens per 2 weken gemonitord.

Bij het tankmelkonderzoek wordt een monster uit de melktank gecontroleerd op de aanwezigheid van de Q-koortsbacterie. Als het monster 2 keer positief is, wordt het bedrijf door de NVWA besmet verklaard.

Drachtige dieren op bedrijven

Alle drachtige dieren op besmette bedrijven zijn tijdens de lammerperiode in 2010 geruimd. Na vaccinatie van alle melkgeiten en melkschapen is het algemene fokverbod voor dieren op niet-besmette bedrijven opgeheven. Als deze dieren drachtig worden, vormen ze geen risico. Via controles worden ze in de gaten gehouden.

Bedrijven waar ook bezoekers komen, zoals kinderboerderijen en dierentuinen, moeten hun drachtige dieren tijdens het lammeren afzonderen van het publiek.

Fokverbod bij Q-koorts

Op bedrijven die voor 1 juni 2010 besmet zijn verklaard, geldt voor achtergebleven geiten en schapen een levenslang fokverbod. Op bedrijven die na 1 juni 2010 besmet zijn verklaard, geldt alleen een levenslang fokverbod als niet voor alle dieren op het moment van besmetverklaring aan de vaccinatieplicht is voldaan (voor de dracht volledig gevaccineerd). Dieren die geen levenslang fokverbod hebben, mogen worden gedekt.

Zie ook