Octrooi
Een
putdeksel, bestaande uit een ijzeren
bovendeel en een daaraan verbonden betonnen bak. Of een multifunctionele
wandelwagen, die ouders in alle mogelijke
standen kunnen zetten. Nederland kent duizenden uitvindingen die beschermd zijn
met een octrooi. Dit is het recht om als enige te profiteren van een
uitvinding.
Beschermen van een uitvinding
Octrooi is in het buitenland beter bekend als patent. Jaarlijks komen in
Nederland tussen 2.000 en 3.000 aanvragen binnen bij Agentschap NL divisie
NL Octrooicentrum.
Het octrooi beschermt een uitvinding voor maximaal 20 jaar. In die tijd mag de houder zijn concurrenten verbieden om de technologie te kopiëren of commercieel toe te passen. Zo krijgt het bedrijf de mogelijkheid om de investeringen voor de ontwikkeling terug te verdienen. Door octrooien uit te geven maakt de overheid het dus aantrekkelijk voor bedrijven om te blijven innoveren.
Een papieren octrooiaanvraag in Nederland kost € 120. Wie zijn
octrooiaanvraag online indient, betaalt € 80. Vanaf het derde jaar nadat de
aanvraag is ingediend, moet de uitvinder een instandhoudingtaks betalen om het
octrooi in stand te houden. Uitvinders kunnen een octrooi aanvragen via de
website van
NL
Octrooicentrum.
Database voor octrooien
Wanneer het octrooi is toegekend wordt de technologie openbaar gemaakt in de
octrooiliteratuur.
Bedrijven kunnen deze database gebruiken om hun eigen R&D beleid uit te
zetten. Bijvoorbeeld door te checken of de technologie die zij willen
ontwikkelen al door een concurrent is geregistreerd. Ondernemers gebruiken de
octrooiliteratuur soms ook om uit te zoeken welke concurrenten al speur- en
ontwikkelingswerk verrichten naar een bepaalde techniek.
Rijksoctrooiwet 1995
De
Rijksoctrooiwet 1995 bepaalt aan
welke regels uitvindingen moeten voldoen om bescherming te krijgen. De wet is
mede bepaald door internationale verdragen, zoals het Europees Octrooiverdrag
van München en de Europese richtlijn Handhaving Intellectuele Eigendomsrechten.
In de Rijksoctrooiwet staat onder andere dat alle aanvragers een octrooi krijgen voor maximaal 20 jaar. Uitvinders mogen hun aanvraag in het Nederland of in het Engels indienen. Hierdoor kunnen zij besparen op de vertaalkosten, wanneer zij hun octrooiaanvraag in een Engelstalige octrooiprocedure voortzetten. De conclusies moeten Nederlandstalig zijn.
Economische Zaken, Lanbouw en Innovatie verantwoordelijk
Het ministerie van Economische Zaken, Lanbouw en Innovatie (EL&I) is verantwoordelijk voor het beleid en de regelgeving op het gebied van octrooien. EL&I brengt het Nederlandse standpunt in bij de Europese Unie, het Europees Octrooi Bureau en de Wereldorganisatie Intellectuele Eigendom (WIPO). NL Octrooicentrum voert het beleid namens EL&I uit.
Octrooi in het buitenland
Het octrooi is een nationaal recht. Een uitvinder die zijn product buiten Nederland wil beschermen, moet daarvoor aanvullende octrooien aanvragen. Het Europees Octrooiverdrag (EOV) regelt de aanvraag en verlening van octrooien voor meerdere Europese landen. De procedure duurt gemiddeld vier jaar, waarin een uitvinding wordt getoetst op nieuwheid, inventiviteit en industriële toepasbaarheid. De aanvraag resulteert in een bundel nationale octrooien. Regionale octrooiaanvragen zijn ook mogelijk in Afrika, Zuidoost-Azië, en een deel van de voormalige Sovjet-Unie.
Het
Verdrag tot
samenwerking inzake octrooien (Patent Coorperation Treaty/PCT) van 1970
maakt het mogelijk om een wereldwijd octrooi aan te vragen. In tegenstelling tot
de Europese verleningsprocedure krijgt de ondernemer niet direct een octrooi.
Het zou onbetaalbaar zijn om een octrooi aan te vragen in alle 138 landen die
aangesloten zijn bij het PCT-verdrag. Daarom krijgen ondernemers dertig maanden
de tijd om te beslissen in welke delen van de wereld zij een octrooi willen
hebben. De World Intellectual Property Organisation (WIPO) voert het verdrag
uit.