Gemeenschappelijk cultureel erfgoed
Nederland heeft een rijke historie en een gemeenschappelijk verleden met talloze landen waaronder Suriname, Zuid-Afrika, Indonesië en Rusland. Vandaar dat een deel van het Nederlandse verleden wereldwijd verspreid is en de historie van andere landen ook in Nederland ligt.
Voorbeelden van cultureel erfgoed zijn archieven, historische gebouwen, schilderijen en restanten van VOC-schepen. Met een aantal landen heeft de Rijksoverheid overeenkomsten gesloten om het gezamenlijke verleden in stand te houden en zichtbaar te maken.
Belang gemeenschappelijk cultureel erfgoed
Het in stand houden en zichtbaar maken van het gemeenschappelijk cultureel erfgoed draagt bij aan:
- begrip van het verleden, heden en de toekomst van landen
- sterkere onderlinge relaties en vruchtbare samenwerkingsverbanden: ook op andere vlakken zoals de uitwisseling van hedendaagse kunst
- een sterkere culturele identiteit
- herkenbaarheid en kwaliteit van leefomgeving
Prioriteitslanden gemeenschappelijk cultureel erfgoed
Om het beleid voor gemeenschappelijk cultureel erfgoed uit te kunnen voeren, stellen het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het ministerie van Buitenlandse Zaken sinds 2009 gezamenlijk € 2 miljoen per jaar beschikbaar. Om dit geld zo effectief mogelijk in te zetten, is het beleid gericht op een aantal prioriteitslanden: Brazilië, Ghana, India, Indonesië, de Russische Federatie, Sri Lanka, Suriname en Zuid-Afrika.
Van de € 2 miljoen per jaar gaat:
- € 1 miljoen per jaar naar de Nederlandse ambassades in de prioriteitslanden;
- jaarlijks € 1 miljoen naar de Nederlandse rijksdiensten voor het culturele erfgoed.