Internationaal Strafhof
Het Internationaal Strafhof in Den Haag vervolgt mensen voor de meest gruwelijke misdaden, oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide.
Misdrijven waarover het Strafhof zich uitspreekt
Het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag is in 2002 opgericht om mensen
die een oorlogsmisdaad hebben begaan op te sporen en te vervolgen. In dat jaar
ondertekenden 60 landen het
Statuut van Rome.
In het Statuut staan 4 misdrijven waarover het Strafhof rechtsmacht heeft. Daarbij gaat het om:
- Genocide. Het internationale recht stelt handelingen strafbaar die zijn gericht op het uitroeien van bepaalde nationale, etnische en religieuze groepen.
- Misdrijven tegen de menselijkheid. Hieronder vallen onder meer misdrijven als moord, deportatie, marteling en verkrachting. Dit worden misdrijven tegen de menselijkheid als ze onderdeel zijn van een grote wijdverspreide of systematische schending die gericht is tegen een bevolkingsgroep. Het Internationaal Strafhof vervolgt deze misdrijven ook als ze niet tijdens oorlogen plaatsvinden.
- Oorlogsmisdaden. Dit zijn bijvoorbeeld marteling, verminking, lijfstraffen, het nemen van gijzelaars en daden van terrorisme. Hieronder vallen ook schendingen van de menselijke waardigheid, zoals verkrachtingen en gedwongen prostitutie, plundering en terechtstellingen zonder proces. Oorlogsmisdaden vinden, in tegenstelling tot misdrijven tegen de menselijkheid, altijd plaats tijdens oorlogen.
- Agressie. De bij het statuut aangesloten landen hebben over dit misdrijf nog geen overeenstemming bereikt. Het Strafhof zal dit ook pas kunnen vervolgen als deze landen het eens zijn geworden over de definitie en strafmaat voor agressie. Dat kan pas op zijn vroegst gebeuren op de eerste herzieningsconferentie 7 jaar na de inwerkingtreding van het Statuut (2009).
Bevoegdheden van het strafhof
Het Internationaal Strafhof is alleen bevoegd om een uitspraak te doen over een misdrijf als:
- het land waar het misdrijf is gepleegd het Statuut van Rome heeft ondertekend;
- het land waar de dader vandaan komt het Statuut van Rome heeft ondertekend.
Als geen van beide landen dit statuut heeft ondertekend, kan het Internationaal Strafhof wel bevoegd zijn.
Het Hof kan zijn bevoegdheid alleen uitoefenen wanneer het nationaal gerechtshof niet in staat of niet bereid is dat te doen. Daarnaast heeft het Strafhof alleen rechtsmacht over misdrijven die zijn begaan ná de inwerkingtreding van het Statuut (1 juli 2002).
Een zaak voorleggen aan het strafhof
Er zijn verschillende partijen die een zaak kunnen voorleggen aan het Internationaal Strafhof. Dit zijn:
- elk land dat het Statuut heeft ondertekend. Daarbij maakt het niet uit of het land betrokken is bij het vermeende misdrijf;
- de aanklager van het Strafhof;
- de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.
De Veiligheidsraad mag bepaalde zaken voor een beperkte tijd tegenhouden. Dat kan als de raad vindt dat deze procedures een belemmering vormen voor uitoefening van haar bevoegdheden.
Lopende onderzoeken
Het Internationaal Strafhof heeft in 2010 een aantal formele onderzoeken lopen. Deze onderzoeken hebben betrekking op de situaties in Sudan, Uganda, de Democratische Republiek Congo (DRC) en de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR) en Kenia.
Een overzicht van
lopende onderzoeken naar
genocide, oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid is te
vinden op de website van het Internationaal Strafhof.