Voorgeschiedenis

Op 20 maart 2003 begon de militaire actie van Amerikaanse en Britse legertroepen tegen het regime van Saddam Hoessein. De actie volgde nadat Irak verschillende resoluties van de Veiligheidsraad over de ontwapening van het land naast zich had neergelegd.

Irak en de Veiligheidsraad

Na afloop van de Golfoorlog in 1991 sprak de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) zich in meerdere resoluties uit voor de ontwapening van Irak.

Op 3 april 1991 nam de Veiligheidsraad resolutie 687 aan, die eiste dat Irak al zijn biologische, chemische en nucleaire wapens onder internationaal toezicht vernietigt. Daarnaast moest Irak alle programma's voor de ontwikkeling van massavernietigingswapens stopzetten. Ook mocht Irak geen raketten bezitten met een bereik groter dan 150 kilometer en werden de economische sancties tegen Irak aangescherpt.

Om te controleren of Irak zich aan de eisen van resolutie 687 hield, richtte de Veiligheidsraad UNSCOM (United Nations Special Commission on Iraq) op. Het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) kreeg de opdracht toe te zien op de beƫindiging van het nucleaire wapenprogramma.

Samen stuurden deze VN-organisaties teams van wapeninspecteurs naar Irak. Door de jaren heen werkte Irak de inspectieteams tegen. Dit leidde ertoe dat nog verschillende nieuwe resoluties van de Veiligheidsraad werden aangenomen, waarin Irak werd opgeroepen mee te werken aan de uitvoering van 687 en met de wapeninspecteurs. Uiteindelijk trok UNSCOM zich in 1998 terug. Een jaar later werd op basis van resolutie 1284 een nieuw inspectieteam UNMOVIC (United Nations Monitoring, Verification and Inspection Commission) gevormd.

Op 8 november 2002 nam de Veiligheidsraad resolutie 1441 aan. Irak kreeg daarin een laatste kans zich te ontwapenen en de inspecteurs onbelemmerde toegang te verlenen. De resolutie stelde dat weigering voor Irak 'ernstige gevolgen' zal hebben. Op 27 november 2002 startte UNMOVIC onder leiding van de Zweedse VN-diplomaat Blix nieuwe inspecties.

Uit de verslagen van Blix (UNMOVIC) en el-Baradei (IAEA) over het verloop van de inspecties kwam naar voren dat er ontevredenheid was over het aangeleverde informatiemateriaal en de mate van medewerking door de Irakese autoriteiten. Bewijzen voor het al dan niet bestaan van massavernietigingswapensprogramma's werden niet gevonden. Een aantal landen in de Veiligheidsraad wilde de wapeninspecteurs begin maart 2003 meer tijd geven. Met name de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk vonden dat Irak de 'laatste kans' had verspeeld. Kort daarop, op 20 maart 2003, begonnen beide landen de aanval op Irak.

Nederlandse standpunt

De Nederlandse regering heeft steeds steun gegeven aan het streven om het Irakese regime 'via het VN-spoor' onder druk te zetten om mee te werken aan de verschillende Veiligheidsraadresoluties.

Nadat duidelijk werd dat in de Veiligheidsraad geen overeenstemming kon worden bereikt, en daarmee een militair optreden door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk onafwendbaar leek, besloot het kabinet een oorlog tegen Irak wel politiek, maar niet militair te steunen.

Volgens het kabinet ontbrak een breed draagvlak in het parlement en de samenleving voor militaire deelname door Nederland.

Stabilisatiemacht SFIR

Op 20 maart 2003 begon de militaire actie van Amerikaanse en Britse legertroepen tegen het regime van Saddam Hoessein.

In de periode direct na de oorlog in Irak wilde de Nederlandse regering:

  • een zo kort mogelijke duur van de fase van militair bestuur;
  • maximale en tijdige betrokkenheid van de Irakezen zelf;
  • een centrale rol van de VN bij de internationale betrokkenheid bij de reconstructie van Irak.

Het kabinet besloot op 6 juni 2003 op verzoek van de Verenigde Naties met 1100 militairen bij te dragen aan de stabilisatiemacht SFIR. De Tweede Kamer verleende op 26 juni 2003 steun aan dit kabinetsbesluit. De uitgezonden militairen werden gestationeerd in de zuidelijke provincie al-Muthanna en bleven daar tot maart 2005.

Meer informatie over de Nederlandse bijdrage aan de SFIR vindt u in het onderdeel Missies.