De jeugdmonitor: waarom
Diverse organisaties verzamelen gegevens over kinderen en jongeren. Met de Jeugdmonitor zijn al die gegevens samengevoegd. Daarmee geeft de Jeugdmonitor een duidelijk beeld van de situatie waarin kinderen en jongeren leven.
Informatie over de jeugd
De
landelijke jeugdmonitor bevat onder meer
informatie over:
- gezinssituatie van jongeren (eenoudergezin, bijstandsgezin);
- gezondheid en welzijn (drugsgebruik, alcoholgebruik);
- onderwijs (welk diploma, zonder diploma van school);
- arbeid (baan, werkloos, uitkering);
- justitie (dader misdrijf, slachtoffer, reclassering).
Voor mensen die werken aan het jeugdbeleid biedt de jeugdmonitor een bron aan informatie over de jeugd en over de effecten van het beleid. De ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Veiligheid en Justitie hebben opdracht gegeven aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) om de jeugdmonitor op te zetten.
De site wordt regelmatig aangevuld met nieuwe cijfers en publicaties. Bezoekers kunnen gegevens gratis downloaden voor eigen gebruik.
De komende jaren wordt de Jeugdmonitor uitgebreid met nieuwe cijfers en toepassingen. Vooral de presentatie van gemeentelijke cijfers krijgt meer aandacht.
Onderwerpen in jeugdmonitor
De jeugdmonitor bevat gegevens over 65 onderwerpen in de volgende gebieden:
- bevolking
- gezondheid en welzijn
- justitie
- onderwijs
- arbeid
Zo is antwoord te krijgen op vragen als:
- Hoeveel meldingen van kindermishandeling waren er in een bepaalde periode?
- Hoeveel kinderen roken er?
- Hoeveel kinderen hebben overgewicht?
- Hoeveel kinderen zitten op het mbo?
De gegevens zijn zoveel mogelijk uitgesplitst naar geslacht, leeftijd en afkomst van de jongeren. Sommige gegevens zijn bovendien uitgesplitst naar provincies of gemeenten.
Naast kant-en-klare overzichten kunnen mensen ook zelf zoeken naar andere gegevens en zelf tabellen samenstellen in de Jeugddatabase.
Voorbeelden uit de jeugdmonitor
Enkele feiten en cijfers uit de 2e kwartaalrapportage van 2009:
- In Nederland volgen relatief veel jongeren een opleiding vergeleken met andere Europese landen.
- Minder jongeren dan gemiddeld in de EU verlaten het onderwijs zonder startkwalificatie.
- Een groot deel van de Europese jongeren van 15 tot 25 jaar gaat naar school. In de EU volgde in 2006/’07 gemiddeld 60% van de 15- tot 25-jarigen een opleiding. In Nederland was dat 68%.
- Van de 18- tot 25-jarigen in de EU-15 beschikte 17% in 2007 niet over een startkwalificatie, het minimale niveau dat nodig is om een baan te vinden (een havo- of vwo-opleiding of basisberoepsopleiding (mbo niveau 2)). Dat was in 2000 nog 20%. In Nederland daalde het percentage van 16 (2000) naar 12 (2007). Finland is koploper met 8% voortijdige schoolverlaters.
- De EU telt 140 miljoen jongeren (tussen 0 en 25 jaar). Dat is 28% van totale bevolking van de EU (2008). In Nederland is 30% van de inwoners nog geen 25 jaar, in Duitsland 25%.