Kinderbescherming werkt aan betere hulpverlening

De overheid moet snel ingrijpen als hulp bij opvoeding nodig is. Daarom blijft de jeugdbescherming werken aan verbetering van de hulpverlening, zoals kortere wachttijden.

Verbeteringen in de kinderbescherming

De overheid werkt samen met betrokken organisaties aan verbetering van de zorg in de jeugdbescherming. Dat is belangrijk, want de jeugdbescherming is het laatste middel dat de overheid kan inzetten om een kind onbedreigd te laten opgroeien.

Resultaten

Tot nu toe zijn deze resultaten bereikt:

  • Een snellere besluitvorming

    De besluitvorming in de kinderbescherming vindt sneller plaats. Een gezinsvoogdijwerker moet zo snel mogelijk met een gezin aan de slag kunnen. Door verbeteringen in de organisatie van de jeugdbescherming, is de doorlooptijd verder ingekort. De gemiddelde doorlooptijd bedraagt nu 3 maanden.
  • Betere informatievoorziening

    Om een kinderbeschermingsmaatregel in te zetten is veel informatie nodig over het kind, het gezin en de situatie waarin zij zitten. Veel partijen werken samen in de jeugdbescherming. Zij hebben deze informatie nodig om goede en snelle besluiten te nemen. Hiervoor is een systeem ontwikkeld waarmee alle partijen bij de juiste, actuele informatie kunnen.
  • Meer aandacht en tijd voor kinderen

    Gezinsvoogdijwerkers moeten voldoende tijd hebben om een kind goed te helpen. Als een gezinsvoogdijwerker met een gezin aan de slag gaat, gebruikt hij de Deltamethode. Gezinsvoogden werken dan samen met het gezin en andere betrokkenen aan de problemen waar de ouders bij de opvoeding van hun kind tegenaanlopen. De aanpak moet ervoor zorgen dat de ondertoezichtstelling en eventuele uithuisplaatsing niet meer nodig is. Doel is dat het kind op een prettige manier in het gezin kan opgroeien en zich kan ontwikkelen. Sinds de invoering van deze methode werken gezinsvoogden met minder gezinnen tegelijkertijd: van gemiddeld 22 naar 15. Zo is er meer tijd voor de kinderen en hun ouders.