Vraag en antwoord

Hoe lang duurt een ondertoezichtstelling?

Een ondertoezichtstelling (ots) wordt voor maximaal 12 maanden opgelegd, maar de periode kan als het nodig is, verlengd worden. Ook is het mogelijk om een ots eerder te beëindigen.

Ondertoezichtstelling verlengen

De kinderrechter verlengt de ots als hij vindt dat de problemen nog niet zijn opgelost. Bij een eventuele verlenging moet de rechter kinderen van 12 jaar of ouder de gelegenheid geven hun mening te geven. De kinderrechter kan de ots alleen verlengen als daarom gevraagd is door:

  • het Bureau Jeugdzorg (de gezinsvoogdijinstelling);
  • een ouder;
  • iemand anders die het kind verzorgt en opvoedt, bijvoorbeeld een pleegouder;
  • de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad);
  • de officier van justitie.

Ondertoezichtstelling beëindigen

De ots eindigt wanneer:

  • niet om een verlenging wordt gevraagd;
  • de rechter het verzoek om verlenging afwijst;
  • de rechter op verzoek de ots beëindigt;
  • een kind meerderjarig wordt. De ots vervalt automatisch als het kind 18 jaar wordt en dus meerderjarig. Het kind kan dan toch nog langer hulp blijven krijgen wanneer hij dat zelf wil. Hierover kan de gezinsvoogd meer informatie geven. Pas wanneer iemand 23 jaar wordt, houdt deze hulp definitief op.

Duur voorlopige ondertoezichtstelling

Voorlopige ots mag niet langer dan 3 maanden duren. In die tijd onderzoekt de Raad de gezinssituatie en schrijft de Raad een rapport. Aan het einde van de voorlopige ots moet de kinderrechter beslissen of hij het kind voor langere tijd onder toezicht zal stellen. Tegen de beslissing tot een voorlopige ots is geen hoger beroep mogelijk. De gezagsbeperkende gevolgen van een voorlopige ots zijn dezelfde als van een gewone ots.

Meer informatie

Meer informatie vindt u in de brochure 'Als uw kind onder toezicht gesteld wordt'. Deze brochure vindt u op de website van de Raad voor de Kinderbescherming.