Vraag en antwoord
Wat is de overheid van plan met de ondertoezichtstelling van kinderen?
Kinderen moeten beter beschermd worden tegen ouders die er onvoldoende in slagen hun kind op een gezonde en evenwichtige manier op te voeden. Om dit te bereiken komt er een aanpassing in de kinderbeschermingswetgeving. Het moet voor de kinderbescherming eenvoudiger worden maatregelen te kiezen die het meest aansluiten bij de omstandigheden waarin het minderjarige kind zich bevindt.
Tijdstraject
Het gaat hier om voorgenomen beleid. De Tweede Kamer heeft zich tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel herziening kinderbeschermingsmaatregelen in februari 2011 hierover uitgesproken.
Tijdens de behandeling van het voorstel in de Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel op initiatief van Kamerleden een aantal wijzigingen ondergaan. Het woord ‘ernstig’ in de grond van ondertoezichtstelling (ots) is gehandhaafd. Dit maakt zichtbaar dat een kinderbeschermingsmaatregel, die ingrijpt in de rechten en plichten van de ouders, pas bij ernstige bedreigingen aan de orde kan zijn. Er is een nieuwe kinderbeschermingsmaatregel toegevoegd aan het wetsvoorstel: de maatregel van opgroei ondersteuning. Deze maatregel houdt in dat in het belang van het kind en als de situatie dat toelaat soms met een lichtere maatregel kan worden volstaan. Ten slotte is toegevoegd dat bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling eerst de ouders en/of anderen uit de sociale omgeving zelf in de gelegenheid worden gesteld een plan van aanpak op te stellen.
De inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is afhankelijk van goedkeuring door de Eerste Kamer en publicatie in het Staatsblad. De geplande inwerkingtreding van deze wet is 2013. Meer informatie in kamerstuk 32015.
Ondertoezichtstelling
De kinderrechter kan op verzoek het ouderlijk gezag op specifieke punten overdragen aan het Bureau Jeugdzorg als een kind uit huis is geplaatst. Denk hierbij onder andere aan aanmelding bij een onderwijsinstelling. Bovendien zal de kinderrechter in de ots-beschikking de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van het kind opnemen.
Maatregel beëindiging ouderlijk gezag
In plaats van de huidige 2 gezagsontnemende komt er 1 maatregel om het ouderlijk gezag te beëindigen. Voor deze nieuwe maatregel is instemming van de ouders niet vereist. Een ots zal vaak aan een gezagsbeëindiging voorafgaan. Maar als het bij het begin van het kinderbeschermingstraject vaststaat dat de ouders hun verantwoordelijkheid niet binnen een aanvaardbare termijn zullen kunnen waarmaken, kan direct de gezagsbeëindigende maatregel worden genomen. Bijvoorbeeld wanneer de ouders al jarenlang verslaafd zijn aan harddrugs en er weinig of geen aanwijzingen voor verbetering zijn.
Rechtspositie pleegouders
Na een jaar is voor uitplaatsing van een kind in het kader van een ots uit een pleeggezin toestemming van de kinderechter nodig; toestemming wordt afgewezen als kinderechter dit in het belang van het kind noodzakelijk oordeelt. Als het bureau jeugdzorg de voogdij heeft dan hebben pleegouders een blokkaderecht. Ook zijn in het wetsvoorstel nieuwe regels opgenomen over de verantwoording over de uitoefening van de voogdij aan de raad voor de kinderbescherming. Voortaan moet het Bureau Jeugdzorg ook over de uitoefening van de voogdij aan de Raad voor de Kinderbescherming verantwoording afleggen.
Gegevensuitwisseling instellingen jeugdzorg
Er komt een informatieplicht voor professionals om relevante informatie die zowel het kind als de ouder(s) of voogd kan betreffen, op verzoek van bureau jeugdzorg te verstrekken. Deze professionals hebben ook het recht deze informatie uit eigen beweging aan het bureau jeugdzorg te verstrekken. In beide gevallen geldt dat de toestemming van de ouders van wie het kind onder toezicht is gesteld niet vereist is.