Vraag en antwoord

Wat is uithuisplaatsing?

Uithuisplaatsing houdt in dat uw kind (tijdelijk) uit huis wordt geplaatst, bijvoorbeeld in een tehuis of pleeggezin.

Procedure uithuisplaatsing

In principe blijft uw kind tijdens de ondertoezichtstelling gewoon thuis wonen. Als het echter voor de verzorging en opvoeding van het kind noodzakelijk is, kan de gezinsvoogdijinstelling de kinderrechter toestemming vragen om uw kind dag en nacht uit huis te plaatsen. De rechter bekijkt of de uithuisplaatsing nodig is en bepaalt hoe lang die mag duren. Ook de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) kan de kinderrechter om een machtiging tot uithuisplaatsing verzoeken.

Duur uithuisplaatsing

De maximale periode van een uithuisplaatsing is 1 jaar. Als de gezinsvoogd vindt dat de uithuisplaatsing daarna verlengd moet worden, moet de rechter daar opnieuw toestemming voor geven. Meestal kunt u tijdens de uithuisplaatsing contact houden met uw kind. Maar de gezinsvoogd kan ook in het belang van uw kind besluiten dat er geen contact mogelijk is.

Beëindiging uithuisplaatsing

Als de machtiging niet wordt verlengd, dan moet de uithuisplaatsing worden beëindigd. Een uithuisplaatsing kan ook door de gezinsvoogdijinstelling worden beëindigd. Hiervan brengt de instelling de Raad op de hoogte. Ook de (pleeg)ouders en de minderjarige van 12 jaar en ouder kunnen de gezinsvoogdijinstelling verzoeken de voorwaarden van uithuisplaatsing te wijzigen. Ook kunnen zij de kinderrechter vragen de machtiging geheel of gedeeltelijk in te trekken of de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing te bekorten.

Meer informatie

Meer informatie vindt u in de brochure 'Als uw kind onder toezicht gesteld wordt'. Deze brochure vindt u op de website van de Raad voor de Kinderbescherming.