Rol van gemeenten bij kinderopvang
Gemeenten zijn op basis van de Wet kinderopvang verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van de kwaliteit van de kinderopvang. Sinds 2012 is het toezicht verscherpt op nieuwe opvanglocaties en op locaties die in het verleden minder goed presteerden.
Toezicht kwaliteit kinderopvang
Gemeenten zijn wettelijk
verantwoordelijk voor het toezicht op de
kwaliteit van de kinderopvang en op de handhaving daarvan. Ook zijn zij
verantwoordelijk voor de kwaliteit van de gegevens van het
Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP).
Meer geld voor strenger toezicht kinderopvang
Sinds 1 januari 2012 gelden strengere eisen voor toezicht en handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen. Vanaf 2012 trekt het kabinet € 13 miljoen per jaar extra uit, zodat gemeenten de kwaliteit van kinderopvang nog beter kunnen controleren.
GGD voert toezicht op kinderopvang uit
De GGD voert in opdracht van de gemeenten het toezicht op kinderopvangorganisaties uit. De GGD houdt vooral strenger toezicht op locaties die in het verleden minder goed of slecht presteerden. Ook nieuwe locaties worden strenger gecontroleerd.
Beoordeling aanvragen tot exploitatie
De gemeente beoordeelt alle aanvragen tot exploitatie van
kindercentra, gastouderbureaus, gastouders en peuterspeelzalen. De gemeente
is verplicht om binnen 10 weken na de aanvraag een besluit te nemen. Deze
termijn kan worden opgeschort als de aanvraag niet compleet is. Als de termijn
van 10 weken door de gemeente wordt overschreden, vindt registratie in het LRKP
plaats op basis van
Lex Silencio Positivo.
Het besluit is dan van rechtswege gegeven.
Als de aanvraag compleet is, geeft de gemeente de GGD opdracht voor inspectie. Doorgaans volgt de gemeente het advies van de GGD om een kinderopvangvoorziening of peuterspeelzaal wel of niet op te nemen in het LRKP.
Beoordeling over de opvangvoorziening
De gemeente kan ook aan de hand van andere regelgeving, op het gebied van bijvoorbeeld de brandveiligheid of het bestemmingsplan, een besluit nemen over de exploitatie van een opvangvoorziening. Als de exploitatie niet meer kan plaatsvinden, bijvoorbeeld vanwege het bestemmingsplan, kan de gemeente de registratie alsnog weigeren of ongedaan maken.
Bezwaar bij negatieve beoordeling
De houder (ondernemer) van een kinderopvangorganisatie kan binnen 6 weken bewaar aantekenen tegen een negatieve beschikking. Het bezwaar schort het besluit echter niet op. De gemeente neemt binnen 6 weken een besluit over het bezwaar. Als er een bezwaarcommissie is gevormd, is de termijn voor het besluit 12 weken.
De houder kan bij de bestuursrechter in beroep gaan tegen het besluit over het bezwaar van de gemeente. Vanaf het moment dat de negatieve beschikking is afgegeven, vervalt het recht op kinderopvangtoeslag. Als de aanvrager in het gelijk wordt gesteld, wordt hij of zij met terugwerkende kracht ingeschreven in het LRKP.
Uitschrijven uit het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen
Als de gemeente besluit om een voorziening voor kinderopvang te verwijderen uit het LRKP, moet de gemeente dit publiceren in een lokaal dagblad, nieuwsblad of huis-aan-huisblad (dit geldt niet voor gastouders). De gastouders van een gastouderbureau dat wordt verwijderd, hebben 4 maanden de tijd om zich bij een ander bureau aan te sluiten. Doen zij dit niet, dan wordt ook hun registratie in het LRKP beëindigd.