Internationale klimaatafspraken

Nederland is betrokken bij verschillende internationale afspraken over de aanpak van het broeikaseffect. Daarbij is de inzet van het kabinet een mondiaal en Europees klimaatbeleid dat haalbaar en betaalbaar is.

Europese afspraken over klimaatverandering

De landen van de Europese Unie hebben afgesproken om in 2020 in ieder geval 20% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. De sectoren die deelnemen aan het emissiehandelssysteem moeten in 2020 21% minderen ten opzichte van 2005. Voor de sectoren die daar niet onder vallen, geldt per land een aparte doelstelling. Voor Nederland is deze reductiedoelstelling vastgesteld op 16% in 2020 (ten opzichte van 2005).

Binnen Europa zijn tegelijkertijd afspraken gemaakt over hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, en stimuleert de EU bijvoorbeeld ook technologieën zoals de externe link: ondergrondse opslag van CO2 (CCS).

VN-Klimaatverdrag

Het externe link: Klimaatverdrag uit 1992 stelt dat klimaatverandering moet worden beperkt, zodat ecosystemen zich kunnen aanpassen, de voedselvoorziening geen gevaar loopt en duurzame ontwikkeling kan plaatsvinden. Het verdrag verplicht  landen onder meer tot het voeren van een klimaatbeleid, samenwerking bij wetenschappelijk onderzoek en duurzaam beheer van bossen

Kyoto Protocol

Het externe link: Kyoto Protocol werd externe link: in 1997 getekend en trad in 2005 in werking. 37 landen verplichtten zich hun uitstoot van broeikasgassen in 2012 met gemiddeld 5,2% te verminderen ten opzichte van 1990. Nederland moet 6% minder uitstoten.

Om de nationale doelstelling uit het Kyoto Protocol te halen kan de binnenlandse uitstoot van broeikasgassen worden verminderd. Maar ook reducties uit het buitenland kunnen meetellen. Daarvoor heeft het Kyoto-protocol 3 middelen gecreëerd:

  • Emissiehandel. Elk land mag een bepaalde hoeveelheid CO2-equivalenten uitstoten. Als een land de binnenlandse maatregelen te duur vindt kan het emissierechten kopen in een ander land.
  • Clean Development Mechanism (CDM). Met het CDM betalen landen met een broeikasgasdoelstelling voor projecten die de uitstoot van broeikasgassen beperken in ontwikkelingslanden (die geen doelstelling hebben). Bijvoorbeeld de toepassing van schone technologieën of herbebossing. De emissiereductie van het project mag het investerende land aftrekken van de eigen CO2-uitstoot. Er moet wel aangetoond worden dat de emissiereductie zonder de investering niet zou hebben plaatsgevonden,
  • Joint Implementation. Daarbij werken 2 landen die allebei een reductiedoelstelling hebben samen aan projecten om de uitstoot te beperken in een van beide te verminderen. Joint implementation is bijna hetzelfde als Clean Development Mechanism. Het verschil is dat joint implementation plaatsvindt in landen die wél een reductiedoelstelling hebben in het kader van het Kyoto-protocol.

Afspraken over CO2-uitstoot na 2012

Jaarlijks is er een conferentie van de landen die het VN-Klimaatverdrag hebben ondertekend. De afgelopen jaren was daarbij een belangrijke vraag wat er moet gebeuren als in 2012 de verplichting uit het Kyoto Protocol afloopt om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Tot nieuwe afspraken over emissiebeperkingen van broeikasgas hebben ze nog niet geleid.

VN-klimaatconferentie Cancún

De laatste VN-klimaatconferentie vond in 2010 plaats in externe link: Cancún (Mexico). Daar zijn de contouren vastgelegd van een nieuwe mondiale klimaatovereenkomst (de zogenoemde Cancun Agreements). Zo mag de wereldwijde temperatuurstijging niet hoger uitkomen dan 2 graden. Ook komt er vanaf 2020 een speciaal fonds van $100 miljard per jaar om arme landen te helpen om klimaatverandering aan te pakken. Waar dat bedrag vandaan moet komen, is nog niet duidelijk. Verder zijn afspraken gemaakt om ontbossing tegen te gaan en over controles op emissiereducties.

De Kyoto-landen hebben in Cancún beloofd hun gezamenlijke CO2-uitstoot in 2020 met 25 tot 40% te verminderen. Vele landen hebben daarbij een aanbod gedaan hoever ze de uitstoot van broeikasgassen zullen terugbrengen als er een evenwichtig akkoord komt.

Klimaattop Durban

In december 2011 is op de klimaattop in Durban (Zuid-Afrika) afgesproken dat er voor 2015 een nieuw mondiaal en bindend instrument moet zijn dat klimaatverandering tegen gaat.

Groen klimaatfonds

Er zijn in Durban ook spelregels afgesproken voor een groen klimaatfonds. Zo hebben de landen afgesproken dat het groene klimaatfonds alleen gebruikt mag worden voor projecten die aantoonbare klimaatwinst opleveren. Dat betekent dat deze projecten broeikasgassen verminderen of landen helpen beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals stijging van de zeespiegel, overstromingen of verdroging.

Ook het bedrijfsleven kan een beroep doen op financiering vanuit het klimaatfonds omdat hun investeringen kunnen bijdragen aan realisatie van de klimaatdoelen.

Duidelijkheid over beschikbare middelen

Nederland staat ook aan de wieg van de website externe link: www.faststartfinance.org om duidelijkheid te verschaffen over de hoeveelheid, overdracht en gebruik van nu reeds beschikbare middelen voor de ondersteuning van ontwikkelingslanden voor het uitvoeren van klimaatacties. Het is de bedoeling dat de site donoren en ontvangers bij elkaar brengt en helpt het vertrouwen over en weer te versterken dat financiering beschikbaar komt en goed gebruikt wordt.

Documenten en publicaties

Atsma: resultaat in Durban voldoende

De uitkomst van de klimaatconferentie in Durban krijgt van staatssecretaris Atsma (Infrastructuur en Milieu) een voldoende. ...

Nieuwsbericht | 12-12-2011 | IenM

Verantwoordelijk ministerie

Zie ook