Klimaatverandering en klimaatbeleid

De opwarming van de aarde heeft nadelige gevolgen voor mens en natuur. Nederland en de Europese Unie nemen daarom maatregelen om minder CO2 uit te stoten. De geleidelijke overgang naar een CO2-arme economie biedt ook economische voordelen.

Klimaatverandering in 5 informatieve illustraties:

Opwarmen van de aarde

Opwarmen van de aarde
De zon verwarmt de aarde. De aarde geeft die warmte langzaam af. Broeikasgassen houden een deel van die warmte tegen. Daardoor stijgt de temperatuur, wat het leven op aarde mogelijk maakt.

Maar er komen steeds meer broeikasgassen in de atmosfeer. Die gassen vangen de warmte van de aarde op en verstrooien die alle kanten op. Hoewel dit een natuurlijk proces is, versterkt de mens dit door extra broeikasgassen uit te stoten. De gemiddelde temperatuur stijgt hierdoor deze eeuw waarschijnlijk met 1 tot ruim 6 graden Celsius.

Oorzaken van klimaatverandering

Oorzaken van klimaatverandering
De belangrijkste gassen die bijdragen aan het broeikaseffect zijn kooldioxide, methaan, lachgas en fluorhoudende gassen.
Kooldioxide is een kleur- en geurloos gas dat van nature in de atmosfeer voorkomt. Het neemt 60% voor zijn rekening.
Methaan komt vrij bij landbouw (vooral uit rijstvelden en magen van runderen). Ook op stortplaatsen en bij de winning van olie en gas komt methaan vrij. Het draagt 20% bij.
Lachgas ontstaat bij de productie van kunstmest en de uitwerpselen van vee. Het neemt 6% voor zijn rekening.
Tot slot dragen fluorhoudende gassen samen 14% bij. Drie belangrijke gassen zijn zwavelhexafluoride (in hoogspanningsinstallaties), (H)CFK (in koelinstallaties en spuitbussen) en PFK (komt vrij bij de productie van halfgeleiders en aluminium).

Gevolgen van klimaatverandering

Gevolgen van klimaatverandering
De opwarming van de aarde heeft nadelige gevolgen voor mens en natuur.
Het weer wordt extremer. Er komen meer en zwaardere regenbuien, stormen, hittegolven en droge en natte periodes.
De flora en fauna veranderen. Sommige plant- en diersoorten verdwijnen omdat het te warm, te droog of te nat wordt. Gevoelige soorten lopen extra gevaar en er komen waarschijnlijk steeds minder soorten voor.
Landbouw levert in veel gebieden minder op. Dat komt door toenemende droogte, hoger zoutgehalte in water en bodem en extremer weer.
De visvangst vermindert, omdat het oppervlaktewater verwarmt. Voedsel voor algen en vissen zakt weg omdat dit warme water slecht met het koudere dieper gelegen water mengt.
Rivieren stromen vaker over omdat zij het water van zwaardere regenbuien niet meer kunnen vervoeren.
Het zeeniveau stijgt. De zee verwarmt, het water zet uit, en het ijs op de polen smelt. Mede hierdoor ligt de zee in het jaar 2100 mogelijk 18 tot 59 centimeter hoger.
Ook de warme golfstroom in de Atlantische Oceaan kan tijdelijk verzwakken. Daardoor stijgt de temperatuur in West-Europa minder.
Tot slot verzuurt de zee omdat er meer CO2 in het water terecht komt. Hierdoor vormt er minder kalk, wat de schelpdieren en het koraal bedreigt. Bovendien neemt een zure zee minder CO2 op.

Aanpassen aan klimaatverandering

Aanpassen aan klimaatverandering
Wat kan Nederland doen om zich tegen de gevolgen van klimaatverandering te weren?

  • Polders met extra binnendijken opdelen. Dan loopt bij een doorbraak een kleiner gebied onder.
  • Drijvende huizen en kassen laten meebewegen met het waterpeil. Ze kunnen ook drijven op plassen die overtollig water bergen.
  • Duinen en dijken verhogen en versterken om het stijgende zee- en rivierwater te kunnen opvangen.
  • Groene rivieren aanleggen die droog staan en alleen vol stromen met water als andere rivieren kampen met extreem hoog water.
  • Nieuwe gewassen planten. De landbouw kan zich aanpassen door over te stappen op gewassen die beter bestand zijn tegen hitte, droogte en verzilting.
  • Rivieren de ruimte geven door bijvoorbeeld dijken te verhogen en gebieden te reserveren voor overtollig water bij een hoog waterpeil. Dat verkleint de kans op overstromingen.
  • Waarschuwingssystemen aanleggen die waarschuwen bij dreigende droogte, overstromingen en hoosbuien.
  • Water bergen in de stad om wateroverlast bij hevige regenval te verminderen. Dat kan bijvoorbeeld in regentonnen, ondergronds waterbergingen, vergrote riolen en verbrede kanalen en sloten.

Bestrijden van klimaatverandering

Bestrijden van klimaatverandering
Wat kan Nederland doen om klimaatverandering tegen te gaan?

  • Alternatieven zoeken voor fluorhoudende gassen.
  • Koeien minder laten boeren en scheten door ze ander voedsel te laten eten. Dan komt er minder methaan vrij.
  • Het methaan dat op stortplaatsen ontstaat opvangen. De verbranding ervan levert weer energie op.
  • Meer duurzame energie inzetten, zoals wind- en zonne-energie en energie uit biomassa, aardwarmte en waterkracht.
  • Kooldioxide opslaan in lege olie- en gasvelden. Dit geeft meer tijd voor een overgang naar een duurzame energiehuishouding.
  • Katalysatoren bij de productie van kunstmest toevoegen. Die breken het vrijgekomen lachgas af.
  • Nieuw bos planten dat CO2 uit de lucht opneemt.
  • Zuiniger apparaten kiezen en zuinig omgaan met energie.
  • Zuinig leven door huizen en kantoren te bouwen die weinig energie gebruiken of zelfs energie opwekken.

Beweeg uw muis over het plaatje om meer te lezen en zien over de onderwerpen. Klik op het pijltje rechtsboven om door te gaan naar het volgende plaatje.

Nederlandse klimaatdoelen

Nederland heeft met andere Europese landen de afspraak gemaakt om de uitstoot van CO2 (en andere broeikasgassen) fors terug te dringen. Concreet: 20% reductie in 2020 (ten opzichte van 1990).

Daarnaast heeft Nederland zich verbonden aan het Verdrag van Kyoto. Deze overeenkomst uit 1997 tussen 37 landen bepaalt dat de EU 8% minder broeikasgassen uitstoot in de periode 2008–2012 (in vergelijking met 1990). Niet elk land in de EU draagt evenveel bij aan de 8%. De doelstelling voor Nederland is 6% minder broeikasgassen. 

Nederland ligt op schema om deze doelen te halen.

Wateroverlast

Behalve op vermindering van de CO2-uitstoot is het Nederlandse klimaatbeleid er ook op gericht om Nederland aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering, bijvoorbeeld een hogere zeespiegel en meer wateroverlast.

Economische voordelen

Klimaatbeleid biedt ook economische kansen, zowel voor bedrijven als voor burgers. Een zuinige auto bijvoorbeeld bespaart kosten aan de pomp en vermindert de CO2-uitstoot. Een goed geïsoleerd huis zorgt voor een lagere gasrekening en lagere CO2-emissies.

Een geleidelijke overgang naar een CO2-arme energiehuishouding biedt Nederlandse bedrijven de mogelijkheid om te innoveren en nieuwe energietechnieken (zonne-energie bijvoorbeeld) te ontwikkelen. Het beleid van het kabinet is erop gericht om die externe link: economische kansen te benutten.

Een gevarieerde energiemix vergroot bovendien de betrouwbaarheid van de energievoorziening. Door windenergie en bio-energie te stimuleren, maakt Nederland zichzelf minder afhankelijk van olie- en gasproducerende landen en regio’s.

Routekaart naar een CO2-arme economie

Op de lange termijn - 2050 en verder - wil Europa toewerken naar een CO2-arme (klimaatneutrale)economie, die 80-95% minder CO2 en andere broeikasgassen uitstoot (ten opzichte van 1990).

De Europese Unie heeft begin 2011 nieuwe voorstellen gepubliceerd om tot zo’n koolstofarme economie te komen, onder meer via zuinigere apparaten en beter geïsoleerde gebouwen. Deze voorstellen moeten elk Europees huishouden gemiddeld €1000 voordeel opleveren. De maatregelen staan in een zogeheten externe link: routekaart.

Klimaatbrief 2050

In reactie op de EU Routekaart heeft het kabinet laten uitzoeken hoe in Nederland een klimaatneutrale samenleving kan worden gerealiseerd. De belangrijke dilemma's en uitdagingen die hierbij komen kijken staan in de klimaatbrief 2050. Een dilemma is bijvoorbeeld hoe de overheid het bedrijfsleven zekerheid kan geven dat investeringen in CO2-arme technologie zullen lonen, terwijl toch de flexibiliteit wordt behouden om op onvoorziene ontwikkelingen in te kunnen spelen. Het kabinet is van plan om in 2012 samen met het bedrijfsleven en de andere maatschappelijke partijen aan de slag te gaan met de thema’s uit de klimaatbrief.

Klimaatafspraken met gemeenten, waterschappen en provincies

Meer dan de helft van alle CO2-uitstoot ontstaat in en rondom steden. Gemeenten, provincies en waterschappen voeren daarom ook zelf een klimaatbeleid.

Het Rijk ondersteunt deze initiatieven. Het kabinet heeft daarom samen met klimaatambassadeurs van decentrale overheden de Lokale Klimaatagenda 2011-2014 opgesteld. Deze agenda bevat voorbeelden die gemakkelijk op grotere schaal zijn toe te passen. Het kabinet wil de uitwisseling van kennis over dergelijke voorbeelden vergemakkelijken. Ook gaat het kabinet regelgeving die lokale klimaatprojecten in de weg staat, wegnemen.

Gemeenten, provincies en waterschappen kunnen externe link: online intekenen voor de Lokale Klimaatagenda. Hiermee spreken ze de intentie uit om zich in de periode 2011-2014 in te spannen voor klimaatbeleid.

Documenten en publicaties

Nederland onder voorwaarden voor 40% minder CO2 in 2030

Het kabinet wil inzetten op een voorwaardelijke Europese doelstelling van 40% minder broeikasgassen in 2030 (ten opzichte van ...

Persbericht | 18-11-2011 | IenM

Aanbiedingsbrief Lokale Klimaat Agenda 2011-2014 Werk maken van Klimaat

Aanbiedingsbrief van staatssecretaris Atsma (IenM) aan de Tweede Kamer bij de Lokale Klimaat Agenda 2011-2014 'Werk maken van ...

Kamerstuk | 02-11-2011 | IenM

Kabinetsaanpak Klimaatbeleid op weg naar 2020

Kamerstuk | 08-06-2011 | IenM

Verantwoordelijk ministerie

Zie ook