Ontstaan kredietcrisis

De kredietcrisis is ontstaan doordat banken in de Verenigde Staten sinds het begin van de eeuw te veel risico’s hebben genomen bij de hypotheekverstrekking. Ze hebben deze risicovolle hypotheken herverpakt in ondoorzichtige financiële producten en wereldwijd doorverkocht. Hierdoor verspreidde de crisis zich als een olievlek.

Risicovolle hypotheekverstrekking

Na de internetcrisis in 2000-2001 en naar aanleiding van de aanslagen op 11 september 2001 heeft het stelsel van centrale banken in de Verenigde Staten (FED) de rente stapsgewijs verlaagd van 6% naar 1,75% in de hoop het vertrouwen in de markt te herstellen. Door dit lage rentebeleid konden particulieren en bedrijven makkelijk en goedkoop geld lenen. Banken in de Verenigde Staten namen bijvoorbeeld veel risico’s door hypotheken met een variabele rente te verstrekken aan particulieren die het zich eigenlijk niet konden veroorloven.

Stijgende rente, dalende huizenprijzen

Toen de rente in 2007 steeg, konden deze mensen hun hypotheeklasten niet langer betalen en moesten zij (gedwongen) hun huizen verkopen. Het aanbod van huizen steeg enorm waardoor de huizenprijzen voor het eerst in jaren daalden. Particulieren die jaarlijks de overwaarde van hun huis opnamen om de hypotheeklasten te betalen, kwamen hierdoor ook in ernstige geldproblemen.

Waardedaling uitstaande leningen

Door de betalingsproblemen van klanten en de lagere huizenwaarde, kwamen de banken in de Verenigde Staten zelf ook in de problemen. Ze moesten de waardedalingen van de uitstaande leningen op de balans afschrijven om weer een reëel beeld van de financiële positie te geven. De beurskoersen van financiële instellingen daalden sterk.

Doorverkoop risicovolle hypotheken

De banken hebben jarenlang de risicovolle hypotheken verpakt in nieuwe financiële producten en doorverkocht aan andere banken, verzekeraars en marktpartijen wereldwijd. Hierdoor verspreidde de crisis zich als een olievlek. Instellingen wisten eigenlijk niet meer wat ze precies kochten van andere banken, welke waarde de producten hadden en wat voor een risico’s ze daarbij liepen. Hierdoor was het niet duidelijk welke banken problemen hadden.

Onderling wantrouwen banken

Sommige banken hadden onvoldoende buffer en konden ook niet aan genoeg geld komen om aan hun kortetermijnverplichtingen te voldoen. Door het onderlinge wantrouwen wilden banken elkaar geen geld meer lenen. Als de overheden niet hadden ingegrepen, waren de geldstromen (tussen de banken onderling en naar burgers en bedrijven) stilgevallen.

Overheidsingrijpen Verenigde Staten

In de Verenigde Staten is in het najaar van 2008 een reddingsplan voor de financiële sector aangenomen. Er kwam $ 750 miljard beschikbaar voor het opkopen van slechte leningen van banken. Later is besloten om een deel van het geld te gebruiken voor kapitaalinjecties in financiële instellingen.

Overheidsingrijpen Europese landen

De Europese landen hebben in oktober 2008 besloten tot een gezamenlijke, gecoördineerde aanpak van de problemen door de kredietcrisis.

Video: Het ontstaan van de wereldwijde kredietcrisis

Verantwoordelijk ministerie

Zie ook