Natuurgebieden Defensie

Met zo’n 30.000 hectare aan oppervlakte, ruim 45.000 voetbalvelden, is Defensie een van de grootste grondbezitters van Nederland. 

Unieke natuurgebieden

Defensieterrein bezit veel unieke natuur, ondanks laagovervliegende helikopters, dreunende gevechtstanks en oprukkende infanteristen. In verschillende gevallen ontstaan en floreren beschermde flora en fauna juist door het specifieke gebruik door Defensie.

De meeste Defensieterreinen werden eind 19e, begin 20e eeuw verworven op ‘woeste’ zandgronden, waarop niet of nauwelijks landbouw mogelijk was. Defensie gebruikt de terreinen slechts tijdens oefeningen op een klein deel van de totale oppervlakte. Op maar een fractie van het Defensieterrein vindt veelvuldig verstoring plaats door mensen, voer- en vliegtuigen of andere (geluids)overlast.

Militair gebruik goed voor natuur

Door de beperkte menselijke activiteit kan de natuur op de meeste oefen- en schietterreinen ongeremd haar gang gaan. Zo’n 2/3e van het Defensieterrein heeft de status van beschermd natuurgebied. Naast de relatieve rust is ook het militair gebruik reden voor de aanwezigheid van (zelfs zelfzeldzame) natuur. Juist op Defensieterreinen komen veel bedreigde dier- en plantensoorten voor. Beheerders van natuurorganisaties vragen Defensie tegenwoordig om beheertips. Het antwoord is vaak: door te oefenen. Zo zouden de voor Nederland unieke zandverstuivingen allang overwoekerd zijn, als de tanks en pantserwagens van de landmacht dit terrein niet af en toe doorploegden. En op de Leusderheide leven door militaire oefeningen ook nog eens grote populaties zandhagedissen. De hagedis legt juist in het open zand graag zijn eitjes.

Bijzondere natuur op Defensieterein

De Defensieterreinen bevatten veel bijzondere natuur. Kruikmos bijvoorbeeld, kwam al ongeveer 100 jaar niet meer voor in Nederland, maar is teruggevonden op het defensieterrein Het Witterveld bij Assen. In dit gebied laat Defensie koeien grazen. De oude verteerde koeienvlaaien vormen samen met hoogveen de ideale omstandigheden voor deze zeldzame mossoort.

Defensie voorkomt op vliegvelden aanvaringen met vogels door graslanden rond de start- en rolbanen ‘schraal’ te beheren. De beperkte begroeiing trekt alleen kleinere soorten broedvogels, zoals de merel en de spreeuw. Deze vormen geen gevaar voor de vliegtuigen en raken gewend aan het lawaai. De grotere trek- en weidevogels, die de broedvogels normaal in de weg zouden zitten, vinden deze begroeiing niet interessant.

De kleine wrattenbijter, een zeldzame sprinkhaan, zien we op de Veluwe op het Artillerie Schietkamp Oldenbroek. Op het Infanterie Schietkamp De Harskamp groeit een grote populatie zeldzaam valkruid. Beide soorten komen juist hier voor vanwege het specifieke beheer van de schietterreinen. Vanwege de aanwezigheid van onontplofte munitie is maaien hier verboden. Daarom worden de heideterreinen onderhouden door ze af en toe gecontroleerd af te branden.

Actief natuurbehoud

Defensie werkt ook actief mee aan natuurbehoud. Zo houdt Defensie bijvoorbeeld in de bedrijfsrichtlijnen rekening met de natuur door verstoring ervan tot een minimum te beperken zonder afbreuk te doen aan de oefendoelen. Ecologen in dienst van Defensie brengen in kaart welke flora en fauna waar voorkomt. Op basis van hun bevindingen verstrekken zij gebruiksadviezen aanbevelingen voor beheer en onderhoud.

De Dienst Vastgoed Defensie (DVD) stelt beheerplannen op voor de terreinen en houdt hierbij rekening met het militair gebruik en de natuur. Uit deze plannen volgen maatregelen die de ontwikkeling van heide, bossen, zandverstuivingen en schrale graslanden bevorderen. Een voorbeeld hiervan is het ecoduct Leusderheide over de A28, deze verbindt 2 oefenterreinen en maakt onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur. Dit is het netwerk van belangrijke natuurgebieden.

Documenten en publicaties

Aanbiedingsbrief Nota ´Recreatief medegebruik van defensieterreinen´

Aanbiedingsbrief van minister Hillen (Def) aan de Tweede Kamer van de Nota ´Recreatief medegebruik van defensieterreinen'.

Kamerstuk | 12-08-2011 | Defensie

Tweede Structuurschema Militaire Terreinen Deel 4

Rapport | 01-05-2005 | Defensie

Verantwoordelijk ministerie

Zie ook