Taalachterstand bij peuters

Peuters die een taalachterstand dreigen op te lopen, kunnen educatieve programma’s (voorschoolse educatie) volgen op de peuterspeelzaal of kinderopvang. Daar leren zij spelenderwijs de Nederlandse taal.

Gemeenten bieden voorschoolse educatie aan

Ongeveer 200.000 peuters en kleuters hebben een taalachterstand van 1 à 2 jaar. In het basisonderwijs lopen deze jonge kinderen hun taalachterstand niet of nauwelijks in.

Vandaar dat gemeenten sinds 1 augustus 2010 verplicht zijn om ouders van peuters met een mogelijke (taal)achterstand te informeren over voorschoolse educatie en dit aan te bieden. Gemeenten bepalen zelf hoe zij de ouders informeren. Dit kan bijvoorbeeld door huisbezoeken af te leggen, folders uit te delen of door ouders een brief te sturen.

Ook wil het kabinet dat jonge kinderen met een taalachterstand met dwang en drang meedoen aan voorschoolse educatie. Dit staat in het regeerakkoord. Momenteel wordt onderzocht of de mogelijkheden tot dwang en drang (juridisch) haalbaar zijn.

Taalachterstand bij peuters voorspellen

Taalachterstanden bij peuters zijn vaak te voorspellen door te kijken naar het opleidingsniveau van hun ouders (gewichtenregeling). Ook informatie en adviezen van consultatiebureaus kunnen helpen bij het signaleren van taalachterstanden.

Ouders kunnen bij de gemeente informeren naar de programma’s voor voorschoolse educatie.

Documenten en publicaties

Wat is de gewichtenregeling in het basisonderwijs?

De gewichtenregeling in het basisonderwijs bepaalt hoeveel geld een basisschool krijgt voor het wegwerken van ...

Vraag en antwoord | 02-12-2010 | OCW