Vraag en antwoord

Wat is voorschoolse educatie voor peuters met een taalachterstand?

Voorschoolse educatie is een manier om kinderen met een risico op (taal)achterstand in de ontwikkeling te stimuleren. Voorschoolse educatie gebeurt in een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf en is bedoeld voor peuters van 2,5 en 3 jaar. Zij leren spelenderwijs de Nederlandse taal.

Programma’s voorschoolse educatie

Op 1 augustus 2010 is de externe link: Wet Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (Wet OKE) in werking getreden. Sindsdien hebben steeds meer peuterspeelzalen en kinderopvangcentra een programma voor voorschoolse educatie. Er zijn verschillende programma's voor voorschoolse educatie, zoals externe link: Piramide en externe link: Kaleidoscoop. De peuterspeelzaal en het kinderdagverblijf beslissen zelf welk programma zij uitvoeren. Meestal loopt de voorschoolse educatie door op de basisschool in groep 1 en 2. Het heet dan vroegschoolse educatie.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de voorschoolse educatie. Basisscholen zijn verantwoordelijk voor de vroegschoolse educatie.

Kwaliteitseisen voorschoolse educatie

Peuterspeelzalen en kinderopvangcentra moeten wat betreft ruimte, hygiëne en veiligheid voldoen aan wettelijke basiskwaliteitseisen. Het personeel dat de voorschoolse educatie geeft, moet voldoende kennis en vaardigheden hebben om de ontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren. In het externe link: Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie staan de eisen waaraan voorschoolse educatie moet voldoen. Dit zijn onder andere:

  • Het programma moet worden gegeven op een peuterspeelzaal of een kinderdagverblijf.
  • Het programma omvat ten minste 4 dagdelen van minimaal 2,5 uur of ten minste 10 uur per week.
  • De maximale grootte van de groep is 16 peuters.
  • Per groep van 8 peuters moet minimaal 1 pedagogisch medewerker aanwezig zijn. De pedagogisch medewerker moet in het bezit zijn van een diploma opleiding pedagogisch werk op minimaal MBO-3 niveau PW-3 of van een opleiding van gelijkwaardig niveau.

De GGD controleert of peuterspeelzalen en kinderdagopvangcentra aan de kwaliteitseisen voldoen.

Landelijk experiment: peuters op de basisschool

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) is in het schooljaar 2011-2012 met een landelijke proef gestart waarbij peuters met een leerachterstand zich op de basisschool kunnen ontwikkelen. Doel van de proef is om de prestaties van jonge leerlingen met een (taal)achterstand vroegtijdig en spelenderwijs te verbeteren. De kinderen van de basisscholen die meedoen aan de proef zouden  dan beter voorbereid zijn op het basisonderwijs. Het experiment volgt op het advies van de Onderwijsraad uit 2010 om peuters vanaf 2,5 jaar 5 ochtenden (12,5 uur) per week een speciaal pedagogisch programma te laten volgen. Daarbij worden zij begeleid door mbo- en hbo-opgeleide docenten.

De proef maakt onderdeel uit van een serie maatregelen om de prestaties van jonge kinderen in het onderwijs te verbeteren.