Vraag en antwoord
Hoeveel geld kan ik sparen in de levensloopregeling?
Per jaar kunt u maximaal 12% van uw brutoloon sparen. In totaal mag u maximaal 210% van uw bruto jaarloon sparen. Als u het spaargeld heeft gebruikt, kunt u weer opnieuw sparen tot het maximum.
Rente levenslooprekening
De rente op uw levenslooprekening wordt bijgeschreven op uw spaartegoed. In totaal mag u maximaal 210% van uw bruto jaarloon sparen. De rente telt mee bij de berekening hiervan. Heeft u uw spaarmaximum bereikt, dan kan uw totale tegoed door de rente wel blijven groeien.
Overgangsregeling
Als u op 31 december 2005 tussen de 51 en de 56 jaar oud was, valt u onder de overgangsregeling. U mag dan per jaar meer dan 12% van het brutoloon sparen, zodat u het maximum van 210% van het bruto jaarsalaris in een kortere periode spaart.
56 jaar en ouder
Als u op 31 december 2005 56 jaar of ouder was, geldt voor u geen overgangsregeling. U kunt wel gebruikmaken van de VUT en prepensioenregelingen met bijbehorende fiscale voordelen.
Levensloopregeling wordt vitaliteitsregeling
De spaarloonregeling en de levensloopregeling worden per 2013 omgezet in de nieuwe vitaliteitsregeling. Vanaf 1 januari 2012 kunt u zich niet meer inschrijven voor de levensloopregeling. Als u op 1 januari 2012 al deelneemt aan de levensloopregeling, kunt u hiermee doorgaan, of per 2013 het tegoed overboeken naar de nieuwe vitaliteitsregeling. Lees de voorwaarden in het informatieblad vitaliteitsregeling.
Andere vragen
- Hoe werkt de levensloopregeling?
- Hoe neem ik geld op van de levenslooprekening?
- Wat is mijn belastingvoordeel als ik meedoe aan de levensloopregeling?
- Kan ik mijn ouderdomspensioen aanvullen met levenslooptegoed?
- Welke gevolgen heeft de deelname aan de levensloopregeling voor de sociale uitkeringen?
- Wat gebeurt er met mijn levenslooptegoed als ik geen werk meer heb?
- Wat gebeurt er met mijn levenslooptegoed als ik kom te overlijden?