Spaarloonregeling en levensloopregeling

Per 1 januari 2012 zijn de spaarloonregeling en de levensloopregeling vervallen. Voor beide regelingen geldt overgangsrecht. Via de spaarloonregeling en levensloopregeling konden werknemers belastingvrij een deel van hun brutoloon sparen. Per 1 januari 2013 wordt een nieuwe spaarregeling ingevoerd, het vitaliteitssparen.

Nieuwe regeling: vitaliteitssparen

De spaarloonregeling en de levensloopregeling gaan op in de nieuwe regeling ‘vitaliteitssparen’. Dat staat in het Belastingplan 2012. Meer informatie over vitaliteitssparen vindt u in het informatieblad Vitaliteitspakket.

Spaarloonregeling

De spaarloonregeling is per 1 januari 2012 afgeschaft. Werknemers konden tot 1 januari 2012 per kalenderjaar maximaal € 613 belastingvrij sparen via de spaarloonregeling. Vanaf deze datum kan het hele tegoed van de spaarloonregeling belastingvrij worden opgenomen. Maar men kan er ook voor kiezen het tegoed op de spaarloonrekening te laten staan om gebruik te kunnen blijven maken van de vrijstelling in box 3. Elk jaar blijft dan een deel van het spaartegoed vrijvallen. Op dat deel is dan niet langer de vrijstelling van box 3 van toepassing. Voor het deel van het spaarloon dat op de spaarloonrekening blijft staan – met uitzondering van het vrijgevallen tegoed – blijft de vrijstelling van box 3 gelden tot 1 januari 2016.

Levensloopregeling

De levensloopregeling is afgeschaft per 1 januari 2012. Nieuwe deelnemers kunnen zich vanaf die datum niet meer aanmelden. Voor mensen die nu al deelnemen aan de levensloopregeling, geldt er een overgangsregeling.
Werknemers mochten jaarlijks maximaal 12% van hun brutoloon sparen om een periode van onbetaald verlof te financieren. Er mocht maximaal 210% van het brutoloon gespaard worden. Dit was goed voor een verlof van 2,1 jaar. In het onderwerp Levensloopregeling staat de regeling volledig uitgelegd.

Verantwoordelijk ministerie