Aanpak luchtvervuiling

Om grootschalige luchtverontreiniging te beperken neemt de overheid maatregelen, zoals regels om de uitstoot van verkeer, fabrieken en boerderijen te minimaliseren. Met normen voor luchtkwaliteit wil de overheid voorkomen dat mensen te veel van een ongezonde stof inademen. Via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) wil de overheid de luchtkwaliteit verbeteren.

Luchtvervuiling internationaal probleem

Een behoorlijk deel van de luchtverontreiniging komt uit omringende landen overgewaaid naar Nederland. Omgekeerd vervuilt de Nederlandse industrie en verkeer ook de lucht in het buitenland. Alle landen zijn gebaat bij maatregelen tegen de luchtvervuiling. Een andere reden om samen met andere landen maatregelen te nemen is om te voorkomen dat bedrijven zich elders vestigen waar de emissie-eisen minder streng zijn. De Europese Unie en de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties hebben internationale afspraken gemaakt over:

  • Luchtkwaliteit: de maximumconcentratie schadelijke stoffen in de lucht waaraan de bevolking of de natuur mag worden blootgesteld. Dit zijn de normen voor kwaliteit van de lucht;
  • Luchtverontreiniging: de maximumuitstoot door vervuilers, zoals fabrieken, boerderijen, verkeer en consumenten.

Het grootste deel van Nederland voldoet inmiddels aan de Europese grenswaarden voor fijn stof. Alleen voor 12 km gemeentelijke weg en bij 64 veehouderijbedrijven wordt die norm nog overschreden. Het rijk, provincies en gemeenten werken samen om uiterlijk in 2013 overal de grenswaarden voor fijn stof te halen.

Naar verwachting voldoet Nederland in 2015 aan de Europese normen voor stikstof.

Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)

Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit is een samenwerkingsprogramma van het rijk, provincies en gemeenten om de luchtverontreiniging te verminderen en de kwaliteit van de lucht te verbeteren. Het NSL is sinds 1 augustus 2009 van kracht en bevat maatregelen om overal in Nederland tijdig te voldoen aan de Europese grenswaarden. Daarbij is rekening gehouden met de effecten van ruimtelijke ontwikkelingen waarover binnen de looptijd van het NSL een besluit wordt genomen.

Sinds 2010 vindt jaarlijks een monitoring plaats van het NSL. Daarin wordt de ontwikkeling van de luchtkwaliteit gevolgd en wordt de uitvoering van de maatregelen en projecten, die zijn opgenomen in het NSL, bijgehouden. Via externe link: nsl-monitoring.nl kunt u op een topografische kaart tot op straatniveau de luchtkwaliteit in de huidige en toekomstige situatie zien.

In het regeerakkoord staat dat het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit verder wordt uitgevoerd. Met uitzondering van de maatregelen die samenhangen met de kilometerheffing.

Betere luchtkwaliteit

Om de luchtkwaliteit te verbeteren neemt de overheid maatregelen. De Rijksoverheid investeert in schone voertuigen en brandstoffen. Ook plaatst de overheid schermen rond wegen om de luchtvervuiling voor bewoners te verminderen. Gemeenten nemen lokale maatregelen: zo zijn er in sommige steden bijvoorbeeld milieuzones ingesteld waar oudere vrachtwagens worden geweerd. Ook het autoluw maken van het centrum, de verbetering van de doorstroming van het verkeer en een schoner openbaar vervoer zijn maatregelen die op lokaal niveau genomen worden.

Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) bevat:

  • alle maatregelen die het Rijk, provincies en gemeenten sinds 1 januari 2005 nemen om de luchtkwaliteit te verbeteren;
  • alle ruimtelijke plannen in de NSL-gebieden voor de komende 5 jaar (nieuwbouw, nieuwe wegen, nieuwe industriegebieden) die de luchtkwaliteit verslechteren. NSL-gebieden zijn de gebieden die meedoen aan het NSL, omdat daar de normen worden overschreden.

De maatregelen die de luchtkwaliteit verbeteren, overtreffen de gevolgen van projecten die de luchtkwaliteit verslechteren.

Aanmelden ruimtelijke projecten en maatregelen bij NSL

Alle ruimtelijke projecten voor de komende 5 jaar in NSL-gebieden die de luchtkwaliteit (In Betekenende Mate, IBM) verslechteren, zijn opgenomen in het NSL. Net als de maatregelen voor de verbetering van de luchtkwaliteit. Overheden kunnen nieuwe ruimtelijke plannen en maatregelen aanmelden bij het NSL. Ook kunnen ze ruimtelijke projecten en maatregelen met een melding wijzigen of vervangen. Deze moeten wel passen binnen het NSL of er in elk geval niet mee in strijd zijn. Dit is geregeld in de externe link: Wet milieubeheer. Een externe link: lijst met ingestemde meldingen staat op de website van InfoMil.

Europese richtlijn voor luchtkwaliteit

De Europese Unie heeft grenswaarden en streefwaarden opgesteld voor stoffen in de lucht. Grenswaarden mogen niet overschreden worden. Het gaat om de schadelijke stoffen zwaveldioxide, fijn stof, stikstofdioxide,lood, benzeen en koolmonoxide. Voor streefwaarden heeft de overheid een inspanningsverplichting. Dat betekent dat de overheid haar best moet doen om onder de streefwaarde te blijven. Er zijn streefwaarden voor ozon, arseen, cadmium, nikkel en benzo[a]pyreen. Een overzicht van externe link: de normen en de streefwaarden staat op het Compendium voor de Leefomgeving.

De externe link: EU-richtlijn Luchtkwaliteit bepaalt ook wanneer de concentratie van een gevaarlijke stof in de lucht zo hoog is dat de bevolking gewaarschuwd moet worden. Bijvoorbeeld als er zoveel ozon in de lucht zit, dat mensen zich beter niet buiten kunnen inspannen. Matige smog komt ongeveer 2 tot 3 keer voor per jaar.

Minder grootschalige luchtverontreiniging

Luchtverontreiniging stopt niet bij de landsgrenzen. Zo komen verzurende en andere vervuilende stoffen uit bijvoorbeeld het Ruhrgebied ook in Nederland terecht (en andersom). Behalve maatregelen in eigen land spoort Nederland ook buurlanden aan om iets aan hun uitstoot (emissie) te doen. Die zijn er op hun beurt ook bij gebaat dat Nederland maatregelen treft om minder schadelijke gassen uit te stoten. Want Nederland exporteert meer luchtvervuiling dan het binnen krijgt.

De overheid pakt grootschalige luchtverontreiniging vooral aan met maatregelen om de uitstoot van vervuilende stoffen bij de bron te verminderen. De Verenigde Naties en de Europese Unie hebben voor ieder land nationale emissieplafonds afgesproken voor luchtverontreinigende gassen. Een land moet zorgen dat het onder dat emissieplafond blijft. Nederland heeft het beleid voor de emissieplafonds vastgelegd in het externe link: National Emission Ceiling (NEC)-programma.

Afspraken grensoverschrijdende luchtverontreiniging Verenigde Naties

51 landen van de Verenigde Naties in Europa (tot en met Kazachstan) en Noord-Amerika hebben afspraken gemaakt over het beperken, verminderen en voorkomen van luchtverontreiniging, bijvoorbeeld over ozon, zware metalen en zwavel. De afspraken zijn vastgelegd in de externe link: Convention on Long-range Transboundary Air Pollution (CLRTAP).

Een belangrijke afspraak binnen de Conventie is het externe link: Gotenburg Protocol uit 1999. In dit Gotenburg Protocol staan afspraken over de vermindering van de uitstoot van ammoniak (NH3), zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx) en vluchtige organische stoffen (VOS). Het protocol legt iedere lidstaat een nationaal emissieplafond op. Ook legt het protocol de lidstaten technische eisen op (emissie-eisen voor installaties en de verplichting om externe link: 'best beschikbare technieken' te gebruiken).

De maatregelen in het Gotenborg Protocol moeten de oppervlakte in Europa die door verzuring is aangetast minimaal halveren in 2010 ten opzichte van 1990. De emissieplafonds uit het Protocol gaan ook de vorming van ozon tegen door de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) en VOS te verminderen.

Europese afspraken grootschalige luchtverontreiniging

In 2001 heeft de Europese Unie afspraken gemaakt over Europese emissieplafonds voor een aantal stoffen: externe link: de NEC-richtlijn. De meeste emissieplafonds voor de EU-lidstaten zijn gelijk aan de doelen uit het Gotenburg protocol, maar soms zijn ze strenger.

Vanaf 2010 mag Nederland niet meer uitstoten dan deze plafonds aangeven. Voor Nederland zijn de nationale emissieplafonds in het Gotenburg Protocol en de NEC-richtlijn:

  • ammoniak - 128 kiloton;
  • zwaveldioxide - 50 kiloton;
  • stikstofoxiden - 266 kiloton (260 kiloton in de NEC-richtlijn);
  • vluchtige organische stoffen - 191 kiloton (185 kiloton in de NEC-richtlijn).

Voor 2020 worden nieuwe plafonds vastgesteld. Er komt dan ook een nieuw emissieplafond voor fijn stof (PM2,5).

Minder broeikasgassen

Koolstofdioxide (CO2) is een broeikasgas zonder direct gevaar voor de gezondheid. Koolstofdioxide (CO2) draagt wel bij aan het broeikaseffect en de klimaatverandering. Maatregelen om CO2 in de lucht te beperken zijn bijvoorbeeld CO2-opslag en emissiehandel in CO2. Ook stoffen als methaan en lachgas dragen bij aan het broeikaseffect. In het dossier Klimaatverandering staat meer informatie over broeikasgassen.

Een aantal maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan zoals energiebesparing en gebruiken van alternatieve energiebronnen gaan ook luchtverontreiniging tegen.

Documenten en publicaties

Bijlagen bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit

Informatie over het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De Nederlandse lucht voldoet nog niet op alle plekken ...

Brochure | 01-11-2009 | IenM

Atsma zet premie op schone taxi en bestelauto

Staatssecretaris Atsma (Infrastructuur en Milieu) komt met een subsidieregeling voor schone bestelauto's en taxi's, om de ...

Nieuwsbericht | 14-05-2012 | IenM

Verantwoordelijk ministerie

Zie ook