Verzuring en vermesting

Verzuring en vermesting wordt veroorzaakt door de landbouw, industrie en verkeer. Via de lucht, het water of de neerslag (‘zure regen’) dringen stoffen uit ammoniak, zwaveldioxiden en stikstofoxiden, binnen in planten en bomen. Daardoor worden ze vatbaarder voor ziekten.

Effecten verzuring en vermesting

Verzuring en vermesting tasten de bodem, het grondwater en materialen aan en bedreigen de volksgezondheid. Bij vermesting zorgt een overschot aan voedingsstoffen ervoor dat bepaalde planten zoals algen en brandnetels andere verdringen. Hierdoor neemt de soortenrijkdom af. Maatregelen tegen verzuring en vermesting richten zich op dit moment vooral op de uitstoot van stikstofoxiden uit industrie en verkeer en de uitstoot van ammoniak en fosfaat uit de landbouw. De emissies van zwaveldioxide, vluchtige organische stoffen en fijn stof zijn al flink afgenomen.

Effect verzuring en vermesting op bodem en planten

Te weinig voedingsstoffen

Kalk, mineralen, humus en aluminium- en ijzeroxiden in de bodem neutraliseren zuren die gevormd worden uit ammoniak, stikstofoxiden, zwaveldioxide en vluchtige organische stoffen. Als er te veel zuur in de bodem komt, werkt deze buffer niet meer. Dan verzuurt de bodem. Er komen giftige metalen (aluminium) en nitraat vrij, die uitspoelen naar het grond- en oppervlaktewater. Ook belangrijke voedingsstoffen als kalium, calcium en magnesium spoelen weg. In uitgespoelde bodems vinden bomen en planten niet de juiste voedingsstoffen. Dat maakt ze vatbaar voor ziekten. Bovendien kunnen ze de voedingsstoffen die er wel zijn, moeilijker opnemen.

Verlies van biodiversiteit

Als er veel stikstof in de bodem terecht komt, 'vermest' de bodem (eutrofiëring). Vooral bodems die van nature arm zijn, zoals heidegronden en vennen, zijn gevoelig voor deze overbemesting met stikstof. Plantensoorten die goed op schrale grond gedijen, worden dan verdrongen door snelgroeiende soorten die meer stikstof nodig hebben, zoals grassen, bramen en brandnetels. De overmaat aan stikstof en fosfaat kan ook uitspoelen naar grond- en oppervlaktewater. Hier vindt eenzelfde verdringing van soorten plaats. Zo leidt vermesting tot een verlies van biodiversiteit (variatie aan soorten planten en dieren). De begroeiing wordt een eenvormige massa stikstofminnende planten zoals bramen, grassen en brandnetels.

Effect verzuring en vermesting op mensen, materialen en gewassen

De verontreiniging die tot verzuring en vermesting leidt heeft ook effect op de gezondheid van de mens, materialen en cultuurgoederen en de landbouw en daardoor de economie.

Drinkwater

Als er te grote hoeveelheden nitraat in het drinkwater terechtkomen, kan dat gevaarlijk zijn voor de gezondheid. Te hoge concentraties nitraat in het drinkwater zijn bijvoorbeeld schadelijk voor baby's. Te hoge concentraties aluminium in het drinkwater kunnen leiden tot de ziekte van Alzheimer. Drinkwaterbedrijven controleren daarom de kwaliteit van het water regelmatig op te hoge concentraties van schadelijke stoffen.

Effect verzuring op materialen en cultuurgoed

Zuren tasten materialen aan, zoals poreuze steensoorten, metalen, verf en plastics. Dat heeft gevolgen voor cultuurgoed (beelden, glas-in-loodramen en gebouwen en beelden van zandsteen).

Gewassen

Verzuring tast gewassen aan bijvoorbeeld door bladaantasting en minder groei. Hierdoor neemt de opbrengst van de landbouw af.

Maatregelen tegen verzuring en vermesting

De belangrijkste maatregelen van de overheid tegen verzuring en vermesting zijn:

Minder uitstoot van industrie en verkeer

Industrie en verkeer stoten veel stikstofoxiden, vluchtige organische stoffen en fijn stof uit. EU-richtlijnen stellen eisen aan de uitstoot van voertuigen om de hoeveelheid stikstofoxiden, vluchtige organische stoffen, fijn stof en koolstofdioxide terug te dringen. Het Besluit emissie-eisen stookinstallaties moet de uitstoot van SO2 en NOX door externe link: stookinstallaties en afvalverbrandingsinstallaties verminderen.

Minder uitstoot van ammoniak en stikstofoxiden

Veehouderijen (koeien, varkens, pluimvee, schapen en geiten) stoten veel ammoniak uit. Dat zorgt voor verzuring en vermesting. De externe link: Europese Integrated Pollution Prevention and Control-richtlijn (IPPC-richtlijn) moet de uitstoot van ammoniak reduceren. Overbemesting van akkers en grasland leidt onder andere tot uitspoeling van nitraat en fosfaat. Het mestbeleid moet zorgen voor een optimale gewasopbrengst bij zo min mogelijke belasting van het milieu. Het doel van de programmatische aanpak stikstof (PAS) is zoveel mogelijk economische groei (ontwikkelruimte) te realiseren, waarbij de natuur in stand blijft.

Emissieplafonds

De externe link: Europese NEC-richtlijn en het externe link: Goteborg Protocol geven per land emissieplafonds voor zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), ammoniak (NH3) en vluchtige organische stoffen (VOS). Een emissieplafond geeft het maximum aan dat een land mag uitstoten. Verkeer, industrie, landbouw en huishoudens moeten samen onder de grens blijven.

Maatregelen om verzuring en vermesting te verminderen zijn:

•    katalysatoren op auto’s en vrachtauto’s;
•    rookgasreiniging voor de industrie en energiecentrales;
•    externe link: luchtwassers in veehouderijen. Deze verminderen de emissie van ammoniak en fijn stof uit stallen. Luchtwassers verminderen ook de stankoverlast;
•    emissiearme varkens- en kippenstallen;
•    eiwitarm veevoer dat de ammoniakuitstoot van de melkveesector moet verminderen.

Meer maatregelen om externe link: ammoniak van de veehouderij in de lucht te beperken staan op Infomil.

Resultaat: minder uitstoot zwaveldioxiden, stikstofoxiden, ammoniak, nitraat en fosfaat

De emissie van zwaveldioxide is sinds 1980 met meer dan 90% gereduceerd. De uitstoot van stikstofoxiden en ammoniak is in de periode 1990-2010 met respectievelijk 35% en 45% gedaald. Ook de nitraatconcentratie in het bovenste grondwater daalt. Het bodemoverschot van fosfaat is tussen 1990 en 2010 met ruim 60% gedaald. Toch blijven verzuring en vermesting hardnekkige milieuproblemen. De depositie van zuur en stikstof op natuurgebieden is nog steeds te hoog. Daardoor verdwijnen er nog steeds soorten planten en dieren. De emissie van vooral ammoniak en stikstofoxiden moet verder omlaag. Ook de doelen voor grond- en oppervlaktewaterkwaliteit zijn nog niet bereikt. Daarvoor is een nog een verdere verduurzaming van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen nodig.

Documenten en publicaties

Vierde Nederlandse Actieprogramma betreffende de Nitraatrichtlijn (2010-2013)

De Nitraatrichtlijn verplicht de lidstaten om vierjarige actieprogramma's te maken. In dit actieprogramma staan de maatregelen die ...

Rapport | 24-03-2009 | EL&I