Invoergegevens 2011 luchtkwaliteit
Het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) maakt gegevens bekend die overheden moeten gebruiken bij de berekening van de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Deze taak van IenM is vastgelegd in de 'Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007'. De gegevens worden jaarlijks voor 15 maart bekend gemaakt.
Achtergrondconcentraties
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) maakt jaarlijks
kaarten over de zogenoemde grootschalige concentraties van luchtverontreinigende
stoffen. Het RIVM baseert zich bij het maken van deze GCN kaarten op
modelberekeningen en metingen van het
Landelijk Meetnet
Luchtkwaliteit. Ook wordt gebruik gemaakt van de door het
RIVM goedgekeurde metingen van de DCMR en de
GGD-Amsterdam. Ze geven een grootschalig beeld van de luchtkwaliteit in het
verleden en de toekomst. Meer informatie over de grootschalige concentraties in
Nederland van diverse luchtverontreinigende stoffen vindt u op de website van
het RIVM.
De GCN kaarten vormen de basis voor de onderstaande gegevens over de grootschalige achtergrondconcentraties. Verschillen met de GCN kaarten:
- Bijdrage veehouderijen. Voor de provincies Noord-Brabant, Gelderland en Limburg is bij de berekening van de bijdrage van veehouderijen aan de concentraties fijn stof (PM10 en PM2.5) in de jaren 2011 tot en met 2030 uitgegaan van beschikbare vergunninggegevens. In de GCN kaarten is voor deze provincies uitgegaan van een combinatie van vergunninggegevens en gegevens in het Geografisch Informatiesysteem Agrarische Bedrijven.
- Bijdrage Maasvlakte 2. In de concentraties stikstofdioxide, ozon en fijn stof (PM10 en PM2.5) in de jaren 2015 tot en met 2030 is de bijdrage van de tweede Maasvlakte meegenomen. Deze concentratiebijdrage is berekend door DCMR.
De onderstaande gegevens zijn ruwe gegevens die bedoeld zijn voor gebruik in rekenmodellen.
- Zwaveldioxide (zip-bestand, 668 KB);
- Stikstofdioxide (zip-bestand, 3,3 MB);
- Ozon (zip-bestand, 3 MB);
- Fijn stof: PM10 (zip-bestand, 5,8 MB);
- Fijn stof: PM2.5 (zip-bestand, 1 MB);
- Koolmonoxide (zip-bestand, 170 KB);
- Koolmonoxide p98 (zip-bestand, 61 KB);
- Benzeen (zip-bestand, 14 KB);
- Lood (zip-bestand, 1 KB).
Voor de achtergrondconcentraties stikstofdioxide, fijn stof, ozon en zwaveldioxide zijn gegevens beschikbaar voor 2010 tot en met 2030. De gegevens voor 2015, 2020 en 2030 zijn het resultaat van modelberekeningen. De gegevens voor de tussenliggende jaren zijn het resultaat van een lineaire interpolatie.
Voor koolmonoxide, benzeen en lood zijn alleen gegevens beschikbaar voor 2010. Deze gegevens moeten ook gebruikt worden voor de komende jaren.
Voor stikstofoxiden maakt IenM geen gegevens bekend. De grenswaarde voor stikstofoxide beschermt de vegetatie en geldt alleen in het noorden van Nederland, nabij de Waddenzee. In dat gebied wordt deze grenswaarde niet overschreden.
Bij de gegevens over de achtergrondconcentraties zijn gevoegd:
- De dubbeltellingcorrectie voor de lokale bijdragen van rijkswegen aan de concentraties fijn stof (PM10, PM2.5), stikstofdioxide en ozon.
- Verfijnde gegevens over de concentratiebijdrage van vliegverkeer op Schiphol aan de concentraties stikstofdioxide en ozon. Bij gebruik van deze verfijnde gegevens moeten grootschalige achtergrondconcentraties worden gebruikt waaruit de bijdrage van Schiphol is weggelaten. Deze ‘gecorrigeerde’ achtergrondconcentraties zijn ook bijgevoegd.
- Een correctiemethode voor de bijdrage van een individuele veehouderij aan de concentraties fijn stof (PM10). Deze methode is ontwikkeld door PBL, in samenwerking met VROM, RIVM en ECN.
De uurgemiddelde achtergrondconcentraties worden afgeleid van de
jaargemiddelde achtergrondconcentraties. Wie dit wil doen, heeft de GCNlib
software nodig van het PBL. Deze software wordt op aanvraag geleverd. Vraag het
aan bij:
RIVM Laboratorium voor Milieumetingen, Loket meet- en rekenvoorschrift (postbak
8). Postbus 1, 3720 BA in Bilthoven.
Emissies van een voertuig
De emissiefactoren geven aan hoeveel vervuilende stoffen een voertuig per kilometer uitstoot. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende voertuig- en snelheidstypen. Het RIVM levert de emissiefactoren aan.
- Emissiefactoren voor niet-snelwegen (xls-bestand, 41 KB)
- Emissiefactoren voor snelwegen (xls-bestand, 64 KB)
IenM heeft geen emissiefactoren voor lood bekend gemaakt. De grenswaarde voor lood wordt nergens langs de Nederlandse wegen overschreden, vooral dankzij het gebruik van loodvrije benzine.
Voor snelwegen zijn alleen emissiefactoren bekend gemaakt voor fijn stof,
stikstofoxiden en stikstofdioxiden. Deze emissiefactoren houden rekening met op
de beste wetenschappelijk inzichten over de uitstoot van voertuigen op
snelwegen.
Voor de stoffen koolmonoxide, benzeen en zwaveldioxide heeft IenM - voor de
snelwegen - geen emissiefactoren bekend gemaakt. De grenswaarden voor deze
stoffen worden langs Nederlandse snelwegen nergens overschreden.
De gegevens over de emissiefactoren gelden voor de jaren 2010 tot en met 2030.
Er zijn modelberekeningen uitgevoerd voor de jaren 2010, 2015, 2020 en 2030. De
gegevens voor de tussenliggende jaren zijn het resultaat van een lineaire
interpolatie tussen de berekende jaren.
In meerdere Nederlandse gemeenten zijn milieuzones ingesteld voor
vrachtauto’s. In deze milieuzones worden vrachtauto’s geweerd die niet voldoen
aan de eisen die zijn afgesproken in het Convenant stimulering schone
vrachtauto’s en milieuzonering. Dit
convenant is voorjaar 2006
afgesloten door gemeenten, rijk en bedrijfsleven.
Deze eisen betekenen dat de vrachtauto’s in de milieuzone relatief schoon zijn.
Voor vrachtauto’s in de milieuzone zijn daarom aparte
emissiefactoren
(xls-bestand, 29 KB) vastgesteld.
Emissies fijn stof door dieren
Voor het bepalen van de concentraties fijn stof in de omgeving van veehouderijen, zijn gegevens nodig over de hoeveelheid fijn stof die dieren produceren. Deze hoeveelheid varieert per dier en is afhankelijk van het huisvestingssysteem zoals het type stal. De emissiefactoren voor fijn stof geven per huisvestingssysteem aan hoeveel fijn stof een bepaald dier per jaar produceert. De Animal Sciences Group (ASG) van Wageningen Universiteit adviseert de ministeries van IenM en EL&I over de emissiefactoren.
De volgende emissiefactoren moeten worden toegepast bij de berekening van de concentraties fijn stof rond veehouderijen:
- Emissiefactoren fijn stof voor veehouderij (xls-bestand, 83 KB)
Meteorologie
De meteorologische gegevens betreffen onder meer de windrichting, -snelheid, temperatuur en de hoeveelheid bewolking. Ze komen van de weerstations van Schiphol en Eindhoven. Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) levert de gegevens aan.
De volgende gegevens moeten worden toegepast in standaardrekenmethode 1:
- Geïnterpoleerde windsnelheden (zip-bestand, 104 KB)
De volgende gegevens moeten worden toegepast in andere rekenmethodes:
- Meteo uur referentie Schiphol (zip-bestand, 1,4 MB)
- Meteo uur referentie Eindhoven (zip-bestand, 1,4 MB)
- Meteo uur 2010 Schiphol (zip-bestand, 139 kB)
- Meteo uur 2010 Eindhoven (zip-bestand, 139 kB)
Ruwheidskaart
Let op: Op 15 maart 2015 is een onjuiste ruwheidskaartgepubliceerd. Deze is op 16 maart 2011 vervangen door de juiste ruwheidskaart.
De zogeheten ruwheidskaart geeft informatie over de lengte van ruwheid. Deze ruwheidslengte is een parameter voor de wrijving tussen de luchtstromen en het landoppervlak. Obstakels zoals huizen, bomen en kerktorens hebben invloed op deze wrijving; hoe meer wrijving, hoe meer de luchtvervuiling verdunt. In de ruwheidskaart zijn de waarden voor de ruwheidslengten omgezet naar een schaalniveau van één bij één kilometer. Bron voor de ruwheidslengten is het Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland (LGN5+).
Dit bestand geeft aan de hand van x- en y-coördinaten de verdeling van de ruwheidslengten over Nederland.
Pre-SRM
Bij de implementatie van de bovenstaande invoergegevens in de diverse
rekenmodellen, kunnen verschillende methoden worden gebruikt. De
Preprocessingtool SRM2 en SRM3 ( PreSRM) is een uniforme
methode voor de preprocessing van de gegevens voor de achtergrondconcentraties,
de meteorologie en de ruwheid. Deze methode moet worden gebruikt bij
implementatie van deze invoergegevens in standaardrekenmethode 2 (SRM2),
standaardrekenmethode 3 (SRM3) en alle rekenmethoden die door de staatsecretaris
van IenM (voorheen de minister van VROM) zijn goedgekeurd voor gebruik in
situaties die vallen binnen het toepassingsbereik van SRM2 en/of SRM 3. Vanaf 25
augustus 2011 moet gebruik worden gemaakt van PreSRM versie 1.113.
Ook bij standaardrekenmethode 1 (SRM1) moet PreSRM worden gebruikt omdat hiermee de verfijning van Schiphol wordt meegenomen.
Documenten en publicaties
Invoergegevens luchtkwaliteit 2010
Het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) maakt gegevens bekend die overheden moeten gebruiken bij de berekening van de ...
Invoergegevens luchtkwaliteit 2009
IenM maakt invoergegevens bekend die overheden moeten gebruiken bij de berekening van de concentraties luchtverontreinigende ...
Invoergegevens luchtkwaliteit 2008
IenM maakt invoergegevens bekend die overheden moeten gebruiken bij de berekening van de concentraties luchtverontreinigende ...
Invoergegevens luchtkwaliteit 2007
IenM maakt invoergegevens bekend die overheden moeten gebruiken bij de berekening van de concentraties luchtverontreinigende ...