Luchthavens van regionale betekenis
De provincies zijn verantwoordelijk voor de luchthavens van regionale betekenis. Dit zijn vliegvelden die vrijwel geen internationale vluchten ontvangen. Deze luchthavens hebben vooral invloed op de regionale economie. Regionale luchthavens dienen de economische ontwikkeling.
Regionale vliegvelden
Er zijn 12 vliegvelden van regionale betekenis:
- Ameland
- Budel
- Drachten
- Hilversum
- Hoogeveen
- Midden-Zeeland
- Stadskanaal/Onstwedde
- Seppe
- Teuge
- Texel
Daarnaast is er nog een groot aantal kleine vliegvelden en helikopterlandingsplaatsen. Ook zijn er tijdelijke landingsplaatsen. Dit zijn terreinen die niet zijn aangewezen als luchthaven, maar tijdelijk worden gebruikt voor het landen en opstijgen van vliegtuigen. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij evenementen.
Verantwoordelijkheden van provincies
In de
Wet
Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens (RBML) hebben
provincies de verantwoordelijkheid gekregen over deze vliegvelden. Deze wet is
van kracht geworden op 1 november 2009. Provincies hebben de vrijheid om het
beleid voor de regionale luchthavens op hun grondgebied te bepalen. Het gaat
daarbij bijvoorbeeld om beleid voor:
- de ontwikkeling van regionale luchthavens;
- het opstellen van aanvullende eisen voor regionale luchthavens;
- aanvullende eisen voor de omgeving;
- woningbouw rond de luchthaven.
Overgang naar provincies
Omdat de RBML in 2009 is ingegaan, is er op dit moment nog sprake van een overgangssituatie. Luchthavens opereren nu nog op basis van een aanwijzingsbesluit volgens de Luchtvaartwet.
Zodra de aanwijzingsbesluiten zijn omgezet in teksten voor de nieuwe wetgeving, zijn de provincies verantwoordelijk voor het beleid van de luchthavens van regionale betekenis. Meer informatie over de plannen van de provincies is te vinden op de websites van deze provincies.
Drenthe
Flevoland
Friesland
Gelderland
Groningen
Limburg
Noord-Brabant
Noord-Holland
Overijssel
Utrecht
Zeeland
Zuid-Holland
Militaire luchthavens
Defensie beschikt over 8 militaire vliegbases van waaruit zij vliegoefeningen uitvoert. Elke basis heeft een specialisatie. Zo zijn de F-16’s van de luchtmacht gestationeerd op Leeuwarden en Volkel en hebben transportvliegtuigen Eindhoven als thuisbasis.
Vliegbewegingen
De militaire vliegoefeningen vinden plaats nabij de vliegbases en in
oefengebieden, zoals boven de Noordzee, de range De Vliehors en in
laagvliegroutes en -gebieden voor jachtvliegtuigen en helikopters. Bijzondere
vliegbewegingen die afwijken van reguliere vluchten zijn te vinden op
de website van het ministerie van Defensie.
Burgermedegebruik
De vliegbases bij Den Helder (De Kooy) en Eindhoven worden ook voor de commerciële burgerluchtvaart gebruikt. Hiervoor wordt door het ministerie van Defensie in overeenstemming met het ministerie van Infrastructuur en Milieu een ontheffing of een vergunning voor burgermedegebruik afgegeven.
Luchthavenbesluit
Voor de militaire luchthavens, inclusief het burgermedegebruik, moet een
luchthavenbesluit worden vastgesteld. Dit is vastgelegd in de
Wet luchtvaart. Het
luchthavenbesluit wordt op voordracht van het ministerie van Defensie gemaakt.
Tot het luchthavenbesluit is vastgesteld, geldt het bestaande Aanwijzingsbesluit
op basis van de Luchtvaartwet.
De Nederlandse luchtvaart zal de komende jaren groeien. Er zijn echter beperkte mogelijkheden tot groei van het aantal vliegbewegingen op Schiphol. Daarom heeft het kabinet de Alderstafel Einhoven gevraagd te onderzoeken welke rol Eindhoven Airport kan spelen. Volgens dit advies ondersteunt de groei van Eindhoven Airport de regionale Brainportontwikkeling en de nationale luchtvaart.
Eindhoven Airport mag tot 2020 in twee stappen groeien met 25.000 extra vliegbewegingen per jaar. Om dit mogelijk te maken moet de luchthaven een pakket aan maatregelen nemen voor hinderbeperking, en verduurzaming van de luchthaven realiseren. Ook wordt een deel van de militaire gebruiksruimte verplaatst. Het kabinet bereidt momenteel een nieuw luchthavenbesluit Eindhoven Airport voor op basis van het Aldersadvies Eindhoven.