Veiligheid rond luchthavens

Vliegtuigen vermijden zoveel mogelijk de dichtbevolkte gebieden rond het vliegveld. Zo blijft het risico van een vliegtuigongeluk voor omwonenden beperkt. Rond luchthavens mag beperkt gebouwd worden.

Veiligheidsbeleid

Op luchthavens wordt rekening gehouden met de risico’s die het vliegverkeer heeft voor de omwonenden. Deze risico’s worden zo veel mogelijk beperkt door:

  • gebruik te maken van vliegroutes die zo min mogelijk boven dichtbevolkte gebieden liggen;
  • het aantal woningen en bedrijven in de directe omgeving van een vliegveld te beperken. Hoe dichter bij het vliegveld, hoe minder er gebouwd mag worden.

Het beleid wordt daarbij zoveel mogelijk gebaseerd op objectieve maten: de kans dat bewoners rond het vliegveld omkomen door ongelukken met vliegtuigen. Om de veiligheidssituatie rond een luchthaven in kaart te brengen, wordt gebruik gemaakt van risicomodellen. Het externe link: Nationaal Luchtvaart- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) heeft deze ontwikkeld.

Met deze rekenmodellen worden het individueel risico en het groepsrisico berekend:

  • Het individueel risico is de kans per jaar dat op een plaats buiten het luchtvaartterrein door een ongeval met een opstijgend of landend vliegtuig een (fictief) persoon overlijdt.
  • Het groepsrisico is de kans per jaar dat bij het luchtvaartterrein door een ongeval met een opstijgend of landend vliegtuig ten minste een aantal personen overlijdt.

Risicokaart luchthavens

Het individueel risico is op een kaart weer te geven door middel van zogenoemde risicocontouren. Deze ontstaan door op een kaart plekken met gelijke risico's met elkaar te verbinden.

Het groepsrisico is niet op een kaart weer te geven, maar wordt gepresenteerd met een grafiek. Hierin is de kans op een bepaald aantal doden door een vliegtuigongeluk af te lezen.

Op basis van deze berekende risico’s worden veiligheidszones vastgesteld. In het externe link: Besluit burgerluchthavens staan de normen voor deze zones.

Andere beperkingen die de overheid kan opleggen in de veiligheidzones rond luchthavens zijn:

  • het verbod om nieuwe woningen te bouwen;
  • het verbod om bedrijventerreinen te ontwikkelen;
  • beperking of het verbod van activiteiten die vogels aantrekken;
  • beperkingen van de hoogte van bouwactiviteiten (zie hieronder).

Gemeenten zijn verplicht om bestemmingsplannen aan te passen aan de risico’s van de luchthaven.

Bouw en bouwactiviteiten

In de omgeving van luchthavens mag niet zomaar gebouwd worden. Hoge hijskranen kunnen een bedreiging vormen voor naderende en opstijgende vliegtuigen en het radioverkeer. Daarom moeten bouwbedrijven rekening houden met hoogtebeperkingen rond luchthavens.

Aannemers en bouwbedrijven kunnen aan de hand van de kaartbijlagen van het Luchthavenindelingsbesluit zien of zij een ontheffing nodig hebben voor het opzetten van een hijskraan.

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) behandelt de aanvragen voor een ontheffing. Meer informatie over de externe link: aanvraag van ontheffingen voor hijskranen is te vinden op de website van de ILT.

Voorkomen vogelaanvaringen op en rond luchthavens

Het aantal vogelaanvaringen op en rond luchthavens neemt toe. Vooral grote vogels, zoals ganzen, vormen een groot risico. Wanneer grote vogels in een vliegtuigmotor terecht komen, kunnen zich gevaarlijke situaties voordoen. Het kabinet wil daarom het aantal vogelaanvaringen verminderen.

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft in 2010 de Nederlandse Regiegroep Vogelaanvaringen (NRV) in het leven geroepen. De NRV geeft samen met de omgeving uitvoering aan een 4-sporenaanpak om het risico op vogelaanvaringen te verminderen. Bijvoorbeeld door populatiebeheer, het beperken van de foerageermogelijkheden van risicovolle vogels en het inzetten van radar en andere technische hulpmiddelen om vogels eerder te signaleren of weg te jagen.

Documenten en publicaties

Gezin kijkt vanaf een bankje naar taxiënd vliegtuig.

Verantwoordelijk ministerie