Inkoopmacht

Inkoopmacht betekent dat grote klanten een sterke onderhandelingspositie hebben. Daarmee hebben ze macht over de leverancier bij wie ze inkopen. De klant eist bijvoorbeeld dat de leverancier de inkoopprijs verlaagt, of de productie verhoogt.

Inkoopmacht

Leveranciers en hun afnemers onderhandelen over prijzen en leveringsvoorwaarden. De uitkomst hangt af van hun onderhandelingspositie. Als een afnemer een sterke onderhandelingspositie heeft tegenover zijn leverancier, heeft de afnemer inkoopmacht.

Inkoopmacht kan lastig zijn voor leveranciers. Tegelijkertijd kan het ook goed zijn voor de economie:

  • De concurrentie tussen leveranciers groeit. Bedrijven gaan nieuwe producten en diensten ontwikkelen om beter te concurreren. De consument heeft daarmee meer keuze.
  • Afnemers kopen voordelig in. Als zij dit voordeel omzetten in lagere verkoopprijzen, heeft de consument daar profijt van.

Misbruik

Een afnemer mag geen misbruik maken van zijn economische machtspositie.
Als er een concrete aanwijziging is dat een afnemer zijn economische machtspositie misbruikt, of het kartelverbod overtreedt, kan de NMa een onderzoek instellen.

Misbruik is bijvoorbeeld dat de afnemer betalings- of leveringsvoorwaarden oplegt aan zijn leverancier, terwijl de leverancier het daar niet mee eens is. Of de afnemer dwingt de leverancier om niet aan een andere klant te leveren, om die klant uit de markt te dringen.

Afnemers mogen samen inkopen. Dat is niet in strijd met het kartelverbod, tenzij:

  • de bedrijven door samen in te kopen een groot deel van hun totale kosten delen, en
  • de bedrijven verplicht zijn om via de inkoopcombinatie in te kopen.

Onderzoek naar omvang inkoopmacht

Bureau EIM heeft in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken onderzoek gedaan naar de aard en omvang van inkoopmacht.

Drie Kamermoties zijn de directe aanleiding voor het onderzoek:

  • motie Aptroot en Vos (31200-XIII)
  • motie Rouwe (31531, nr. 13)
  • motie Van der Ham (31531, nr.14)

In de moties krijgt de regering het verzoek om problemen rond inkoopmacht te inventariseren en met oplossingen te komen.

EIM heeft onderzoek gedaan in de volgende branches:

  • producenten van voeding en drank
  • importeurs en producenten van kleding en schoenen
  • importeurs en producenten van tapijten, vloerbedekking en woningtextiel
  • handelaren in bouwmaterialen.

EIM concludeert dat inkoopmacht vaker voorkomt. Wel verschilt de situatie per branche. Zo zegt 42% van de importeurs van kleding en
schoenen dat zij te maken hebben met afnemers die contracten eenzijdig willen wijzigen. Bij de handelaren in bouwmaterialen is dat maar 14%.

Eenzijdig wijzigen van contracten

Het komt voor dat afnemers die inkoopmacht hebben, bestaande afspraken met leveranciers aanpassen zonder overleg met de leverancier. Als afnemers een contract eenzijdig wijzigen, is dat meestal in het nadeel van de leverancier. Een afnemer betaalt een rekening bijvoorbeeld pas na 3 maanden, in plaats van de afgesproken 30 dagen. 

Leveranciers kunnen naar de rechter stappen om te eisen dat de afnemer het contract nakomt. Toch doen ze dit vaak niet, omdat het veel tijd en geld kost. Ook zijn leveranciers vaak bang om hun klanten te verliezen.

Vrijwillige gedragscode

Het Ministerie van Economische Zaken onderzoekt of leveranciers en afnemers zich willen aansluiten bij een gedragscode. De gedragscode is bedoeld om problemen rond het eenzijdig wijzigen van contracten te voorkomen. Organisaties van leveranciers en afnemers kunnen zich vrijwillig aansluiten bij deze gedragscode.

In de gedragscode staan expliciete afspraken. Bijvoorbeeld:

  • de afnemer kan een contract niet kan wijzigen zonder toestemming van de leverancier
  • de afnemer betaalt rekeningen van de leverancier binnen een bepaalde termijn.

Uiterlijk 1 mei 2010 krijgt de Tweede Kamer bericht over de uitkomst van het onderzoek.

Initiatiefwetsvoorstel: meer ruimte voor MKB

De Tweede Kamerleden Ten Hoopen (CDA), Aptroot (VVD) en Vos (PvdA) willen de bagatelvrijstelling aanpassen. Zij hebben een initiatiefwetsvoorstel ingediend.

Dit wetsvoorstel is bedoeld om middelgrote en kleine bedrijven meer ruimte te geven om afspraken te maken, zodat ze inkoopmacht kunnen weerstaan. Volgens het voorstel:

  • wordt de marktaandeelgrens van 5% verhoogd tot 10% en
  • vervalt de omzetgrens van € 40 miljoen.

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel aangenomen op 10 maart 2009. Het wetsvoorstel ligt nu bij de Eerste Kamer.