Mediabeleid van de Rijksoverheid

Media hebben veel invloed op het publieke debat en op onze cultuur. Daarom bevordert de Rijksoverheid een goed en gevarieerd media-aanbod voor iedereen.

Mediawet

De bepalingen uit de externe link: Mediawet 2008 dragen bij aan een gevarieerd en goed media-aanbod:

  • De Rijksoverheid betaalt de landelijke publieke omroep. In ruil daarvoor stelt de Mediawet eisen aan de organisatie en aan het programma-aanbod. Daardoor is er op de publieke radio en televisie bijvoorbeeld minder reclame en meer aandacht voor informatie, cultuur en jeugd dan op commerciële zenders. Er zijn ook regionale en lokale publieke omroepen.
  • De Rijksoverheid stelt eisen aan commerciële televisiezenders. Ook zij mogen bijvoorbeeld niet onbeperkt reclame uitzenden. Programma’s die schadelijk zijn voor kinderen mogen pas na 22 uur worden uitgezonden. 
  • De Rijksoverheid verzekert dat de meeste Nederlanders een gevarieerd pakket van radio- en televisiezenders kunnen ontvangen via de ether, de kabel of andere distributienetwerken. De belangrijkste publieke zenders moeten daar bijzitten.
  •  De Rijksoverheid geeft subsidies aan bijzondere journalistieke en culturele mediaproducties.

De Rijksoverheid stelt verder geld beschikbaar voor Beeld en Geluid (museum en audiovisueel archief), de Wereldomroep en media-opvoeding.

Geen bemoeienis met de inhoud

De Rijksoverheid bemoeit zich niet met de inhoud van de media. Journalisten en programmamakers zijn vrij om te maken wat ze willen. 

Commissariaat voor de Media houdt toezicht

Het Commissariaat voor de Media (CvdM) ziet erop toe dat de media zich houden aan de Mediawet 2008 en de regels die daarin zijn opgenomen. Het CvdM controleert bijvoorbeeld of omroepen zich houden aan de reclameregels en wijst zendtijd toe aan landelijke regionale en lokale publieke omroepen.

Documenten en publicaties