Gebiedsagenda’s
Sinds 2009 werken de Rijksoverheid en de regio’s met gebiedsagenda’s. Doel van deze agenda’s is om per gebied een beeld te krijgen van de knelpunten en gewenste ontwikkelingen op de korte, middellange en lange termijn.
De gebiedsagenda’s zijn bedoeld als onderbouwing voor beslissingen over rijksinvesteringen in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Aan de hand van gebiedsagenda’s onderzoekt de Rijksoverheid samen met de regio’s waar de komende jaren de belangrijkste vraagstukken voor een gebied liggen en wat de mogelijke oplossingen zijn. Dit gebeurt op basis van:
- De kenmerken van een gebied.
- Het beleid dat zowel door het Rijk als door de regio voor dat gebied is opgesteld.
- De ontwikkelingen die in het gebied spelen.
Niet vrijblijvend
Rijk en regio’s bespreken de gebiedsagenda’s in het bestuurlijk overleg MIRT. Zodra een gebiedsagenda daar is vastgesteld, wordt hij gebruikt om in de jaren daarna onderwerpen te bespreken en concrete (financiële) afspraken te maken. De gebiedsagenda heeft een dynamisch karakter. Jaarlijks, of zo vaak als nodig, kunnen in overleg tussen Rijk en regio zaken worden toegevoegd of afgevoerd.
De inhoud van een gebiedsagenda is niet vrijblijvend. Op basis van de gebiedsagenda kunnen Rijk en regio besluiten om een MIRT-verkenningen of MIRT-onderzoeken te starten.
8 gebiedsagenda’s
Er zijn gebiedsagenda’s gemaakt voor:
- Noord-Nederland
- Oost-Nederland
- Noordwest-Nederland
- Zuidvleugel
- Utrecht
- Zuidwestelijke Delta
- Noord-Brabant
- Limburg
De 8 gebiedsagenda’s samen dekken heel Nederland. Als aanvulling op de gebiedsagenda’s voor de Zuidvleugel, Utrecht en Noordwest Nederland is een overkoepelende inleiding over de Randstad gemaakt. Daarin worden de samenhangende opgaven in de Randstad beschreven. De Structuurvisie Randstad 2040 is daarvoor uitgangspunt. Voor het IJsselmeergebied wordt in 2010 gestart met het opstellen van een eigen gebiedsagenda.