MIRT-onderzoek

Om meer te weten te komen over de knelpunten en gewenste ontwikkelingen in een bepaald gebied, kunnen Rijk en regionale overheden besluiten een MIRT-onderzoek in te stellen. Er zijn 2 typen MIRT-onderzoek.

In de eerste plaats kan een MIRT-onderzoek betrekking hebben op ruimtelijke ontwikkelingen op  middellange of lange termijn die mogelijk betrokkenheid van het Rijk vereisen. De knelpunten en gewenste ontwikkelingen zijn dan nog onvoldoende afgebakend in een gebiedsagenda. In dit geval moet het MIRT-onderzoek de knelpunten en gewenste ontwikkelingen concreter maken qua inhoud, geografische omvang, tijd en doel.

In de tweede plaats kan een MIRT-onderzoek betrekking hebben op reeds lopende projecten voor gebiedsontwikkeling. Deze projecten zijn benoemd in 1 van de 8 gebiedsagenda’s. In dit geval moet het MIRT-onderzoek de betreffende gebiedsontwikkeling zodanig uitwerken, dat Rijk en regionale overheden vervolgafspraken kunnen maken over de verdere uitvoering.

Een MIRT-onderzoek heeft betrekking op ontwikkelingen die:

  • spelen in het ruimtelijke fysieke domein,
  • van rijksbelang zijn of mogelijk rijksbetrokkenheid vereisen,
  • betrekking hebben op de middellange of lange termijn, bijvoorbeeld het Deltaprogramma,
  • in het geval van gebiedsontwikkelingsprojecten op korte termijn spelen en nadere bestuurlijke afspraken vergen.

Een MIRT-onderzoek leidt niet tot een besluit over een mogelijke rijksinvestering. De uitkomst kan wel aanleiding zijn om (bestuurlijke) afspraken tussen de betrokken partijen te maken over het vervolg, den ruimtelijke reservering of een aanpassing van wet- en regelgeving en normering. Rijk en regio beslissen samen of een MIRT-onderzoek relevant is.

UItzicht over nieuwbouwwijk, water en een weg.

Verantwoordelijk ministerie