Nieuw subsidiebeleid voor muziek, theater en dans
De Rijksoverheid maakt vanaf 1 januari 2013 scherpe keuzes bij het toekennen van subsidies. Het muziek-, opera-, theater- en dansaanbod zal hierdoor worden beperkt.
- Kleiner subsidiestelsel voor cultuur, grote producties
- Meer samenwerking theatergezelschapen
- Subsidie voor orkesten vanaf 2013
- Subsidie voor opera vanaf 2013
- Subsidie voor theater vanaf 2013
- Subsidie voor dans vanaf 2013
- Subsidiebeleid Fonds Podiumkunsten en Cultuurparticipatie
- Geen subsidie meer voor sectorinstituten
Kleiner subsidiestelsel voor cultuur, grote producties
Het subsidiestelsel van de Rijksoverheid wordt de basisinfrastructuur genoemd. De basisinfrastructuur blijft na 2013 bestaan, maar wordt kleiner. In het nieuwe subsidiestelsel:
- zijn de muziek-, theater- en dansgezelschappen verspreid over het land, zodat alle regio's worden bediend;
- sluit het aanbod aan bij de vraag;
- brengen de gezelschappen die de Rijksoverheid subsidieert vooral grote producties op de planken en
- moeten instellingen die aan de (inter)nationale top staan, deze positie kunnen behouden.
Meer samenwerking theatergezelschapen
Het kabinet wil dat gezelschappen intensiever met elkaar gaan samenwerken. Samenwerking is daarom ook een voorwaarde om subsidie van de Rijksoverheid te krijgen. Talentontwikkeling en ontwikkeling en verdieping van het genre blijven van groot belang. In plaats van instellingen uitsluitend voor die taak te subsidiëren, wordt de verantwoordelijkheid meer belegd bij de instellingen zelf, het kunstvakonderwijs en het Fonds podiumkunsten en Cultuurparticipatie.
Subsidie voor orkesten vanaf 2013
De Rijksoverheid blijft in alle regio's subsidie verstrekken aan symfonische orkesten. Wel brengt het kabinet het aantal orkesten in de basisinfrastructuur terug van 10 naar 7, exclusief het Muziekcentrum voor de Omroep.
In de basisinfrastructuur is ruimte voor:
- 7 orkesten, waarvan 4 volwaardige symfonieorkesten in de regio’s Noord, Oost, Zuid en 1 orkest voor het gebied Rotterdam-Den Haag, 1 internationaal toporkest voor Amsterdam, 1 begeleidingsorkest voor de opera en 1 ensemble voor de begeleiding van dans;
- 1 podiumkunstenbreed festival van internationale statuur.
Subsidie voor opera vanaf 2013
Het kabinet kiest in het nieuwe subsidiestelsel voor 1 grootschalig operagezelschap met een internationale toppositie. Het is zeer kostbaar om de producties van dit gezelschap te laten reizen met een groot decor, een koor en een begeleidingsorkest. Daarom hoeft dit gezelschap niet te reizen. Wel heeft deze instelling de opdracht om publiek uit het hele land te werven.
Daarnaast is voor de ontwikkeling en de toegankelijkheid van opera in de rest van Nederland ruimte voor 2 productiekernen die wel beperkt kunnen reizen.
Subsidie voor theater vanaf 2013
In het nieuwe subsidiestelsel voor cultuur ondersteunt de Rijksoverheid 8 theaterinstellingen in 8 'kernpunten'. Dit zijn steden en stadsregio's waar de instellingen met elkaar samenwerken, bijvoorbeeld op het gebied van aanbod en opleiding. In deze kernpunten zijn niet alleen rijksgesubsidieerde producerende instellingen gevestigd, maar vaak ook kunstvakopleidingen en schouwburgen. Dit biedt ook mogelijkheden voor coproducties. De 8 theaterinstellingen brengen grootschalige theaterproducties op de planken. In het nieuwe subsidiestelsel is ook plaats voor een Friestalig theatergezelschap.
Het kabinet vindt het belangrijk dat kinderen en jongeren in aanraking komen met theater. De 8 instellingen moeten daarom meer gaan samenwerken met scholen en jeugdgezelschappen. De jeugdgezelschappen kunnen apart of samen met het grotere theatergezelschap in dezelfde steden of stadsregio's subsidie aanvragen.
Subsidie voor dans vanaf 2013
In het nieuwe subsidiestelsel is ruimte voor 4 dansgezelschappen:
- 2 grote gezelschappen op (inter)nationaal hoog niveau waarvan 1 balletgezelschap en 1 gezelschap voor moderne dans;
- 1 gezelschap dat zich ook richt op jongeren;
- 1 ander dansgezelschap.
Net als bij theatergezelschappen, moeten de dansgezelschappen die subsidie van de Rijksoverheid ontvangen grote producties op de planken brengen.
Subsidiebeleid Fonds Podiumkunsten en Cultuurparticipatie
Het
Fonds Podiumkunsten en het
Fonds
Cultuurparticipatie gaan in de periode 2013-2016 samen, maar wel met
gescheiden budgetten. Het fonds zal voor de komende subsidieperiode nieuwe
subsidieregelingen opstellen. Hierin staat onder meer een scherpere omschrijving
van de activiteiten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd. Ook is er in de
regeling aandacht voor bezoekersaantallen en spreiding van instellingen en
activiteiten. Ondernemerschap wordt belangrijker voor de podiumkunsten.
Geen subsidie meer voor sectorinstituten
Voor de nieuwe subsidieperiode bezuinigt het kabinet op sectorinstituten die producerende instellingen ondersteunen. De Rijksoverheid heeft geen ruimte meer om de instituten te subsidiëren.
Documenten en publicaties
Aanbiedingsbrief Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2013-2016
Aanbiedingsbrief van staatssecretaris Zijlstra (OCW) aan de Tweede Kamer van de Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur ...
Meer dan kwaliteit, een nieuwe visie op cultuurbeleid
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geeft zijn nieuwe visie op het cultuurbeleid.
Moties notaoverleg uitwerking uitgangspunten cultuurbeleid
In het notaoverleg over de visie op het nieuwe cultuurbeleid op 27 juni 2011 zijn door de Tweede Kamer een aantal moties ...
Cultuur in Beeld 2011
In de publicatie 'Cultuur in Beeld' wordt de culturele sector vooral vanuit een kwantitatieve invalshoek belicht. Daarbij is er ...