Nanotechnologie in Nederland

Het kabinet wil dat Nederland volop mee blijft doen in de wereldwijde ontwikkeling van nanotechnologie. In 2010 investeerde de Rijksoverheid rond de € 150 miljoen in onderzoek en innovatie op het gebied van nanotechnologie.

Nanotechnologie en topsectorenbeleid

Nanotechnologie heeft veel raakvlakken met andere technologieën en kan daarmee van grote betekenis zijn voor veel sectoren. Daarom wil het kabinet onderzoek in deze technologie goed laten aansluiten op het topsectorenbeleid. Topsectoren zijn de sectoren die cruciaal worden geacht voor Nederland en die de economie gericht versterken: High tech, water, energie, agro&food, chemie, life sciences & health, logistiek, creatieve industrie, tuinbouw en uitgangsmaterialen.

Nanotechnologie maakt deel uit van de topsector High tech, maar maakt ook vernieuwingen in andere topsectoren mogelijk. Nanotechnologie kan bijvoorbeeld:

  • nieuwe oplossingen bieden voor het toekomstige productaanbod van high techbedrijven en van andere sectoren;
  • nieuwe bedrijvigheid creëren in nog niet bestaande markten (technostarters).

Nanotechnologie in de topsector High tech

Binnen de High Techsector worden producten gemaakt die voor vooruitgang kunnen zorgen in alle andere topsectoren. High techsystemen en High techmaterialen worden vanuit Nederland geleverd aan klanten over de hele wereld. Voorbeelden zijn verlichting, computerchips, laboratorium- en kantoorapparatuur, auto's, logistiek, vliegtuigen, satellieten  duurzame energie, verbeteren van veiligheid en gezondheid.

In de 2e Voortgangsrapportage van het kabinet (Nanobrief) staat een overzicht van de belangrijkste toepassingsgebieden van nanotechnologie per topsector. De aanpak van het kabinet bij de mogelijkheden van nanotechnologie voor de topsectoren staat beschreven in de kabinetsreactie op de topteamadviezen.

Nano-onderzoek in Nederland

Nederland is goed in onderzoek naar nanotechnologie. Nederlandse nano-onderzoekers behoren tot de top-3 van landen met de meeste wetenschappelijke impact, na de Verenigde Staten en Zwitserland.

Daarnaast zijn de Nederlandse kennisinstituten, zoals externe link: MESA+ en het externe link: Kavli Institute of Nanoscience in Delft, internationaal toonaangevend. Jaarlijks ontstaan er in Nederland ongeveer 10 tot 15 hightechstarters op het gebied van nanotechnologie.

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft in 2011 het onderzoeksprogramma externe link: NWO-nano opgezet. Dit programma stimuleert en financieert fundamenteel onderzoek op het gebied van nanowetenschap en nanotechnologie in Nederland. Doel is de internationale positie van Nederland te verstevigen en verder uit te bouwen.

Investering in onderzoek en innovatie nanotechnologie

In 2010 investeerde de Rijksoverheid rond de € 150 miljoen in onderzoek en innovatie op het gebied van nanotechnologie. Een eerste indicatie dat nanotechnologie veel gaat betekenen voor de economie tekent zich aan af. Sinds 2007 stijgt het aantal bedrijven dat start met nanotechnologieprojecten jaarlijks met gemiddeld 10%. Het gaat daarbij vooral om bedrijven uit het midden- en kleinbedrijf (MKB).

NanoNextNL

Het belangrijkste onderzoeksprogramma in Nederland is externe link: NanoNextNL dat in 2011 van start is gegaan. Dit PPS-programma is voor een groot deel gebaseerd op de externe link: Strategic Research Agenda (SRA) nanotechnologie, die in 2007 op verzoek van het kabinet door mensen uit wetenschap en bedrijfsleven is opgesteld. Het kabinet heeft voor NanoNextNL € 125 miljoen beschikbaar gesteld. Dit bedrag moet worden gematcht door bedrijfsleven en kennisinstellingen, waardoor het totaal maximaal op € 250 miljoen uitkomt. NanoNextNL loopt tot en met 2015.

Het NanoNextNL-programma moet een bijdrage leveren aan nieuwe uitdagingen op het gebied van gezondheid, voeding, energie en water. Bijna 50 kennisinstellingen (universiteiten, academische groepen, universitaire medische centra) en meer dan 100 bedrijven participeren in het programma. Het merendeel van de bedrijven komt uit het MKB en uit de verschillende topsectoren.

Binnen NanoNextNL is risico-onderzoek een belangrijk onderdeel. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft daarbij een controlerende functie. Zie voor meer informatie over risico-onderzoek de pagina Risico's nanotechnologie.  

NanolabNL

Om op nanometerschaal onderzoek te doen is apparatuur nodig waarmee je op nanometerschaal kan werken, zoals zeer sterke microscopen, en een extreem schone omgeving (cleanroom). In Nederland wordt dit aangeschaft in overleg tussen de deelnemende locaties binnen externe link: NanolabNL. Die locaties zijn: Delft, Twente, Eindhoven en Groningen. NanolabNL staat op de Nationale Roadmap Grote Onderzoeksfaciliteiten die in 2008 is opgesteld. Het kabinet heeft voor NanoLabNL € 27,7 miljoen beschikbaar gesteld. De universiteiten zelf hebben de laatste jaren veel geïnvesteerd in nieuwe cleanrooms en investeren de komende jaren nog zo'n € 9 miljoen in apparatuur. De komende jaren wordt vooral geïnvesteerd in apparatuur voor bionanotechnologie, nanomedicine en het onderzoek naar de risico's van nanodeeltjes.

Innovatieprogramma Point One

Het externe link: innovatieprogramma Point One is een vereniging van bedrijven zoals ASML, Philips en Océ en kennisinstellingen die zich bezighouden met toegepast onderzoek op onder meer de nano-elektronica. Voorbeeld hiervan is de productie van computerchips. Binnen Europa behoort Nederland tot de kopgroep als het gaat om nano-electronica. Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) draagt € 343 miljoen bij aan Point One voor de periode 2006 tot en met 2011.

Andere publiek-private samenwerkingsverbanden op het gebied van nano-onderzoek en innovatie zijn onder meer:

Netwerk van 7 universiteiten, TNO en Philips. NanoNed investeert in onderzoeksprojecten en stimuleert de uitwisseling van kennis. De overheid heeft 95 miljoen euro bijgedragen aan NanoNed uit de Bsik (Besluit subsidies investeringen kennisinfrastructuur).

Een programma om toepassing van nanotechnologie in de voedings- en gezondheidsmarkt te stimuleren. Dat gebeurt in samenwerkingsprojecten tussen ondernemingen en onderzoeksinstituten. EL&I en de provincies Overijssel en Gelderland dragen € 6 miljoen bij aan de uitvoering van Nano4Vitality.

Een onderzoekscentrum dat technologieën ontwikkelt waarmee nieuwe producten sneller en efficiënter op de markt worden gebracht. Het Holst Centre heeft financiering gekregen van de Europese Unie en EL&I.

Subsidieprogramma om de kennis over Microsystemen Technologie (MST) en MicroElectroMechanical Systems (MEMS) verder te ontwikkelen. De overheid heeft € 28 miljoen bijgedragen aan MicroNed uit het Besluit subsidies investeringen kennisinfrastructuur (Bsik).

Kabinet helpt nanostarters op weg

Beginnende ondernemers in de nanosector krijgen hulp om beter voorbereid een kansrijke start te maken. In Nederland komen er jaarlijks circa 10 startende bedrijven in de nanotechnologiesector bij. Vaak zijn dit spin-offs van onderzoeksprojecten. Met de komst van nieuwe bedrijven groeien de investeringen in nanotechnologie.

Bovendien komen er meer onderzoekers bij. Veel van deze starters maken ook gebruik van de faciliteiten NanolabNL, waarop onderzoek kan worden uitgevoerd en dat een open karakter heeft. Door NanonextNL wordt de samenwerking kenniscentra gestimuleerd om startups op het gebied van nanotechnologie zo goed mogelijk te begeleiden.

Zevende Kaderprogramma (KP7)

Binnen Europa krijgt nanotechnologie veel aandacht in het externe link: Zevende Kaderprogramma (KP7). Met KP7 wil de Europese Commissie de wetenschappelijke en technologische basis van de Europese Unie (EU) verbeteren en de Europese concurrentiekracht versterken.

KP7 heeft van 2007 tot 2013 € 3,2 miljard beschikbaar gesteld voor onder meer nanotechnologieën, materialen en nieuwe productietechnologieën. Aan Nederlandse partijen is de afgelopen 3 jaar jaarlijks gemiddeld circa € 21 miljoen uit KP7 aan subsidie toegekend voor nanotechnologie. Dit is meer dan Nederland bijdraagt aan het programma.

Deelname aan ambitieuze onderzoeksprogramma's zoals KP7 vindt het kabinet belangrijk voor Nederland. Het stimuleert vernieuwing, brengt Nederlandse organisaties in contact met kennis uit andere landen en buitenlandse partners en draagt zo bij aan versterking van de Nederlandse economie.

Code of Conduct

In 2008 heeft de Europese Commissie de externe link: Code of Conduct for responsible nanosciences and nanotechnologies research gepubliceerd. De algemene principes van deze Code of Conduct zijn het nastreven van excellentie, innovatie, duurzaamheid, transparantie en voorzorg. Deze principes komen goed overeen met het Nederlandse standpunt van een verantwoorde ontwikkeling van nanotechnologie.