Afhankelijkheid van olie verminderen

Olie is onmisbaar voor de wereldwijde industrie en economie. Omdat in Europa weinig olievelden liggen, zijn Nederland en de rest van de Europese Unie voor een belangrijk deel afhankelijk van de import van olie uit soms instabiele regio’s. Het kabinet wil die afhankelijkheid van olie terugdringen.

Stijgende vraag naar minder olie

De komende 25 jaar neemt de vraag naar fossiele brandstoffen, zoals olie, met 40% toe. Dit komt met name door de stijgende behoefte aan olie van opkomende economieën als China, India, Rusland en Brazilië. Tegelijkertijd neemt de beschikbaarheid van de wereldwijde oliereserves naar verwachting af. Dit staat in het Energierapport 2011.

Hoge olieprijs remt groei

Het gevolg van deze ontwikkelingen is dat de olieprijs (en dus de benzineprijs) hoog zal blijven. En hoge olieprijzen remmen de economische groei. Zeker ook omdat olie niet alleen een energiebron is, maar ook op grote schaal wordt gebruikt in andere industriële processen (als grondstof in de kunststof- en farmaceutische industrie). De gasprijs is gekoppeld aan de olieprijs. Gas is een belangrijke grondstof voor de Nederlandse elektriciteitsvoorziening waardoor de prijs van elektriciteit ook samenhangt met de olieprijs. Daar staat tegenover dat een stijgende olieprijs voor Nederland ook een gunstig gevolg heeft in de vorm van hogere aardgasopbrengsten. 

Afhankelijk van instabiele regio’s

Omdat de eigen energievoorraden afnemen wordt Europa (en ook Nederland) steeds afhankelijker van fossiele brandstoffen uit soms instabiele regio´s. Als de olieaanvoer vanuit die regio’s mocht gaan haperen, kan dat een risico zijn voor de economie. Het kabinet wil daarom de afhankelijkheid van olie terugdringen door hernieuwbare energie te stimuleren.

Zo moet bijvoorbeeld in 2020 het percentage verplicht bij te mengen biobrandstof aan de pomp gestegen zijn tot 10%. Ook wil het kabinet het aantal oplaadpunten voor elektrische auto’s fors verhogen. Zo hoopt het kabinet 2 doelen te bereiken: het veilig stellen van de energievoorziening en voldoen aan de internationale milieuafspraken over het gebruik van duurzame energie.

Meer biobrandstoffen

Vrachtwagens, (bestel)bussen en personenauto’s zijn het meest afhankelijk van olie als energiebron. Benzine, en diesel worden immers van olie gemaakt. Op dit moment bevat de benzine en diesel aan de pomp verplicht een klein deel biobrandstof. In 2020 moet dat percentage zijn opgelopen naar 10%. Verder maakt het kabinet zich sterk voor de inzet van zogeheten tweede generatie biobrandstoffen (afkomstig uit afval en houtachtige bronnen). Deze nieuwe, geavanceerde biobrandstoffen concurreren niet met voedsel en besparen meer CO2.

Stimuleren elektrisch vervoer

De transportsector kan ook efficiënter en duurzamer gemaakt worden door over te stappen op elektrisch vervoer. Dat vermindert de afhankelijkheid van olie en draagt ook bij aan energiebesparing en een betere luchtkwaliteit in de binnensteden. Het kabinet streeft naar 20.000 elektrische auto´s in 2015 oplopend tot 200.000 in 2020. Met dit laatste aantal zou Nederland jaarlijks circa 1 miljoen vaten ruwe olie besparen. Om dit mogelijk te maken, wil het kabinet (samen met de markt) veel meer laadpunten voor elektrische auto’s realiseren.

Controleur loopt langs grote ronde tanks op een olieopslagterrerin.

Zie ook