Oliecrisisbeleid
Door het gebrek aan eigen olievoorraden is Nederland afhankelijk van olie-importen uit soms instabiele regio’s. Om te voorkomen dat een beperkte olietoevoer het dagelijkse leven verstoort, heeft het Rijk een oliecrisisbeleid ontwikkeld. Dit beleid is gebaseerd op internationale verdragen en richtlijnen van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) en de Europese Unie (EU).
Voorzieningszekerheid
Verbruikers van olie, zoals de farmaceutische industrie en transportsector, moeten erop kunnen vertrouwen dat er olie voor hen beschikbaar is (voorzieningszekerheid). Ook op het moment dat de aanvoer van olie tijdelijk wordt belemmerd. Bijvoorbeeld door politieke spanningen, een natuurramp of oorlog. Hiervoor heeft het Rijk een oliecrisisbeleid ontwikkeld. Hiermee voldoet Nederland bovendien aan de internationale verdragen en richtlijnen van het IEA en de EU.
Voorraad olieproducten nodig
Het oliecrisisbeleid is onder andere vastgelegd in de Wet voorraadvorming aardolieproducten 2001 (Wva 2001) en de Wet uitvoering internationaal energieprogramma. Hierin staat onder meer dat Nederland een strategische olievoorraad aanhoudt van 90 dagen netto olie-importen.
Ook is in de wet opgenomen dat het kabinet bij een oliecrisis maatregelen kan nemen waardoor het olieverbruik vermindert (maatregelen voor minder olieverbruik. Bijvoorbeeld een verlaging van de maximum snelheid van 120 kilometer per uur naar 80 kilometer per uur.
Veiligheidsmaatregelen
Het kabinet heeft samen met de olie- en chemiesector veiligheidsmaatregelen opgesteld in het Convenant olie en chemie. De sector energie, waar olie een onderdeel van uitmaakt, is aangemerkt als vitale sector.