Strategische olievoorraad

Landen die lid zijn van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) hebben afgesproken dat elk land voor 90 dagen netto olie-importen in voorraad moet hebben (na aftrek van 10% voor ’unavailables and tankbottoms’). Voor Nederland komt dit neer op ongeveer 5 miljoen ton.

Aanhouden olievoorraad

De Stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (COVA) en het bedrijfsleven zijn samen verantwoordelijk voor het aanhouden van deze voorraden. Dit is vastgelegd in de externe link: Wet Voorraadvorming Aardolieproducten 2001 (WVA 2001).

In 2007 is de WVA 2001 geëvalueerd. Op basis van deze uitkomsten en de externe link: nieuwe Europese richtlijn 2009/119/EG voor olievoorraden past Nederland de WVA 2001 aan.

Olievoorraadplicht van bedrijven

Bedrijven die op jaarbasis meer dan 100.000 ton van de olie(producten) afzetten naar de binnenlandse markt, zijn verplicht een voorraad olie aan te houden voor het geval er een oliecrisis optreedt. Deze voorraad moet minimaal 5% zijn van de olie die het bedrijf boven die grens van 100.000 afzet. In totaal houdt het bedrijfsleven circa 15% van de nationale olievoorraadverplichtingen aan. COVA houdt in opdracht van de overheid de overige 85% in voorraad.

Rekenvoorbeeld voorraadplicht

Bedrijf X zet per jaar 200.000 ton benzine af naar de binnenlandse markt. Dit bedrijf moet een verplicht aan te houden voorraad afdekken van (200.000 ton – 100.000 ton) x 5% = 5.000 ton.

Categorieën olievoorraad

De COVA en het bedrijfsleven kunnen zowel olie als olieproducten aanhouden om te voldoen aan de verplichte olievoorraad. Tot 1 januari 2013 zijn de olieproducten in de Wva 2001 ingedeeld in 3 categorieën:

•    Categorie a. (lichte oliën/benzine)
•    Categorie b. (gasolie/diesel/kerosine)
•    Categorie c. (stookolie)
•    Categorie d. (LPG)

Door de categorisering is het mogelijk om een ander olieproduct in voorraad te hebben dan het product dat het bedrijf verbruikt. Vliegmaatschappijen verbruiken bijvoorbeeld grote hoeveelheden kerosine. Dit product is heel duur om in opslag te houden, door onder andere vanwege de beperkte houdbaarheid. Vandaar dat bedrijven met een voorraadplicht  ervoor kunnen kiezen om bijvoorbeeld gasolie of diesel in voorraad te nemen.

Nieuwe olierichtlijn Europese Commissie

De Europese Commissie wil dat de strategische olievoorraad direct beschikbaar en inzetbaar is. De systematiek van de Europese voorraadverplichtingen zal gelijk worden aan die van het IEA. Volgens de externe link: nieuwe richtlijn zullen de lidstaten als dekking voor minimaal 30 verbruiksdagen hetzelfde olieproductpakket in voorraad moeten hebben als het productpakket dat ze binnenlands verbruiken (1/3 van de nationale verplichting als veiligheidsvoorraad). De nieuwe richtlijn van de Europese Unie (EU) moet uiterlijk vanaf 1 januari 2013 in werking treden. De Nederlandse wetgeving wordt hierop aangepast. Het kabinet wil in de nieuwe wet een balans vinden tussen voorzieningszekerheid en kosten. Zo wordt bijvoorbeeld opnieuw gekeken naar de verplichting voor handelaren om voorraden aan te houden. De kosten daarvan zijn namelijk vrij hoog.

Opslagen olievoorraden

De strategische olievoorraden liggen verspreid over het land in diverse depots en bij verschillende olie- en opslagbedrijven:

  • Duitsland

    De COVA heeft ook olie opgeslagen in ondergrondse holtes (cavernes) in Duitsland.
  • Gereserveerde voorraden

    Bedrijven die zelf onvoldoende olie in voorraad hebben, kunnen het deel dat zij tekortkomen reserveren bij bedrijven die een overschot hebben. Dit kunnen zowel Nederlandse als buitenlandse bedrijven zijn. Het komt voor dat een deel van de verplichte Nederlandse voorraden bij bedrijven in het buitenland ligt opgeslagen. Andersom gebeurt ook veel. In dat geval ligt een deel van de buitenlandse voorraden in Nederland opgeslagen. Of houden Nederlandse bedrijven gereserveerde voorraden aan voor bedrijven in het buitenland. Voorraden voor een ander land aanhouden, is alleen toegestaan als er tussen de betreffende landen een bilateraal verdrag is afgesloten.

Inzetten olievoorraden

De olievoorraden zijn snel inzetbaar. Bedrijven kunnen ze op korte termijn op de markt brengen. De COVA brengt de voorraden bijvoorbeeld via tenders (aanbestedingen) op de markt. Dit duurt enkele weken tot een maand.

Landen die lid zijn van de EU of het Internationaal Energie Agentschap (IEA) zijn verplicht om een minimale olievoorraad aan te houden. Wel mogen deze landen in principe zelf bepalen in welke situaties ze deze voorraad willen inzetten. Toch laten de landen de inzet meestal afhangen van beslissingen van de EU of het IEA over verstoringen in de olieaanvoer.

Internationale informatieverstrekking

Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) en het Centraal Bureau voor de Statistiek verzamelen alle relevante olie(markt)gegevens en geven die door aan de Europese Commissie en het IEA.

Documenten en publicaties

Stand van zaken implementatie Europese richtlijnen en kaderbesluiten in vierde kwartaal 2011

Staatssecretaris Knapen (BZ) legt de Tweede Kamer het overzicht voor van de stand van zaken bij de implementatie van ...

Kamerstuk | 30-01-2012 | BZ