Betere infrastructuur

Nederland heeft mainports, greenports, een brainport en stedelijke regio’s waar bedrijven en kennisinstellingen in clusters gevestigd zijn. Deze regio's zorgen voor de meeste economische groei en krijgen daarom voorrang bij investeringen.

Het gaat om de regio’s:

  • Amsterdam: mainports Schiphol en de Zuidas, greenports Aalsmeer en de Bollenstreek, relatie met Almere en Utrecht
  • Rotterdam: mainport Rotterdam, greenports Westland en Boskoop, relatie met Den Haag.
  • Eindhoven: brainport Zuidoost-Nederland, greenport Venlo.

Sterke regionale clusters

Sterke regionale clusters zijn volgens het kabinet de motor voor economische groei. Bedrijven, scholen en wetenschappers zitten dicht bij elkaar, waardoor zij eenvoudiger kunnen samenwerken en sneller producten op de markt brengen. Ook zijn sterke regio’s aantrekkelijk voor buitenlandse bedrijven. Dit zorgt weer voor meer werkgelegenheid.

Het ruimtelijk-economisch beleid richt zich op alle factoren die belangrijk zijn voor het vestigingsklimaat en het ondernemersklimaat in een regio. Voorbeelden zijn:

  • aanleg van infrastructuur (snelwegen, spoorwegen, waterwegen);
  • ruimtelijke ordeningsplannen (aanwijzen van bedrijventerreinen);
  • telefoon- en internetverbindingen (versnelde veiling mobiele frequenties).

Regionaal economisch beleid

Het kabinet vindt het belangrijk dat de mainports en de brainport zich verder economisch ontwikkelen. Samen met de regionale overheden, bedrijven en kennisinstellingen werkt het kabinet maatregelen uit in de Visie op de Noordvleugel en Brainport 2020.

Het kabinet wil de regionale ambities te laten aansluiten op landelijke kabinetsplannen, zoals het topsectorenbeleid. De topsectoren hebben bijvoorbeeld in de actieagenda’s aangegeven wat zij belangrijk vinden in het ruimtelijk beleid van een regio. Denk aan bereikbaarheid, de aanwezigheid van scholen en het leefklimaat.

Overgang Pieken in de Delta

De betrokkenheid van het Rijk bij het regionaal economisch beleid wordt afgebouwd. Dit houdt in dat de subsidiemogelijkheden van het programma Pieken in de Delta niet worden verlengd. Dit programma liep van 2006 tot en met 2010. Om een al te abrupte overgang – met name voor betrokken bedrijven en kennisinstellingen - te voorkomen stelt staatssecretaris Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie eenmalig een bedrag van €35 miljoen beschikbaar. De landsdelen (Noord-, Oost-, Zuid- en West-Nederland) zijn zelf verantwoordelijk voor de besteding. Het Rijk was ook betrokken bij regionale ontwikkelingsmaatschappijen en de herstructurering van bedrijventerreinen.

Investeringen in achterliggende gebieden

Naast de regio’s Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven kan de overheid investeren in achterliggende gebieden die in verbinding staan met deze regio’s en de zogeheten ‘valleys’ (food, maintenance, energy). Denk aan de aanleg van nieuwe spoorwegen en snelwegen om de filedruk op te lossen. Ook besteedt het kabinet aandacht aan andere regio’s via bijvoorbeeld het beleid voor natuur- en landschap en het Deltaprogramma.

Documenten en publicaties

Kamerbrief 'Naar de top; het bedrijvenbeleid in actie(s)'

Aanbiedingsbrief van minister Verhagen (EL&I) aan de Tweede Kamer van de kabinetsreactie op de adviezen van de tien ...

Kamerstuk | 13-09-2011 | EL&I, Financiën, OCW

Naar de top: de hoofdlijnen van het nieuwe bedrijfslevenbeleid

Deze brief beschrijft de hoofdlijnen van het nieuwe bedrijfslevenbeleid, zoals aangekondigd in het Regeerakkoord.

Kamerstuk | 04-02-2011 | EL&I

Kamerbrief Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De minister van Infrastructuur en Milieu stuurt de Tweede Kamer de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De ...

Kamerstuk | 14-06-2011 | IenM

Visie op de Noordvleugel

Economische visie op de Noordvleugel van de Randstad.

Rapport | 13-09-2011 | EL&I