Europese programma’s voor studenten, scholen en docenten
De Europese Unie (EU) bevordert met het subsidieprogramma Leven Lang Leren de internationalisering binnen het onderwijs. Leven Lang Leren bestaat uit 4 programma’s die zich richten op studenten, scholen en docenten.
Doel onderwijsprogramma Leven Lang Leren
Het onderwijsprogramma Leven Lang leren van de EU loopt van 2007 tot 2013. Leven Lang Leren wil mensen de kans bieden om in elke fase van het leven onderwijs te kunnen volgen. Het programma past in de ambitie van de EU om de beste kenniseconomie van de wereld te worden. Het heeft hiervoor een budget van € 7 miljard.
De EU wil de volgende doelen bereiken:
- minder voortijdig schoolverlaters in de EU;
- meer gediplomeerden in het hoger secundair onderwijs in de EU;
- meer volwassenen die deelnemen aan leeractiviteiten in de EU;
- minder vijftienjarigen in de EU die slecht kunnen lezen;
- meer bèta-/technisch afgestudeerden in de EU.
Het
Nationaal Agentschap Leven Lang
Leren voert in Nederland het Leven Lang Leren-programma uit. Nuffic, Cinop
en het Europees Platform vormen het agentschap. Deze organisaties voeren de
verschillende onderdelen van het programma uit.
Onderdelen Leven Lang Leren Programma
Het Leven Lang Leren programma bestaat uit 4 onderdelen, genoemd naar historische personen die veel voor het onderwijs in Europa hebben betekend.
Erasmus ondersteunt Europese activiteiten van
hogeronderwijsinstellingen. Studenten kunnen bijvoorbeeld een studiebeurs
krijgen om een tijd in het buitenland te studeren. Nuffic voert Erasmus uit.
Leonardo Da Vinci subsidieert internationale
projecten voor het middelbaar beroepsonderwijs. Er zijn onder meer beurzen
beschikbaar voor studentenstages bij ondernemingen in een ander EU-land. Cinop
is verantwoordelijk voor Leonardo Da Vinci.
Grundtvig richt zich op alle
organisaties, instellingen en verenigingen die algemeen vormend onderwijs aan
volwassenen verzorgen. Deelnemers zijn onder meer afkomstig van ROC's,
volksuniversiteiten, musea, bibliotheken, gevangenissen en welzijnsorganisaties.
Zij kunnen bijvoorbeeld workshops volgen in Europees verband,
uitwisselingstrajecten en nascholing.
Comenius richt zich op
basisscholen, voortgezet onderwijs, lerarenopleidingen en middelbaar
beroepsonderwijs. Comenius bestaat uit verschillende onderdelen waarbinnen
subsidie aangevraagd kan worden. Zij kunnen subsidie aanvragen voor bijvoorbeeld
docentennascholing in het buitenland of studiebezoeken. Ook kunnen scholen een
schoolpartnerschap aangaan of deelnemen aan
eTwinning, een virtuele
internetgemeenschap.
Het Europees Platform voert Grundtvig en Comenius uit.