Meer meisjes naar school

In veel landen staan meisjes ver op achterstand in het onderwijs. Daarom geeft Nederland extra steun voor maatregelen die de positie van meisjes in het onderwijs verbeteren. 

Bijvoorbeeld door een crèche voor tienermoeders en steun voor een Afrikaanse lobbyorganisatie.

Investeren in onderwijs voor meisjes

Onderwijsdeskundigen op Nederlandse ambassades adviseren, vaak samen met experts van andere landen, ministeries van Onderwijs in ontwikkelingslanden over de inrichting van goede onderwijssystemen. Zo kunnen de ministeries er bijvoorbeeld voor zorgen dat er evenveel meisjes als jongens naar school gaan. De resultaten zijn goed:

  • in Bangladesh gaan nu evenveel jongens als meisjes naar school;
  • in Mozambique stijgt het percentage meisjes op school geleidelijk. Er zijn de laatste jaren meer vrouwelijke onderwijskrachten opgeleid en aangesteld en er worden meer ‘meisjesvriendelijke’ schoolboeken gebruikt;
  • in Bolivia is het aantal meisjes dat kwalitatief goed onderwijs krijgt sterk toegenomen. Er gaan nu evenveel meisjes als jongens naar het basisonderwijs. Om schooluitval en verzuim te voorkomen, zijn schoolbussen ingezet zodat meisjes veilig naar school kunnen.

Allerlei maatregelen kunnen bijdragen aan het vergroten van het aantal meisjes die naar school gaan:

  • afschaffen lesgeld;
  • gratis schoolboeken;
  • aparte wc’s voor meisjes.

Mede door de Nederlandse inspanningen is het percentage meisjes in het basisonderwijs toegenomen van 71% in 2000 naar 84% in 2004. Meer achtergronden staan in de Factsheet Onderwijs in de lift (juli 2010).

Steun voor internationale organisaties

De Rijksoverheid steunt organisaties die veel doen voor meisjesonderwijs. Voorbeelden zijn de internationale arbeidsorganisatie ILO. Maar ook het externe link: Forum for African Women Educationalists (FAWE), de belangrijkste Afrikaanse organisatie die onderwijs voor meisjes op de politieke agenda zet.

Bij FAWE zijn veel vrouwelijke prominenten aangesloten: van ministers van Onderwijs tot vooraanstaande wetenschappers. Met hun invloed dragen zij bij aan de relatief snel stijgende deelname van meisjes aan onderwijs in Afrika. In bijvoorbeeld Ghana, Kenia en Tanzania gaan nu evenveel meisjes als jongens naar school. Over de aanpak van FAWE staat meer in het externe link: strategische plan voor de periode 2008-2012.

Weerbaarheidstraining tegen schooluitval

In Zambia gaan inmiddels bijna evenveel meisjes als jongens naar de basisschool. Toch verlaten meisjes vaker vroegtijdig het onderwijs dan jongens. Ook staan ze bloot aan seksuele intimidatie en geweld in en rondom school.

De Nederlandse ambassade in Lusaka steunt daarom de nationale afdeling van FAWE in Zambia, FAWEZA. Deze organisatie leert Zambiaanse scholieren onder meer op te komen voor hun rechten en zich te beschermen tegen seksueel misbruik en vroege zwangerschappen. Hoe Nederland nog meer helpt in Zambia staat op het externe link: Engelstalige deel van de website van de ambassade in Lusaka.

Crèche laat tienermoeders studeren

In Bolivia staat het technisch onderwijs nog in de kinderschoenen. Nederland steunt er de externe link: stichting Fautapo die werkt aan beter onderwijs. Bijvoorbeeld voor alleenstaande tienermoeders: zij kunnen hun kinderen onderbrengen in een crèche en zo toch een opleiding volgen.

Het technisch onderwijs sluit mede dankzij de inzet van Fautapo ook beter aan op de praktijk van het bedrijfsleven. Jaarlijks worden gemiddeld 3.500 jongeren opgeleid, waarvan de helft meisjes. 4 van iedere 5 jongeren vinden na afloop van de opleiding direct werk. Meestal is dat binnen het bedrijf waar ze stage hebben gelopen.

Verantwoordelijk ministerie