Onderwijs als wapen tegen armoede
Een goed opgeleide bevolking zorgt voor economische groei en minder armoede in ontwikkelingslanden. De Rijksoverheid steunt uiteenlopende initiatieven om goed functionerend onderwijs mogelijk te maken.
Kabinet bezuinigt op onderwijs
In 2011 bezuinigde het kabinet € 160 miljoen op de hulp voor onderwijs in ontwikkelingslanden. Het budget komt daarmee op € 448 miljoen. Het kabinet heeft de ontwikkelingssamenwerking hervormt en het aantal landen dat ontwikkelingshulp krijgt teruggebracht van 33 naar 15.
Bij ontwikkelingshulp spelen de belangen van Nederland een grotere rol. Thema’s waar het Nederlands bedrijfsleven goed in is, zoals landbouw, water en voedselveiligheid, krijgen meer prioriteit en geld. De bezuinigingen in 2011 worden gelijk verdeeld over subsidies aan maatschappelijke hulporganisaties, donaties aan internationale organisaties en de hulpprogramma’s tussen Nederland en de ontwikkelingslanden.
Steeds meer kinderen naar school
Wie kan lezen, schrijven en rekenen, maakt meer kans op een baan of een succesvolle carrière als ondernemer. Zo draagt onderwijs rechtstreeks bij aan het tegengaan van armoede. Door seksuele voorlichting te geven, kan onderwijs ook bijdragen aan het voorkomen van hiv en aids.
Als tweede millenniumdoel van de VN geldt dat in 2015 alle kinderen naar school moeten kunnen gaan. Er worden vorderingen gemaakt: in 2000 ging 83% van alle kinderen wereldwijd naar school. In 2008 was dat aantal gestegen tot 89%. Het aantal kinderen dat niet naar school gaat is in deze periode gedaald van 106 miljoen naar 69 miljoen.
De Rijksoverheid stimuleert op allerlei manieren het onderwijs in ontwikkelingslanden. Via de VN-organisatie Unicef bijvoorbeeld. Door schulden kwijt te schelden en directe financiële steun te verlenen aan de overheidsbegroting, kon Tanzania in 2002 het lesgeld afschaffen voor het basisonderwijs. Daardoor konden datzelfde jaar 1,6 miljoen kinderen naar school. In 2003 kregen nog eens 3,1 miljoen extra kinderen basisonderwijs. Ook Uganda, Malawi, Kenia en Zambia hebben het schoolgeld kunnen schaffen.
Meer informatie over de onderwijsbijdragen van Nederland en de VN staat op de
website van de Verenigde
Naties.
Schoolvoeding in Mauritanië
Door langdurige droogte en invasies van sprinkhanen heeft Sahelland Mauritanië chronisch last van voedseltekorten en hoge voedselprijzen. Kinderen komen vaak met een lege maag naar school. Ook slaan ze de middaglessen over, om mee te helpen op het land en om het middagmaal - vaak de enige maaltijd van de dag - niet te missen.
Met programma’s voor schoolvoeding, waarbij scholieren 2 maaltijden krijgen aangeboden, probeert de overheid de kinderen op school te houden. Het mes snijdt aan 2 kanten: de voedingsuitgaven van gezinnen gaan omlaag en de kinderen kunnen met een gevulde maag beter leren.
Onderwijs verbeteren door te meten
Geïndustrialiseerde landen bewaken op allerlei manieren de kwaliteit van het onderwijs. Met evaluaties en schoolinspecties bijvoorbeeld. Maar in veel ontwikkelingslanden ontbreekt zo’n systeem. Overheden weten daardoor ook niet hoe ze het onderwijs in hun land kunnen verbeteren.
Onder de vlag van de VN-organisatie Unesco werken 15 ministeries van
Onderwijs uit landen in zuidelijk en Oost-Afrika samen om hun onderwijssystemen
te verbeteren. Dit gebeurt via het
Southern and
Eastern Africa Consortium for Monitoring Educational Quality. Door SACMEQ
kunnen landen allerlei zaken op schoolniveau onderling vergelijken. Zoals:
- prestaties van leerlingen;
- kennis van de leerkrachten;
- aantal schoolboeken per kind.
Nederland draagt sinds de start van SACMEQ in 1996 financieel bij aan de organisatie. In de periode 2002-2010 was de totale bijdrage $ 4,6 miljoen.
Managers opleiden voor beter onderwijs
Om ontwikkelingslanden te helpen een effectief onderwijsbeleid op te zetten
en uit te voeren, hebben ze allerlei deskundigen nodig. Bijvoorbeeld economen,
managers en gespecialiseerde organisaties zoals onderwijsinspecties voor
controle van de kwaliteit van het onderwijs. Het
International
Institute for Educational Planning, onderdeel van de VN-Onderwijsorganisatie
Unesco, helpt hen daarbij.
Het IIEP biedt trainingen en cursussen aan om vakmensen op het gebied van onderwijs op te leiden. Het aanbod bestrijkt onderwerpen als:
- personeelszaken;
- financiën;
- evalueren.
In de periode 2008-2009 gaf de Rijksoverheid € 2 miljoen aan IIEP.
Computerles in Bolivia
Ontwikkelingslanden willen net als andere landen kunnen meedoen met het internationale handelsverkeer. Daarvoor is toegang nodig tot computers, internet en e-mail. Maar ook onderwijs dat leert hoe je deze informatie- en communicatietechnologie (ict) kunt gebruiken.
In Bolivia beschikken 1.000 basis- en middelbare scholen in het hele land via
de onderwijssite
Educabolivia.bo over digitale
lesprogramma’s en leren kinderen met ict-middelen omgaan. Nederland, Zweden,
Denemarken en Spanje ondersteunen het ict-programma. De Nederlandse organisatie
IICD adviseert de Rijksoverheid over de ontwikkeling van ict
voor onderwijs.
Onderwijs centraal bij aanpak hiv/aids
In veel ontwikkelingslanden is de onderwijssector zwaar getroffen door hiv/aids. Docenten zijn ziek of overleden en kinderen blijven thuis om zieke familieleden te verzorgen. Het is daarom logisch dat bij de steun voor beter onderwijs veel aandacht uitgaat naar hiv/aids.
Voor leraren en leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs zijn
speciale publicaties ontwikkeld, waarin hiv-preventie centraal staat. Met
Nederlands geld is onder meer een
Toolkit
ontwikkeld. Dit instrument helpt ontwikkelingsorganisaties en onderwijsplanners
en docenten om voorlichting over hiv/aids op te nemen in onderwijsplannen. Wat
de Rijksoverheid nog meer doet op het gebied van aidspreventie in arme landen
staat bij het onderwerp Gezondheid in ontwikkelingslanden
op deze website.
Kinderarbeid remt onderwijs
Kinderarbeid schendt niet alleen de rechten van kinderen, maar belemmert ook hun sociale en economische ontwikkeling. Ze kunnen daardoor niet of minder naar school en leren slechter. Later krijgen ze minder makkelijk een baan of verdienen minder dan degenen die wel naar school gingen. Volgens de internationale arbeidsorganisatie ILO werken wereldwijd meer dan 200 miljoen kinderen in de leeftijd van 5 tot 17 jaar.
Dhaka: 30.000 kindarbeiders minder
Kinderarbeid is niet met een enkele maatregel op te lossen. Maar gratis en goed onderwijs bieden blijkt een effectief middel om kinderarbeid terug te dringen. De Rijksoverheid ondersteunt daarom in veel landen de opbouw van de onderwijssector.
Zoals in Dhaka (Bangladesh). Door financiële steun van de Nederlandse
ambassade hoefden tussen 2001 en 2006 ruim 30.000 kinderen niet meer te werken.
Zij konden naar school omdat hun ouders of voogden alternatieve inkomsten
kregen, zoals microkredieten om een eigen bedrijf te starten. Vanwege dit succes
ondersteunt de Rijksoverheid tot 2011 een vervolgprogramma van de
ILO met € 8,3 miljoen euro.
In de strijd tegen kinderarbeid geeft Nederland ook geld aan het
Wereldbank-initiatief
Education for All/Fast Track
Initiative en de internationale koepel van onderwijsbonden
Education International.