Arbeidsmarktperspectieven in het onderwijs
Het onderwijs heeft te maken met een tekort aan gekwalificeerd personeel. Om werken in het onderwijs aantrekkelijker te maken en meer te laten concurreren met functies in andere branches heeft het kabinet onder meer de beloningen verhoogd.
Arbeidsmarktperspectieven onderwijsondersteunend personeel
Om de werkdruk van docenten en schoolleiders te verlichten, krijgen scholen
steeds meer financiële ruimte voor andere ondersteunende functies, zoals
conciërges of administratieve krachten. Via de
regeling
loonkostensubsidie ondersteunend personeel basisscholen kunnen basisscholen
een (nieuwe) ondersteuner voor onbepaalde tijd kunnen aannemen.
Arbeidsmarktperspectieven docent
Pas afgestudeerde leraren vinden over het algemeen vrij snel een baan in het onderwijs. Wel zijn er per regio verschillen. In de Randstad vinden leraren sneller een baan dan in andere delen van het land.
- In het basisonderwijs vindt 56% een voltijdbaan.
- In het voortgezet onderwijs vindt 41% een voltijdbaan, combineert 25% meerdere parttime banen in het onderwijs en combineert 10% een lerarenbaan met een baan buiten het onderwijs.
- 20% geeft aan geen baan te kunnen vinden met de gewenste omvang.
De economische crisis is nauwelijks van invloed op de werkgelegenheid in het onderwijs. Dit betekent dat de komende jaren steeds meer banen vrijkomen in het onderwijs, terwijl de werkgelegenheid in andere sectoren afneemt.
Lerarentekort
In het voortgezet onderwijs zijn er 11
regio's waarbij het
risico bestaat dat het tekort aan docenten teveel oploopt. Deze regio's
krijgen extra geld van het kabinet om de regionale knelpunten op de
onderwijsarbeidsmarkt aan te pakken. Voor de periode 2009-2011 is er € 24,5
miljoen beschikbaar om extra docenten aan te trekken.
De verwachting is dat in het schooljaar 2016-2017 ongeveer 30.000 leerlingen meer in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs zitten dan in schooljaar 2009-2010. Hierdoor neemt de vraag naar eerstegraads docenten toe met ruim 1.500 fulltime docenten.
Docenten aantrekken
Om het dreigende tekort aan gekwalificeerd personeel tegen te gaan, biedt het kabinet docenten een betere beloning en meer carrièremogelijkheden. In 2009 besteedde het kabinet ruim € 400 miljoen aan de bestrijding van het lerarentekort. Dit loopt op tot € 700 miljoen in 2011. Vanaf 2020 geeft het kabinet jaarlijks meer dan € 1 miljard uit. Deze middelen worden grotendeels ingezet om het salaris van docenten te verbeteren. Ook is er een lerarenbeurs geïntroduceerd voor extra scholing. Verder wordt geïnvesteerd in het verbeteren van de kwaliteit van de lerarenopleidingen en ook is er meer aandacht voor de positie van leraren.
Naast het aantrekkelijker maken van het beroep docent stimuleert het kabinet het onderwijsveld te experimenteren met en onderzoeken van organisatorische mogelijkheden om het lerarentekort terug te dringen. Meer hierover is te vinden in het dossier Innovatie en ICT in het onderwijs.
Investering in docenten
De gunstige arbeidsmarktperspectieven van het onderwijs in combinatie met de forse investeringen van het kabinet moeten zorgen dat:
- meer studenten kiezen voor een lerarenopleiding;
- meer afgestudeerden van de lerarenopleidingen aan het werk gaan in het onderwijs;
- minder docenten overstappen naar een baan in een andere branche;
- meer mensen vanuit andere branches in het onderwijs gaan werken (zij-instromers).
Arbeidsmarktperspectieven schoolleider
40% van de schoolleiders is 55 jaar of ouder. Om het dreigende tekort aan
bekwame schoolleiders tegen te gaan, biedt het kabinet schoolleiders een betere
beloning en geld voor ondersteunend personeel zoals conciërges. Ook zijn de
administratieve lasten verminderd zodat schoolleiders meer tijd overhouden voor
de invulling van
onderwijskundig
leiderschap.