Sociale zekerheid voor onderwijspersoneel

Werknemers in het onderwijs zijn verzekerd van inkomen en/of rechtsbescherming als zij ziek worden, arbeidsongeschikt raken of met pensioen gaan. Daarnaast geldt voor het onderwijs een aantal specifieke (bovenwettelijke) regelingen.

Pensioen en ouderdomsregelingen voor onderwijspersoneel

Onderwijspersoneel bouwt automatisch pensioen op bij het externe link: Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Op de website is ook meer informatie te vinden over externe link: Flexibel Pensioen en Uittreden (FPU).

Regeling extra verlof onderwijspersoneel

Werknemers die minimaal 5 jaar in dienst zijn bij een publiek bekostigde school kunnen vanaf hun 52e jaar gebruik maken van de BAPO. Deze regeling maakt het mogelijk om extra verlof op te nemen. Over de verlofuren ontvangen ze 65% salaris. 

Leeftijd VO en PO**

Totaal verlofuren*

52 – 55 jaar

170 uur

56 jaar en ouder

340 uur

 * Het aantal uren is gebaseerd op een voltijd functie. Voor deeltijders is het aantal verlofuren evenredig aan het percentage van het dienstverband. De uitkomst moet wel minimaal 45 verlofuren per jaar zijn.
**  In het mbo wordt de entreeleeftijd in 6 jaar tijd met 3 jaar opgetrokken. Wie er gebruik van maakt geniet BAPO vanaf 55 jaar resp 59 jaar.

Het is mogelijk dat de BAPO zodanig wordt aangepast dat onderwijspersoneel wordt gestimuleerd om tot een hogere leeftijd door te werken. Bijvoorbeeld door het aantal verlofuren of het percentage dat wordt doorbetaald aan te passen, of door de regeling om te bouwen naar leeftijdsfasebewust personeelsbeleid. De sociale partners maken hierover afspraken in hun cao-overleg.

Onderwijspersoneel geboren op of na 1 januari 1950

Werknemers die zijn geboren op of na 1 januari 1950 kunnen gebruik maken van de BAPO-regeling en het externe link: keuzepensioen en van de BAPO-regeling. Het keuzepensioen biedt werknemers de mogelijkheid om tussen hun 60e en 70e jaar (gedeeltelijk) te stoppen met werken. De BAPO mag aansluitend of gelijk met keuzepensioen worden genoten. De werknemer moet wel minimaal 50% van de oorspronkelijke taak blijven werken.

Ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijspersoneel

Om het ziekteverzuim terug te dringen, is in de Arbowet en cao’s per sector vastgelegd met welke middelen en maatregelen werknemers beschermd worden. Een belangrijke ontwikkeling die daaruit voortvloeit, is de introductie van de zogenoemde arbocatalogus: een digitaal kennisplatform waarin staat hoe de werkomstandigheden in de scholen verder kan worden verbeterd. De cao-partijen hebben de arbocatalogus van het primair- en voortgezet onderwijs vastgesteld:

Begeleiding onderwijspersoneel bij ziekte en arbeidsongeschiktheid
Werknemers die (langdurig) ziek zijn, worden tijdens hun ziekteverzuim intensief begeleid door hun werkgever. Samen met de zieke start de werkgever een re-integratietraject. De stappen van dat traject staan beschreven in de externe link: Wet verbetering poortwachter.

Het externe link: vervangingsfonds ondersteunt werkgevers en werknemers bij (dreigend) langdurig ziekteverzuim.Werknemers en werkgevers kunnen voor advies over een moeizaam verlopen re-integratieproces terecht bij een 're-integratiedeskundige Onderwijs' van het vervangingsfonds.

In het voortgezet onderwijs en de beroeps- en volwasseneneducatie doen de werkgevers zelf de begeleiding en re-integratie van zieke werknemers. Hierbij worden ze ondersteund door externe link: uitkeringsinstantie UWV en door het externe link: arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs.

Doorbetaling salaris bij ziekte en arbeidsongeschiktheid

Jaar

Percentage van het laatstverdiende loon

1e jaar ziek

100%

2e jaar ziek

70% over de uren ziekteverlof

3e jaar en langer ziek

WIA-uitkering plus een aanvulling via de externe link: Uitkering Arbeidsongeschiktheidspensioen (AAOP) en re-integratieondersteuning via de externe link: Subsidie Sluitende Aanpak

80% over de uren ziekteverlof

WIA-uitkering
UWV stuurt na 20 maanden automatisch een aanvraagformulier voor een uitkering via de Wet werk en Inkomsten naar een Arbeidsvermogen (WIA-uitkering). Het UVW beoordeelt of de werkgever en werknemer zich voldoende hebben ingespannen om de werknemer weer aan het werk te krijgen. Op basis hiervan beslist het UWV of de werknemer in aanmerking komt voor de WIA-uitkering over de niet-werkbare uren of dat de werkgever het salaris langer moet doorbetalen.

Werkloosheid onderwijspersoneel

Werknemers uit het primair en voortgezet onderwijs die worden ontslagen, komen in aanmerking voor een werkloosheidsuitkering (WW-uitkering) van uitkeringsinstantie UWV en een bovenwettelijke uitkering via KPMG, die namens de werkgever de regeling uitvoert. Werknemers die zelf ontslag nemen, hebben meestal geen recht op de uitkeringen. Meer informatie hierover:

Overheidspersoneel op zoek naar ander werk

Onderwijspersoneelsleden die werkloos raken en een werkloosheidsuitkering ontvangen, moeten zelf solliciteren. Ze krijgen hierbij begeleiding van een werkcoach van UWV, die ook controleert of aan de sollicitatieplicht wordt voldaan.

Het externe link: Participatiefonds helpt werkloos onderwijspersoneel in het primair onderwijs bij het vinden van een andere baan.Onderwijswerkgevers zijn verantwoordelijk voor de re-integratie van hun werkloze ex-medewerkers. Ook voor de kosten die de re-integratie met zich meebrengt.

In het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs voeren de werkgevers zelf het re-integratietraject uit. Werknemers en werkgevers kunnen uiteraard wel ondersteuning vragen van het externe link: UWV en het externe link: arboservicepunt voor het voortgezet onderwijs.

Documenten en publicaties

Nota Werken in het onderwijs 2012

De nota Werken in het Onderwijs 2012 geeft een samenhangend beeld van de recentste ontwikkelingen op de onderwijsarbeidsmarkt.

Brochure | 23-09-2011 | OCW